HF20: Microcirculatie
Algemeen
- Primaire rol cariovasculair systeem:
o Onderhouden v gunstig micromilieu vr weefsel:
dr uitwisseling van gassen, water, voedingsstoffen en afvalstoffen
- Andere functies:
o Ultrafiltratie thv nieren
o Warmteuitwisseling thv huid
o Signaalfunctie (bv aanvoeren hormonen)
o Verdediging (aanvoeren plaatjes
Vd eerste orde arteriolen tot eerste orde venulen
1 arterie & 1 venule
met daartss
netwerk v
capillairen
Arterie & venule:
o Vasculaire GS
o Precapillaire sfincters
Controleren flow
Sluiten & openen
creeren drukverschillen
richting bloed in sommige
segm kan veranderen
o Metarteriole = shortcut
Komen nt in alle weefsels voor
Structuur
Geïdealiseerde microcirculatie
1. Arterie:
= meerdere lagen gladde spiercellen (VSMC)
o Met innervatie
2. Arteriool (d~ 10-50µm):
= 1 continue laag VSMC met innervatie
o Te dik voor uitwisseling
3. Metarteriool:
= 1 discontinue laag VSMC
o Shortcut in systeem – meestal korter
o Geen innervatie
4. Precapillaire sfincter:
= smalle band GS (rond capillair zo het sluiten)
o Sterk responsief à verandering in weefsel
Flow veranderen met factor 10
o Geen innervatie
Reageert enkel op lokale veranderingen
5. Capillair (d~4-10µm):
= meestal 1 enkele laag endotheelcellen met celmembraan
, o Soms caveolae vr ligand-binding
o Bevat vesikels vr transcytose
o capillairen:
Verschillende soorten Endotheelcellen à elkaar gebracht dr juncties
6. Venule (d~10-50µm):
A. Continue capillairen:
o Meest frequent= 1 discontinue laag VSMC lokale bloedstroom regelen
Bv. skeletspier o Beperkte uitwisseling stoffen dr wand minde rGS
B. Gefenestreerde capillairen:
o Endotheelcellen zijn
geperforeerd
o Vlottere uitwisseling
water & suiker
Bv. darm, id hersenen
(moeilijk antibiotica id hersenen te krijgen)
C. Sinusoïdale capillairen
o Grote gaten
o Bloedcellen kunnen er niet door andere stoffen wel (EW)
Bv. lever: sinusoïden
Uitwisseling van gassen
O2 en CO2:
o diffusie via transcellulaire route volgens Krogh model:
Eigsch ve weefselcilinder rond 1 capillair bepaalt lokale
zuurstofspanning (PO2)
= volume v weefsel dat 1 capillair voorziet v O2
Dikte weefselcilinder = ½ afstand tss 2 capillaire
o Dikt afh v densiteit vh capillaire netwerk
Hoog in weefsel met hoog metabolisme (bv. hart)
Extreem hoog in longen (hoge cross-sectional area)
Model van Krogh:
o Voorspelt hoe hoog [O2]/ partiele druk O2 id capillaire zal dalen naargelang lengte v
capillair
want O2 ondertussen nr weefsels
- PO2 in capillair w bepaald dr:
1. [vrije O2] in het arterieel bloed (-> zelfde in
plasma en in cytoplasma van RBCs) is evenredig
met PO2
-> (meestal < 2% totale [O2])
Rest is gebonden à Hb
2. Totale [O2] in bloed (los + gebonden aan
hemoglobine)
-> 20 ml/100 ml bloed.
3. Capillaire bloedflow (F)
1. Verhogen debiet?
bloedstroom
↑
hoger [O2] op eind capillair
4. Radiale diffusiecoëfficiënt
Algemeen
- Primaire rol cariovasculair systeem:
o Onderhouden v gunstig micromilieu vr weefsel:
dr uitwisseling van gassen, water, voedingsstoffen en afvalstoffen
- Andere functies:
o Ultrafiltratie thv nieren
o Warmteuitwisseling thv huid
o Signaalfunctie (bv aanvoeren hormonen)
o Verdediging (aanvoeren plaatjes
Vd eerste orde arteriolen tot eerste orde venulen
1 arterie & 1 venule
met daartss
netwerk v
capillairen
Arterie & venule:
o Vasculaire GS
o Precapillaire sfincters
Controleren flow
Sluiten & openen
creeren drukverschillen
richting bloed in sommige
segm kan veranderen
o Metarteriole = shortcut
Komen nt in alle weefsels voor
Structuur
Geïdealiseerde microcirculatie
1. Arterie:
= meerdere lagen gladde spiercellen (VSMC)
o Met innervatie
2. Arteriool (d~ 10-50µm):
= 1 continue laag VSMC met innervatie
o Te dik voor uitwisseling
3. Metarteriool:
= 1 discontinue laag VSMC
o Shortcut in systeem – meestal korter
o Geen innervatie
4. Precapillaire sfincter:
= smalle band GS (rond capillair zo het sluiten)
o Sterk responsief à verandering in weefsel
Flow veranderen met factor 10
o Geen innervatie
Reageert enkel op lokale veranderingen
5. Capillair (d~4-10µm):
= meestal 1 enkele laag endotheelcellen met celmembraan
, o Soms caveolae vr ligand-binding
o Bevat vesikels vr transcytose
o capillairen:
Verschillende soorten Endotheelcellen à elkaar gebracht dr juncties
6. Venule (d~10-50µm):
A. Continue capillairen:
o Meest frequent= 1 discontinue laag VSMC lokale bloedstroom regelen
Bv. skeletspier o Beperkte uitwisseling stoffen dr wand minde rGS
B. Gefenestreerde capillairen:
o Endotheelcellen zijn
geperforeerd
o Vlottere uitwisseling
water & suiker
Bv. darm, id hersenen
(moeilijk antibiotica id hersenen te krijgen)
C. Sinusoïdale capillairen
o Grote gaten
o Bloedcellen kunnen er niet door andere stoffen wel (EW)
Bv. lever: sinusoïden
Uitwisseling van gassen
O2 en CO2:
o diffusie via transcellulaire route volgens Krogh model:
Eigsch ve weefselcilinder rond 1 capillair bepaalt lokale
zuurstofspanning (PO2)
= volume v weefsel dat 1 capillair voorziet v O2
Dikte weefselcilinder = ½ afstand tss 2 capillaire
o Dikt afh v densiteit vh capillaire netwerk
Hoog in weefsel met hoog metabolisme (bv. hart)
Extreem hoog in longen (hoge cross-sectional area)
Model van Krogh:
o Voorspelt hoe hoog [O2]/ partiele druk O2 id capillaire zal dalen naargelang lengte v
capillair
want O2 ondertussen nr weefsels
- PO2 in capillair w bepaald dr:
1. [vrije O2] in het arterieel bloed (-> zelfde in
plasma en in cytoplasma van RBCs) is evenredig
met PO2
-> (meestal < 2% totale [O2])
Rest is gebonden à Hb
2. Totale [O2] in bloed (los + gebonden aan
hemoglobine)
-> 20 ml/100 ml bloed.
3. Capillaire bloedflow (F)
1. Verhogen debiet?
bloedstroom
↑
hoger [O2] op eind capillair
4. Radiale diffusiecoëfficiënt