TEST – GONIOMETRISCHE CIRKEL
NAAM: DATUM: NR:
LPD De leerlingen
22 De leerlingen bepalen goniometrische getallen van georiënteerde hoeken m.b.v. de goniometrische cirkel.
3 De leerlingen beargumenteren wiskundige redeneringen en uitspraken:
behandelde bewijzen reconstrueren in een al dan niet gewijzigde situatie.
TOTAAL: /16
1. In welk kwadrant ligt het beeldpunt van de hoek? (……/2pt)
a. α = –110°
b. γ = 300°
2. Noteer het teken van de goniometrische getallen. (……/4pt)
Het beeldpunt van
de hoek α ligt in het sin α cos α tan α
…
eerste kwadrant
tweede kwadrant
derde kwadrant
vierde kwadrant
3. Duid de sinus en de cosinus van de gegeven hoek aan. (……/4pt)
Kruis de juiste waarde aan.
[ ] cos (–202°) ≈ –0,927 [ ] sin (–202°) ≈ –0,927 [ ] cos 313° ≈ 0,731 [ ] sin 313° ≈ –0,731
[ ] cos (–202°) ≈ –0,404 [ ] sin (–202°) ≈ –0,404 [ ] cos 313° ≈ 0,682 [ ] sin 313° ≈ –0,682
[ ] cos (–202°) ≈ 0,375 [ ] sin (–202°) ≈ 0,375 [ ] cos 313°≈ –1,072 [ ] sin 313°≈ –1,072
NAAM: DATUM: NR:
LPD De leerlingen
22 De leerlingen bepalen goniometrische getallen van georiënteerde hoeken m.b.v. de goniometrische cirkel.
3 De leerlingen beargumenteren wiskundige redeneringen en uitspraken:
behandelde bewijzen reconstrueren in een al dan niet gewijzigde situatie.
TOTAAL: /16
1. In welk kwadrant ligt het beeldpunt van de hoek? (……/2pt)
a. α = –110°
b. γ = 300°
2. Noteer het teken van de goniometrische getallen. (……/4pt)
Het beeldpunt van
de hoek α ligt in het sin α cos α tan α
…
eerste kwadrant
tweede kwadrant
derde kwadrant
vierde kwadrant
3. Duid de sinus en de cosinus van de gegeven hoek aan. (……/4pt)
Kruis de juiste waarde aan.
[ ] cos (–202°) ≈ –0,927 [ ] sin (–202°) ≈ –0,927 [ ] cos 313° ≈ 0,731 [ ] sin 313° ≈ –0,731
[ ] cos (–202°) ≈ –0,404 [ ] sin (–202°) ≈ –0,404 [ ] cos 313° ≈ 0,682 [ ] sin 313° ≈ –0,682
[ ] cos (–202°) ≈ 0,375 [ ] sin (–202°) ≈ 0,375 [ ] cos 313°≈ –1,072 [ ] sin 313°≈ –1,072