Samenvatting examen bio
(kleine tip: hoofdstuk 9 wordt u fataal)
Hoofdstuk 5
Les 2
Het skelet
Schedelbeenderen
Bovenkaak
Onderkaak Nekwervel
Schouderblad
Ribben Borstbeen
Opperarmbeen
Wervelkolom
Ellepijp
Spaakbeen Heupbeenderen/
bekken
Handwortelbeentjes
Vingerkootjes
Dijbeen
Knieschijf
Scheenbeen
Kuitbeen
Voetwortelbeentjes
Teenkootjes
− Een mens heeft meer dan 200 verschillende beenderen
1
,Lange beenderen Korte beenderen
→ langere lengte dan breedte → even lang als breed
(dijbeen, opperarmbeen, ellepijp…) (voetwortelbeentjes, handwortelbeentjes)
Platte beenderen Onregelmatige beenderen
→ Breed en afgeplat → Ze hebben allemaal verschillende
→ Geschikt als aanhechtingsplaats vormen
voor spieren
→ Ze beschermen organen
(schouderbladen, ribben, borstbeen…) (wervels, onderkaak, bovenkaak…)
Hoe zijn de beenderen met elkaar verbonden Heiligbeen
(Onderaan de wervelkolom)
Kraakbeen
1. Sommige beenderen worden met elkaar vergroeid
(zoals het heiligbeen)
2. Sommige beenderen passen zoals puzzels in elkaar
(zoals de schedel) → bij kinderen zit er nog een gat tussen
3. Sommige beenderen zijn met elkaar verbonden met kraakbeen
(zoals de ribben aan het borstbeen verbonden zijn)
4. Beenderen kunnen ook met elkaar verbonden zijn door gewrichten
(alle beenderen die moeten bewegen zijn verbonden met gewrichten)
2
, De bouw van een gewricht
Gewrichtsband
Gewrichtskop
Gewrichtskapsel
Gewrichtsholte
(gevuld met gewrichtssmeer)
Kraakbeen
Gewrichtskom
▪ Een gewricht verbindt 2 of meerdere beenderen met elkaar
→ Het uiteinde van het ene bot heeft de vorm van een kom
→ Het uiteinde van het andere bot heeft een knobbel
→ Zo passen ze in elkaar
▪ De gewrichtskom en de gewrichtskop zijn bedekt met kraakbeen
→ Kraakbeen is glad en elastisch
→ Daardoor kunnen de botten vlot over elkaar bewegen en beschadigen ze
elkaar niet
→ Kraakbeen is ook lichtjes samendrukbaar waardoor het schokken kan
opvangen
▪ Rond het gewricht zit het gewrichtskapsel
→ Dat geeft gewrichtssmeer af aan de gewrichtsholte
→ Gewrichtssmeer zorgt voor een soepele beweging van het gewricht
▪ Aan de buitenkant zitten de gewrichtsbanden
→ Die houden alles op hun plaats
3
, De soorten gewrichten
1 Scharniergewricht
− Een scharniergewricht zorgt ervoor dat 2 beenderen naar voren en
naar achteren kunnen bewegen (zoals een deur)
(je been, je arm…)
2 Rolgewricht
− Een rolgewricht verbindt 2 beenderen die naast elkaar liggen
− Het gewricht zorgt ervoor dat de beenderen over elkaar rollen
3 Kogelgewricht
− Bij een kogelgewricht heeft het uiteinde van het ene been de vorm van
een kom en het uiteinde van het andere been de vorm van een bol,
daardoor passen ze perfect in elkaar en vormen ze ene gewricht
− Door het kogelgewricht kan je in alle richtingen de draaien
(je schouder, je heup…)
4
(kleine tip: hoofdstuk 9 wordt u fataal)
Hoofdstuk 5
Les 2
Het skelet
Schedelbeenderen
Bovenkaak
Onderkaak Nekwervel
Schouderblad
Ribben Borstbeen
Opperarmbeen
Wervelkolom
Ellepijp
Spaakbeen Heupbeenderen/
bekken
Handwortelbeentjes
Vingerkootjes
Dijbeen
Knieschijf
Scheenbeen
Kuitbeen
Voetwortelbeentjes
Teenkootjes
− Een mens heeft meer dan 200 verschillende beenderen
1
,Lange beenderen Korte beenderen
→ langere lengte dan breedte → even lang als breed
(dijbeen, opperarmbeen, ellepijp…) (voetwortelbeentjes, handwortelbeentjes)
Platte beenderen Onregelmatige beenderen
→ Breed en afgeplat → Ze hebben allemaal verschillende
→ Geschikt als aanhechtingsplaats vormen
voor spieren
→ Ze beschermen organen
(schouderbladen, ribben, borstbeen…) (wervels, onderkaak, bovenkaak…)
Hoe zijn de beenderen met elkaar verbonden Heiligbeen
(Onderaan de wervelkolom)
Kraakbeen
1. Sommige beenderen worden met elkaar vergroeid
(zoals het heiligbeen)
2. Sommige beenderen passen zoals puzzels in elkaar
(zoals de schedel) → bij kinderen zit er nog een gat tussen
3. Sommige beenderen zijn met elkaar verbonden met kraakbeen
(zoals de ribben aan het borstbeen verbonden zijn)
4. Beenderen kunnen ook met elkaar verbonden zijn door gewrichten
(alle beenderen die moeten bewegen zijn verbonden met gewrichten)
2
, De bouw van een gewricht
Gewrichtsband
Gewrichtskop
Gewrichtskapsel
Gewrichtsholte
(gevuld met gewrichtssmeer)
Kraakbeen
Gewrichtskom
▪ Een gewricht verbindt 2 of meerdere beenderen met elkaar
→ Het uiteinde van het ene bot heeft de vorm van een kom
→ Het uiteinde van het andere bot heeft een knobbel
→ Zo passen ze in elkaar
▪ De gewrichtskom en de gewrichtskop zijn bedekt met kraakbeen
→ Kraakbeen is glad en elastisch
→ Daardoor kunnen de botten vlot over elkaar bewegen en beschadigen ze
elkaar niet
→ Kraakbeen is ook lichtjes samendrukbaar waardoor het schokken kan
opvangen
▪ Rond het gewricht zit het gewrichtskapsel
→ Dat geeft gewrichtssmeer af aan de gewrichtsholte
→ Gewrichtssmeer zorgt voor een soepele beweging van het gewricht
▪ Aan de buitenkant zitten de gewrichtsbanden
→ Die houden alles op hun plaats
3
, De soorten gewrichten
1 Scharniergewricht
− Een scharniergewricht zorgt ervoor dat 2 beenderen naar voren en
naar achteren kunnen bewegen (zoals een deur)
(je been, je arm…)
2 Rolgewricht
− Een rolgewricht verbindt 2 beenderen die naast elkaar liggen
− Het gewricht zorgt ervoor dat de beenderen over elkaar rollen
3 Kogelgewricht
− Bij een kogelgewricht heeft het uiteinde van het ene been de vorm van
een kom en het uiteinde van het andere been de vorm van een bol,
daardoor passen ze perfect in elkaar en vormen ze ene gewricht
− Door het kogelgewricht kan je in alle richtingen de draaien
(je schouder, je heup…)
4