• Embryologie => bestudeert de ontwikkeling ve menselijk organisme vanuit 1cel
• Genetica => studie vd erfelijke informatie & de wijze waarop deze w overgedragen
• Embryo => vanaf bevruchting tot 8e week van ontwikkeling
• Foetus => vanaf 9e week => foetale periode
Anatomische posities volwassene en embryo:
H1 ERFELIJK MATERIAAL
CHROMOSOMEN
• Nucleus (celkern)
- Al onze cellen hebben celkernen (bhlv RBC)
- Bevat erfelijk materiaal
- 46 chromosomen = draadjes kernmateriaal => enkel te zien wnr cel aan delen is
=> chromatinedraadjes koekt samen tot chromosoom
- Chromatine = donkere, gevlekte kernsubstantie bij nt-delende cel
• chromosomen opbouw:
- Centromeer -> plaats waar chromosomen w vastgepakt tijdens celdeling
- Telomeer -> beschermkapje aan uiteinden v chromosoom => zorgt ervoor dat
chromosomen niet ontrafelen => w korter bij elke celdeling => korter naarmate we verouderen
• Verdubbeling kernmateriaal
- Tijdens celdeling (S-fase)
- 46 chromosomen verdubbelen nr 92, voordat we splitsen
- Van elk vd draadjes vd chromosoom een duplicaat/kopie maken =>
zusterchromatide
- Zusterchromatide blijft hangen aan centromeer
- Chromosomen krijgen typische gekruiste vorm
KARYOGRAM = KARYOTYPE
WAT LEREN WE UIT EEN KARYOGRAM
• Wat
- chromosomen uit kern WBC
- Rangschikken v chromosomen v groot nr klein
- Nagaan welke chromsomen aan-/afwezig zijn & evt afwijkingen
, • Nummering v chromosomen
- Chromosoom 1 -> grootste
- Chromosoom 21 -> kleinste
• Banderingspatroon
- Toevoegen v kleurstoffen
- Chromosomen -> binden aan kleurstoffen => typisch patroon
- Verschijnen horizontale strepen -> uniek vr elk chromosomenpaar
• Normaal, humaan karyogram
- 22 paar autosomen
o = lichaamschromosomen
o Homoloog -> chromosomen zijn even lang & zelfde banderingspatronen
- 1 paar geslachtschromosomen
o XX (vr) of XY (man)
o Niet homoloog -> X chromosoom veel groter
o Y-chromosoom -> allerkleinste chromosoom => enige functie -> embryo laten ontwikkelen als man
HOE NOTEREN WE EEN KARYOTYPE
• Volgens ISCN-nomenclatuur (International System for Human Cytogenomic Nomenclature)
• Totaal aantal chromosomen => komma => geslachtschromosomen => +/- => overtollige/ontbrekende autosomen
HET MENSELIJK GENOOM IS DIPLOID
BEGRIPPENKADER
• Genoom =complete genetische samenstelling ve organisme/cel/virus = alle erfelijke informatie uit 1 celkern
• Ploïdie = aantal complete sets chromosomen per celkern
• Diploïde
- = erfelijke informatie is in tweevoud aanwezig
- Voordel diploïde => wnr schade 1 v beide chromosomen => homologe chromosoom als ‘back up’
• Haploïde
- = v elk chromosoom slechts 1 paar aanwezig
- In rijpe zaadcellen en eicellen (=gameten)
Ploïdie Aantal sets Term Aantal chromosomen Uitleg
n 1 Haploïd 23 • Geslachtscellen
• Elk chromosoom komt maar 1x voor
• Reden -> wnr zaadcel en eicel versmelten => bevruchte
eicel moet 46 chromosomen hebben
2n 2 Diploïd 46 • Standaardcellen
3n 3 Triploïd 69 • Alle chromosomen komen 3x voor
• Bij mens -> spontane abortus of beperkte
levensverwachting
4n 4 Tetraploïd 92 • Onmogelijk bij mens
, HET ‘GENETISCH’ ZWAKKE GESLACHT
• Het mannelijk genoom is niet volledig diploïd
- X en Y zijn niet homoloog
- X en Y chromosoom heeft nooit een backup
- Mannen zijn vatbaarder voor ziekte
• Honingbij
- Werkster (vrouwtje) => diploïd (2n)
- Dar (mannetje) => haploïd (n)
- Darren -> korte levensduur & niet zo veel nut in bijenkolonie
POLYPLOÏDIE
• Polyploïdie
- = het aantal complete sets chromosomen (n) per celkern is groter dan 2
- Triploïdie (3n)
- Tetraploïdie (4n)
• Planten
- Polyploïdie komt vaak voor
- Bananen zijn triploïd & aardbeien octoploïd (8n)
- Hierdoor onvruchtbaar => geen zaden of pitten => vergemakkelijkt consumptie
- Bewust polyploïd kweken
• Aneuploïdie
- = aantal chromosomen in een celkern is geen veelvoud van n
- Bij mens -> geen veelvoud van 23
- Meest voorkomende, chromosomale abnormaliteit bij mens
- Vb trisomie 13, 18 en 21
- Trisomie 21 -> extra chromosoom 21 -> 47 chromosomen -> syndroom v Down
DNA
BOUW VAN DNA
• = Desoxyribonucleïnezuur
• Informatie op slaan en doorgeven
• Dubbele helix van nucleotiden
- Deoxyribose (5-hoekige suikermolecule)
- Fosfaatgroep
- Basenparen (Adenine, Thymine, Cytosine, Guanine)
• twee strengen
- Zijn antiparallel => tegengesteld lopen
- Elke streng -> richting/polariteit
o 5’-uiteinde = begin v streng
o 3’-uiteinde = einde v streng
• Basenparen
- Basen uit elke streng tegenover elkaar liggen
- Vormen 2/3 waterstofbrugjes
- Complementair -> A+T & C+T
- Code ene streng is tegengesteld aan code andere streng => coderende en niet-coderende streng
• Chromosomen bestaan uit opgerolde DNA-moleculen met histonen (verpakkingsewn) eromheen