Samenvatting Psychologie Januari 2018
Hoofdstuk 1: Wat is psychologie?
1. Definitie
Psychologie is de wetenschap waarbij het gedrag wordt bestudeerd en waarbij gedrag gebruikt
wordt om de interne processen te begrijpen die aan de basis liggen van gedrag.
Observeerbaar is een relatief begrip: wat op een bepaald moment niet waar te nemen is, kan het
later wel worden.
2. Ontwikkelingen die de psychologie mogelijk gemaakt hebben
Rede intuïtie en geloof
Griekse filosofen:
- Plato: vooral de rede is van belang om toegang te krijgen tot de geest die bevat alle
kennis. Observatie is minder van belang buitenwereld.
- Aristoteles: hechtte meer belang aan observatie dan Plato ware kennis niet op observatie
gebaseerd.
Kerk:
Veel kennis is door de tijd verloren gegaan terug naar de oude geschriften. De geschriften van
Plato en Aristoteles kwamen overeen met de kerkelijke leer.
Wetenschappelijke revolutie
= nieuw inzicht: ware kennis is gebaseerd op systematische observatie.
Factoren die een rol gespeeld hebben:
- Reformatie (afbrokkelende macht van de kerk)
- Herwaardering handel & handenarbeid
- Uitvinding boekdrukkunst
- Ontdekkingsreizen
- Oprichting universiteiten
Copernicaanse revolutie (Nicolaus Copernicus)
Juliaanse kalender gregoriaanse kalender
Geocentrisme heliocentrisme
= het inzicht dat de aarde niet het centrum vormde van het heelal
Mens niet langer het middelpunt en onderworpen aan natuurwetten kunnen het voorwerp
van studie zijn.
Gevolg
Nieuwe kennis komt voort uit observatie en ingrijpen in de dingen = experimenteren
18-19de eeuw: industriële revolutie
1
,Twee culturen (Snow)
Wetenschap en macht
Wetenschappelijke revolutie vooral in landen waarin rooms-katholieke kerk minder sterk was.
Twee culturen
- Klassieke, humanistische cultuur (humanistische-geesteswetenschappen)
- Nieuwe, natuurwetenschappelijke cultuur (natuurwetenschappen)
Menselijk functioneren
De persoonlijke fout
De ene persoon heeft meer tijd nodig om informatie te verwerken dan de andere
Snelheid informatietransmissie
Voordien dacht men snelheid oneindig groot
Von Helmholtz ontwierp een methode die het mogelijk maakte om een zenuw van een kikker te
stimuleren en het signaal een eind verder op te vangen.
Mentale chronometrie (Donders)
= techniek waarbij men de psychologische processen in informatieverwerking probeert te
achterhalen door te kijken naar de tijd die mensen nodig hebben om allerhande taken uit te voeren.
Evolutietheorie (Darwin)
Natuurlijke selectie / survival of the fittest
comparatieve psychologie: nadruk op gedrag in plaats van op bewustzijn.
3. Het ontstaan van de psychologie
Nativisme psycho analyse behaviorisme cognitieve psychologie
Ontwikkelingen binnen de filosofie
Descartes
- Dualisme = mensen bestaan uit twee onafhankelijke elementen: lichaam en geest.
- Rationalisme = ware kennis is gebaseerd op de rede.
- Nativisme = de mens heeft een aangeboren kennis, die het uitgangspunt vormt van alle
andere, afgeleide kennis.
- Mechanische kijk = menselijk lichaam is een machine en kan bestudeerd worden.
Empirisme
= De inhoud van de geest wordt niet gevormd door aangeboren ideeën en afgeleide inzichten, maar
via zintuigelijke ervaringen die met elkaar geassocieerd worden. (via sensorische processen
observatie)
Associationisme (Locke) = hogere orde kennis komt tot stand via associaties van eenvoudige ideeën.
Psychologie als nieuwe wetenshap
Wundt en het structuralisme
= een stroming in de psychologie die op basis van introspectie de structuur van het bewustzijn
probeerde te ontdekken.
Introspectie = het kijken naar het eigen bewustzijn van binnenuit.
Binet en de toegepaste psychologie
= gebaseerd op oplossingen zoeken.
Uitsluitend bekend gebleven door de intelligentietest.
2
,Freud en het onbewuste
Psychoanalyse = volgens deze theorie waren het bewustzijn en het gedrag slechts zeer oppervlakkige
fenomenen en lag de ware oorsprong van het ontstaan van persoonlijkheidsverschillen en mentale
stoornissen bij onbewuste krachten.
Introspectie bleef belangrijkste methode.
Onderzoeksmethode = hermeneutiek (begrijpen van het verleden)
James en het functionalisme
Fundamenteel onderzoek praktische oplossingen
Psychologie diende in de 1ste plaats om het onderwijs te optimaliseren, om gevaarlijke afwijkingen op
te sporen en te behandelen en om de industriële productie te bevorderen.
Nadruk ligt meer op gedrag, maar ook nog introspectie
James: succes psychologie zal afhangen van de mate waarin het oplossingen biedt aan praktische
problemen.
Watson en het behaviorisme
= psychologische stroming waarin men het standpunt huldigt dat enkel observeerbaar, meetbaar
gedrag het onderwerp kan vormen van psychologisch onderzoek en theorievorming.
Beïnvloed door positivisme = een beweging die ervan uitging dat de natuurwetenschappen de meest
succesvolle manier gebleken waren om de wereld te begrijpen en kennis te genereren.
Gedrag is direct observeerbaar (Kleine Albert) S-R-psychologie = een stimulus lokt een respons uit.
4. De moderne psychologie: 3 invloeden op het gedrag.
Cognitieve psychologie
= volgens deze stroming wordt informatie verwerkt in de hersenen en kan men de mechanismen van
de informatieverwerking bloot leggen door gebruik te maken van de natuurwetenschappelijke
methode.
Biopsychosociaal model
Biologische invloeden
- Erfelijkheid
- Limbisch systeem
- hormonen
Psychologische / cognitieve invloeden
- Vroegere beloning
- Situatie inschatten
Sociale invloeden
- Ouders
- omgeving
3
, 5. onderzoeksmethoden in de psychologie
observatie ipv. intuïtie en opinie
onderzoekscyclus (onderzoeksvraag, literatuurstudie, variabelen kiezen, steekproef kiezen,
hypothese opstellen)
beschrijvend onderzoek
naturalistische observatie
- systematische observatie van gedrag in natuurlijke context
- Gevaar: reactieve gedragingen = de aanwezigheid van de onderzoeker heeft invloed op het
geobserveerd gedrag.
Vragenlijsten
- Resultaten sterk afhankelijk van ondervraagde
- Niet noodzakelijk weergave van realiteit
Intervieuws:
- Gestructureerd = een vaste lijst van vragen die in een bepaalde volgorde aan bod komen.
- Ongestructureerd = vragen liggen niet van tevoren vast, maar wordt ingehaakt op wat de
ondervraagde zegt.
- Gevaar: sociale werkelijkheid = antwoorden op een manier die door de maatschappij
gewaardeerd wordt.
- Geen anonimiteit
Opiniepeiling
- Bevraging van meningen bij een representatieve steekproef
- Gevaar: representativiteit (je steekproef moet een reflectie zijn van de totale populatie) en
sociale wenselijkheid.
Psychologische test
- Menselijke vaardigheden en eigenschappen meten
- Gestandaardiseerde tests = procedures voor het meten van vaardigheden of eigenschappen,
die aan een zorgvuldig en uitgebreid vooronderzoek onderworpen werden. (bv.
Intelligentietest, persoonlijkheidstest)
Archiefdata
- Onderzoek met gegevens die al in een of ander bestand aanwezig zijn.
Gevalstudie
- Eén persoon of één gebeurtenis grondig onderzoeken in de hoop principes te vinden die
gelden voor het fenomeen in het algemeen.
- Vb. neuropsychologie = patiënt die na hersenbeschadiging een specifieke stoornis vertoont.
Kwalitatief onderzoek
- Niet alles in cijfers/overzichtstabellen hermeneutische hoek
- Focusgroep = groep van personen in een gelijkaardige situatie.
- Doel: verkennend en niet toetsend
Correlatieonderzoek
Correlatie
= de mate waarin 2 variabelen met elkaar samenhangen, naar de mate waarin wijzigingen in de ene
variabele gepaard gaan met wijzigingen in de andere variabele.
4
Hoofdstuk 1: Wat is psychologie?
1. Definitie
Psychologie is de wetenschap waarbij het gedrag wordt bestudeerd en waarbij gedrag gebruikt
wordt om de interne processen te begrijpen die aan de basis liggen van gedrag.
Observeerbaar is een relatief begrip: wat op een bepaald moment niet waar te nemen is, kan het
later wel worden.
2. Ontwikkelingen die de psychologie mogelijk gemaakt hebben
Rede intuïtie en geloof
Griekse filosofen:
- Plato: vooral de rede is van belang om toegang te krijgen tot de geest die bevat alle
kennis. Observatie is minder van belang buitenwereld.
- Aristoteles: hechtte meer belang aan observatie dan Plato ware kennis niet op observatie
gebaseerd.
Kerk:
Veel kennis is door de tijd verloren gegaan terug naar de oude geschriften. De geschriften van
Plato en Aristoteles kwamen overeen met de kerkelijke leer.
Wetenschappelijke revolutie
= nieuw inzicht: ware kennis is gebaseerd op systematische observatie.
Factoren die een rol gespeeld hebben:
- Reformatie (afbrokkelende macht van de kerk)
- Herwaardering handel & handenarbeid
- Uitvinding boekdrukkunst
- Ontdekkingsreizen
- Oprichting universiteiten
Copernicaanse revolutie (Nicolaus Copernicus)
Juliaanse kalender gregoriaanse kalender
Geocentrisme heliocentrisme
= het inzicht dat de aarde niet het centrum vormde van het heelal
Mens niet langer het middelpunt en onderworpen aan natuurwetten kunnen het voorwerp
van studie zijn.
Gevolg
Nieuwe kennis komt voort uit observatie en ingrijpen in de dingen = experimenteren
18-19de eeuw: industriële revolutie
1
,Twee culturen (Snow)
Wetenschap en macht
Wetenschappelijke revolutie vooral in landen waarin rooms-katholieke kerk minder sterk was.
Twee culturen
- Klassieke, humanistische cultuur (humanistische-geesteswetenschappen)
- Nieuwe, natuurwetenschappelijke cultuur (natuurwetenschappen)
Menselijk functioneren
De persoonlijke fout
De ene persoon heeft meer tijd nodig om informatie te verwerken dan de andere
Snelheid informatietransmissie
Voordien dacht men snelheid oneindig groot
Von Helmholtz ontwierp een methode die het mogelijk maakte om een zenuw van een kikker te
stimuleren en het signaal een eind verder op te vangen.
Mentale chronometrie (Donders)
= techniek waarbij men de psychologische processen in informatieverwerking probeert te
achterhalen door te kijken naar de tijd die mensen nodig hebben om allerhande taken uit te voeren.
Evolutietheorie (Darwin)
Natuurlijke selectie / survival of the fittest
comparatieve psychologie: nadruk op gedrag in plaats van op bewustzijn.
3. Het ontstaan van de psychologie
Nativisme psycho analyse behaviorisme cognitieve psychologie
Ontwikkelingen binnen de filosofie
Descartes
- Dualisme = mensen bestaan uit twee onafhankelijke elementen: lichaam en geest.
- Rationalisme = ware kennis is gebaseerd op de rede.
- Nativisme = de mens heeft een aangeboren kennis, die het uitgangspunt vormt van alle
andere, afgeleide kennis.
- Mechanische kijk = menselijk lichaam is een machine en kan bestudeerd worden.
Empirisme
= De inhoud van de geest wordt niet gevormd door aangeboren ideeën en afgeleide inzichten, maar
via zintuigelijke ervaringen die met elkaar geassocieerd worden. (via sensorische processen
observatie)
Associationisme (Locke) = hogere orde kennis komt tot stand via associaties van eenvoudige ideeën.
Psychologie als nieuwe wetenshap
Wundt en het structuralisme
= een stroming in de psychologie die op basis van introspectie de structuur van het bewustzijn
probeerde te ontdekken.
Introspectie = het kijken naar het eigen bewustzijn van binnenuit.
Binet en de toegepaste psychologie
= gebaseerd op oplossingen zoeken.
Uitsluitend bekend gebleven door de intelligentietest.
2
,Freud en het onbewuste
Psychoanalyse = volgens deze theorie waren het bewustzijn en het gedrag slechts zeer oppervlakkige
fenomenen en lag de ware oorsprong van het ontstaan van persoonlijkheidsverschillen en mentale
stoornissen bij onbewuste krachten.
Introspectie bleef belangrijkste methode.
Onderzoeksmethode = hermeneutiek (begrijpen van het verleden)
James en het functionalisme
Fundamenteel onderzoek praktische oplossingen
Psychologie diende in de 1ste plaats om het onderwijs te optimaliseren, om gevaarlijke afwijkingen op
te sporen en te behandelen en om de industriële productie te bevorderen.
Nadruk ligt meer op gedrag, maar ook nog introspectie
James: succes psychologie zal afhangen van de mate waarin het oplossingen biedt aan praktische
problemen.
Watson en het behaviorisme
= psychologische stroming waarin men het standpunt huldigt dat enkel observeerbaar, meetbaar
gedrag het onderwerp kan vormen van psychologisch onderzoek en theorievorming.
Beïnvloed door positivisme = een beweging die ervan uitging dat de natuurwetenschappen de meest
succesvolle manier gebleken waren om de wereld te begrijpen en kennis te genereren.
Gedrag is direct observeerbaar (Kleine Albert) S-R-psychologie = een stimulus lokt een respons uit.
4. De moderne psychologie: 3 invloeden op het gedrag.
Cognitieve psychologie
= volgens deze stroming wordt informatie verwerkt in de hersenen en kan men de mechanismen van
de informatieverwerking bloot leggen door gebruik te maken van de natuurwetenschappelijke
methode.
Biopsychosociaal model
Biologische invloeden
- Erfelijkheid
- Limbisch systeem
- hormonen
Psychologische / cognitieve invloeden
- Vroegere beloning
- Situatie inschatten
Sociale invloeden
- Ouders
- omgeving
3
, 5. onderzoeksmethoden in de psychologie
observatie ipv. intuïtie en opinie
onderzoekscyclus (onderzoeksvraag, literatuurstudie, variabelen kiezen, steekproef kiezen,
hypothese opstellen)
beschrijvend onderzoek
naturalistische observatie
- systematische observatie van gedrag in natuurlijke context
- Gevaar: reactieve gedragingen = de aanwezigheid van de onderzoeker heeft invloed op het
geobserveerd gedrag.
Vragenlijsten
- Resultaten sterk afhankelijk van ondervraagde
- Niet noodzakelijk weergave van realiteit
Intervieuws:
- Gestructureerd = een vaste lijst van vragen die in een bepaalde volgorde aan bod komen.
- Ongestructureerd = vragen liggen niet van tevoren vast, maar wordt ingehaakt op wat de
ondervraagde zegt.
- Gevaar: sociale werkelijkheid = antwoorden op een manier die door de maatschappij
gewaardeerd wordt.
- Geen anonimiteit
Opiniepeiling
- Bevraging van meningen bij een representatieve steekproef
- Gevaar: representativiteit (je steekproef moet een reflectie zijn van de totale populatie) en
sociale wenselijkheid.
Psychologische test
- Menselijke vaardigheden en eigenschappen meten
- Gestandaardiseerde tests = procedures voor het meten van vaardigheden of eigenschappen,
die aan een zorgvuldig en uitgebreid vooronderzoek onderworpen werden. (bv.
Intelligentietest, persoonlijkheidstest)
Archiefdata
- Onderzoek met gegevens die al in een of ander bestand aanwezig zijn.
Gevalstudie
- Eén persoon of één gebeurtenis grondig onderzoeken in de hoop principes te vinden die
gelden voor het fenomeen in het algemeen.
- Vb. neuropsychologie = patiënt die na hersenbeschadiging een specifieke stoornis vertoont.
Kwalitatief onderzoek
- Niet alles in cijfers/overzichtstabellen hermeneutische hoek
- Focusgroep = groep van personen in een gelijkaardige situatie.
- Doel: verkennend en niet toetsend
Correlatieonderzoek
Correlatie
= de mate waarin 2 variabelen met elkaar samenhangen, naar de mate waarin wijzigingen in de ene
variabele gepaard gaan met wijzigingen in de andere variabele.
4