HF1: Hemodynamiek
= beweging vh bloed
1. Cardiovasculair systeem
Onderdelen
Δ[ ] leidt tot beweging v vloeistoffen hier pomp nodig
Functie:
- Primair:
o Leveren v opgeloste gassen & stoffen vr voeding, groei, herstel nr cellen
- Secundair:
o Snelle chemische signaalgeving:
Hormonen, NT
o Afvoer v warmte (bv in spier)
o Zorgen vr afweer – ontstekingreacties
Regulatie:
- Sterk om te beantw à variabele behoeften
Slechte werking v CV zorgt vr levensbedreigende ziekten:
o Hartfalen, bloedings- & stollingsziekten,…
Het hart:
Gewicht Snelheid Debiet
+/- 300g Rust: 60/min Rust: 5L/min (vrouw)
= 0.5% vh totale Inspanning: >200/min 6L/min (man)
lichaamsgewicht - Max = 220 Inspanning: >25L/min
-> ook zo bij andere dieren - Max = 40
Het bloed:
= +/- 8% vh lichaamsgewicht = 5-6 L
Complexe samenstelling Complexe rheologie
1. Bloedlichaampjes - Complexe micorstructuur
o RBC - Bloedlichaampjes zakken oiv
o WBC zwaartekracht
o Bloedplaatjes
2. Plasma
Geen Newtoniaanse vloeistof
Hematocriet = volume RBC/ totaal volume
Rechtstaand:
- Hoger in benen dan in armen
- Zwaartekracht een rol
- Hematocriet niet overal gelijk
, De bloedvaten:
Systemische circulatie: Pulmonale circulatie:
- Hoge druk - Lage druk
- Parallel geschakelde vaten - Vnl in serie geschakeld
- Basale arteriële bloedvaattonus - Arteries in rust gedilateerd
- Modulatie bloedstroom o Lage druk
o Vlucht – vasodilatatie – o Alle BV open
weestand daalt o O2 opname is max in rust
o Vasoconstrictie
Alle BV open? = massieve vasodilatatie:
1. Arteriele druk heel laag (lage BP)
2. Weerstand valt weg
= SHOCK (inadequate perfusie weefsels)
Weerstand noodzakelijk voor modulatie
bloedstroom
Bloed ≠ comprimeerbaar
1. Debiet in beide circulaties gelijk (1)
2. Continuiteit v flow < behoud van massa (bloed niet comprimeerbaar)
Slag niet gelijk (2)
Eenvoudigste model
Bloedstroom gedreven door pomp:
o Constante druk gegeven door
linkerhart
o Vaste weerstand
Wet v Ohm:
ΔV = I x R
o Continue drukverschil
o Pompt continue
Hart pompt niet continue
Algemeen model toepasbeer
Mathematisch niet te gebruiken
Hydraulische analoog Wet van Ohm:
- Niet comprimeerbare vloeistof
- Continue rondgepompt ( hart)
o Met constante druk
Het analoog geld op elk moment onafh als de BV rigide of flexibel zijn
1 voorwaarde:
o Systeem moet in evenwicht zijn:
Weerstand (R) moet constant zijn
Geen bijdrage reactantie
- Hartdebiet – cardiac output (CO)
= 5L/min (rust) – 25L/min (inspanning)
, Meten van druk:
- Druk = relatief – gemeten tov referentiepunt
o Referentie vr BP = atmosferische druk
Bloeddruk = ΔP tss druk BV en Patm
- Meten van druk:
o Hoe hoog wordt een vloeistofkolom gestuwd?
- Drukgradiënt (ΔP/Δx)
o Drukverschil (ΔP) gemeten over afstand tss 2 punten (Δx)
Druk in BV
3 soorten drukken in BV:
1. Drijvende druk
= onderhoudt circulatie
= geleidelijke drukverval
2. Transmurale druk
= bepaalt afmetingen vd
vaten & weerstand in
circulatie
o Geen rechtstreeks
impact op driving pressure
3. Hydrostatische druk
= door zwaartekracht
o Geen impact op driving pressure
o Vorm vloeistofkolom geen impact
Enkel hoogte speelt een rol P=hxgxρ
Verschil in druk in hoofd (laag) & in benen (hoog)
= beweging vh bloed
1. Cardiovasculair systeem
Onderdelen
Δ[ ] leidt tot beweging v vloeistoffen hier pomp nodig
Functie:
- Primair:
o Leveren v opgeloste gassen & stoffen vr voeding, groei, herstel nr cellen
- Secundair:
o Snelle chemische signaalgeving:
Hormonen, NT
o Afvoer v warmte (bv in spier)
o Zorgen vr afweer – ontstekingreacties
Regulatie:
- Sterk om te beantw à variabele behoeften
Slechte werking v CV zorgt vr levensbedreigende ziekten:
o Hartfalen, bloedings- & stollingsziekten,…
Het hart:
Gewicht Snelheid Debiet
+/- 300g Rust: 60/min Rust: 5L/min (vrouw)
= 0.5% vh totale Inspanning: >200/min 6L/min (man)
lichaamsgewicht - Max = 220 Inspanning: >25L/min
-> ook zo bij andere dieren - Max = 40
Het bloed:
= +/- 8% vh lichaamsgewicht = 5-6 L
Complexe samenstelling Complexe rheologie
1. Bloedlichaampjes - Complexe micorstructuur
o RBC - Bloedlichaampjes zakken oiv
o WBC zwaartekracht
o Bloedplaatjes
2. Plasma
Geen Newtoniaanse vloeistof
Hematocriet = volume RBC/ totaal volume
Rechtstaand:
- Hoger in benen dan in armen
- Zwaartekracht een rol
- Hematocriet niet overal gelijk
, De bloedvaten:
Systemische circulatie: Pulmonale circulatie:
- Hoge druk - Lage druk
- Parallel geschakelde vaten - Vnl in serie geschakeld
- Basale arteriële bloedvaattonus - Arteries in rust gedilateerd
- Modulatie bloedstroom o Lage druk
o Vlucht – vasodilatatie – o Alle BV open
weestand daalt o O2 opname is max in rust
o Vasoconstrictie
Alle BV open? = massieve vasodilatatie:
1. Arteriele druk heel laag (lage BP)
2. Weerstand valt weg
= SHOCK (inadequate perfusie weefsels)
Weerstand noodzakelijk voor modulatie
bloedstroom
Bloed ≠ comprimeerbaar
1. Debiet in beide circulaties gelijk (1)
2. Continuiteit v flow < behoud van massa (bloed niet comprimeerbaar)
Slag niet gelijk (2)
Eenvoudigste model
Bloedstroom gedreven door pomp:
o Constante druk gegeven door
linkerhart
o Vaste weerstand
Wet v Ohm:
ΔV = I x R
o Continue drukverschil
o Pompt continue
Hart pompt niet continue
Algemeen model toepasbeer
Mathematisch niet te gebruiken
Hydraulische analoog Wet van Ohm:
- Niet comprimeerbare vloeistof
- Continue rondgepompt ( hart)
o Met constante druk
Het analoog geld op elk moment onafh als de BV rigide of flexibel zijn
1 voorwaarde:
o Systeem moet in evenwicht zijn:
Weerstand (R) moet constant zijn
Geen bijdrage reactantie
- Hartdebiet – cardiac output (CO)
= 5L/min (rust) – 25L/min (inspanning)
, Meten van druk:
- Druk = relatief – gemeten tov referentiepunt
o Referentie vr BP = atmosferische druk
Bloeddruk = ΔP tss druk BV en Patm
- Meten van druk:
o Hoe hoog wordt een vloeistofkolom gestuwd?
- Drukgradiënt (ΔP/Δx)
o Drukverschil (ΔP) gemeten over afstand tss 2 punten (Δx)
Druk in BV
3 soorten drukken in BV:
1. Drijvende druk
= onderhoudt circulatie
= geleidelijke drukverval
2. Transmurale druk
= bepaalt afmetingen vd
vaten & weerstand in
circulatie
o Geen rechtstreeks
impact op driving pressure
3. Hydrostatische druk
= door zwaartekracht
o Geen impact op driving pressure
o Vorm vloeistofkolom geen impact
Enkel hoogte speelt een rol P=hxgxρ
Verschil in druk in hoofd (laag) & in benen (hoog)