Vraag 1 − 10.01 − 88039.1.4
Wat wordt verstaan onder de 'uitoefenprijs' van een optie?
A De prijs waartegen het aandeel met de optie kan worden gekocht.
B De prijs waartegen de optie bij uitgifte wordt gekocht.
C De prijs van het aandeel waarbij de optiehouders overgaan tot uitoefening van de optie.
D De prijs van de optie waarbij de optie winstgevend is.
Vraag 2 − 10.12 − 95446.1.3
Welke stelling is het meest juist?
A Hoe hoger het verwachte rendement, hoe aantrekkelijker de belegging "is".
B Hoe groter het risico, op koersfluctuaties of mogelijk verlies, hoe aantrekkelijker de belegging.
C Hoe hoger het verwachte rendement, hoe hoger het risico.
D Hoe hoger het verwachte rendement, hoe lager het risico.
Vraag 3 − evt aanpassen K voorzieningen hoort bij h9 niet 11 10.16 − 97113.2.1
Voorzieningen zijn:
A Eigen vermogen.
B Vreemd vermogen.
C Een 'potje' liquiditeit om tegenvallers op te vangen.
D Reserves.
Vraag 4 − 10.19 − 120709.1.2
Een persoon met een zogenaamde 'risk appetite' kan bereid zijn veel risico te nemen. In welk van de volgende effecten zal deze
persoon eerder beleggen dan een defensief belegger?
A Sparen
B Futures
C Obligaties
D Commercial paper
Pagina 1/14 - 2022-04-06 | 1018FIM _TD | FIM digitale toets - 115416.4.1
, Vraag 5 − 10.22 − 129615.1.0
Voorbeelden van derivaten zijn:
1. Obligaties
2. Opties
3. Onderhandse leningen
4. Swaps
5. Futures
A Alleen 1, 2 en 3 zijn juist
B Alleen 2, 4 en 5 zijn juist
C Alleen 1, 3 en 5 zijn juist.
D Alleen 3 en 4 zijn juist.
Vraag 6 − 5.05 K H6 TVP geen topper − 95449.1.3
Welke stelling met betrekking tot de terugverdienperiode is juist?
A De terugverdienperiode is vooral gericht op de liquiditeit van de onderneming.
B Bij de terugverdienperiode spelen altijd alle vrije kasstromen een rol.
C De terugverdienperiode houdt in beperkte mate rekening met rentabiliteit.
D De terugverdienperiode houdt op geen enkele wijze rekening met tijdvoorkeur.
Feedback op vraagniveau
Vraag 7 − A K GBR H6 − 116487.2.2
Met de gemiddelde boekhoudkundige rentabiliteit bepalen we:
A Hoe lang het duurt voordat een investering is terugverdiend.
B Het gemiddeld percentage winst dat verdiend wordt op een investeringsproject.
C Hoeveel naar verwachting de ontvangsten procentueel per jaar zijn waarbij nog geen rekening wordt gehouden met kosten
van de financiering.
D Hoeveel euro er over blijft als je de afschrijvingen en de investering optelt bij de vrije kasstromen
Feedback op vraagniveau
Feedback goed antwoord
Pagina 2/14 - 2022-04-06 | 1018FIM _TD | FIM digitale toets - 115416.4.1