Auscultatie en bloeddrukmeting
Bij auscultatie hoor je normaal geen souffles(=geruis) tenzij er een obstructie zit stroomafwaarts van
je stethoscoop.
soorten bloeddrukmeters
- Kwikmanometer - elektronische automatische bloeddrukmeters
- Veernanometer of sfygmomanometer
! bij een te korte manchet zal er meer druk moeten worden opgebouwd om de arterie dicht te krijgen
=> te hoge bloeddrukmeting
Bloeddrukmeting
Waarden voor hypertensie: > 140mmHg SBD en/of > 90mmHg DBD
Methode 1:
= zonder stethoscoop
Je palpeert de a. brachialis of a. radialis en pompt de cuff op. Je pompt tot de pulsaties niet meer
voelbaar zijn. Je laat de druk afnemen tot je de pulsaties voelt = SBD korotkoff 1 (met deze methode
kan je de DBD niet meten).
Methode 2
= met stethoscoop
Je pompt de cuff op tot pulsaties niet meer hoorbaar zijn. Je laat de druk afnemen tot je de pulsaties
hoort = SBD korotkoff 1. Je laat de druk verder afnemen tot je de pulsaties niet meer hoort = DBD
korotkoff 5.
Orthostatische hypotensie test (OH)
, = bloeddrukdaling van ≥ 20mmHg SBD en/of ≥ 10mmHg DBD binnen de 3min na het rechtkomen, bij
deze test moet er altijd een arts aanwezig zijn!!
Oorzaak: overmatig bloed pooling in de milt en in de benen bij het rechtkomen naar een verticale
positie. Hierdoor daalt de veneuze retour naar het hart, waardoor cardiale output daalt
(=hartminuutvolume).
Risicofactoren:
- Leeftijd
- Langdurige bedrust
- Lage BMI
- Medicatie
- Hypertensie
10min leuntest
Liggen (5-10min) + meten BD leunen tegen muur + meten BD 1min later nog eens meten BD
Lig rechtstaan
Liggen (5min) + meten BD rechtstaan + meten BD 1min later nog eens meten BD
Lig (half)zit rechtstaan
Liggen (5 min) + meten BD halfzit + meten BD rechtstaan + meten BD 1min later nog eens BD
meten
Bij deze testen belangrijk dat je de cuff al oppompt voor je naar een andere positie overgaat en altijd
vragen naar duizeligheid van de patiënt.
Evaluatie parameters bij cardiale patiënten
Vitale parameters
= gezichtskleur, ademhaling, zweten, .. + BD, HF, saturatie
Bij auscultatie hoor je normaal geen souffles(=geruis) tenzij er een obstructie zit stroomafwaarts van
je stethoscoop.
soorten bloeddrukmeters
- Kwikmanometer - elektronische automatische bloeddrukmeters
- Veernanometer of sfygmomanometer
! bij een te korte manchet zal er meer druk moeten worden opgebouwd om de arterie dicht te krijgen
=> te hoge bloeddrukmeting
Bloeddrukmeting
Waarden voor hypertensie: > 140mmHg SBD en/of > 90mmHg DBD
Methode 1:
= zonder stethoscoop
Je palpeert de a. brachialis of a. radialis en pompt de cuff op. Je pompt tot de pulsaties niet meer
voelbaar zijn. Je laat de druk afnemen tot je de pulsaties voelt = SBD korotkoff 1 (met deze methode
kan je de DBD niet meten).
Methode 2
= met stethoscoop
Je pompt de cuff op tot pulsaties niet meer hoorbaar zijn. Je laat de druk afnemen tot je de pulsaties
hoort = SBD korotkoff 1. Je laat de druk verder afnemen tot je de pulsaties niet meer hoort = DBD
korotkoff 5.
Orthostatische hypotensie test (OH)
, = bloeddrukdaling van ≥ 20mmHg SBD en/of ≥ 10mmHg DBD binnen de 3min na het rechtkomen, bij
deze test moet er altijd een arts aanwezig zijn!!
Oorzaak: overmatig bloed pooling in de milt en in de benen bij het rechtkomen naar een verticale
positie. Hierdoor daalt de veneuze retour naar het hart, waardoor cardiale output daalt
(=hartminuutvolume).
Risicofactoren:
- Leeftijd
- Langdurige bedrust
- Lage BMI
- Medicatie
- Hypertensie
10min leuntest
Liggen (5-10min) + meten BD leunen tegen muur + meten BD 1min later nog eens meten BD
Lig rechtstaan
Liggen (5min) + meten BD rechtstaan + meten BD 1min later nog eens meten BD
Lig (half)zit rechtstaan
Liggen (5 min) + meten BD halfzit + meten BD rechtstaan + meten BD 1min later nog eens BD
meten
Bij deze testen belangrijk dat je de cuff al oppompt voor je naar een andere positie overgaat en altijd
vragen naar duizeligheid van de patiënt.
Evaluatie parameters bij cardiale patiënten
Vitale parameters
= gezichtskleur, ademhaling, zweten, .. + BD, HF, saturatie