1.2 Besmettingscyclus
Heeft te maken met kruisinfecties
Het geeft inzicht in:
Verschillende wegen van overdracht van kiemen
Factoren die een rol spelen in het ontstaan van een infectie
Wijze waarop de overdracht voorkomen of onderbroken kan worden
Besmettingsbronnen:
- De patiënt
- Het personeel
- De ziekenhuisomgeving (stof, voeding, water, …)
Overdrachtswegen:
- Via contact (direct/rechtstreeks of indirect/onrechtstreeks)
- Via druppels (droplets)
- Via de lucht (aërogeen)
Ingangspoort en gastheer
Kiemen:
- Aantal: MID = Minimale Infectieuze Dosis
- Virulentie
- Groeisnelheid
- Algemeen (kwetsbare/verzwakte patiënt) en lokaal (wonde, katheter,
onderzoeksmateriaal, …) weerstandsvermogen
, 1.3 Meest voorkomende ziekenhuisinfecties
Komt zeer frequent voor : prevalentie
Zeer belangrijk:
- Morbiditeit
- Mortaliteit
- Kostprijs (therapie/hospitalisatieduur)
Strategieën voor infectiecontrole & preventie
Algemene maatregelen:
- Surveillance
- Algemene voorzorgsmaatregelen
- Bijkomende voorzorgsmaatregelen gebaseerd op de overdrachtsweg
(bronisolatie & protectieve isolatie)
Controle op het gebruik van antibiotica
Specifieke maatregelen ter preventie van:
- Urineweginfecties
- Postoperatieve wondinfecties
- Luchtweginfecties
- Bloedbaaninfecties
, Hoofdstuk 3: handhygiëne
3.1 Huidflora
Handen= belangrijke overdrachtsweg voor kruisinfecties (indirect contact)
De kiemen op de huid kan men verdelen in twee groepen:
1. Residente flora= behoren als het ware tot ons lichaam
- Commensalen (beschermende flora)
- Slechts onder bepaalde omstandigheden kunnen ze infecties veroorzaken
- Overleven en vermenigvuldigen zich t.h.v. de huid
- Blijvend karakter
- Op het bovenliggende huidoppervlak
- 10 – 20%: in microscopische huidplooien, openingen en talgklieren,
haarfollikels:
- Aard en hoeveelheid is afhankelijk van een aantal factoren
- Huidzone’s: haren, oksels, liesplooien, perineum, vingernagels
HUID bevat altijd micro-organismen = NOOIT STERIEL!!!
2. Transiënte flora
- Bestaat uit:
Residente flora die naar de oppervlakte groeit
m.o. van personen en voorwerpen uit de omgeving
- Bevindt zich op de oppervlakkige, afschilferende epitheellaag
- ‘Tijdelijk’: overleven kortstondig
- Beperkte periode op cultuur aantoonbaar
- Indien het ecologisch evenwicht van de huid verstoord is kunnen
kiemen koloniseren!
BV: GRAM +
Staphylococcus aureus:
- Resident: neusslijmvlies (perineum) - (7-70% van personeel)
- Transiënt: op de handen van verpleegkundigen (25 tot 68%)
BV: GRAM –
- Op vochtige huid (oksels, perineale streek)
- Bij 20-30% van het ziekenhuispersoneel op de handen (transiënt)
- Overdracht: via fysiek contact (gevoelig aan uitdroging)
We gaan als vpk vooral aandacht besteden aan de transiënte flora
3.2 Handen als overdrachtsweg
Doel handhygiëne: Voorkomen van ziekenhuisinfecties veroorzaakt door een
besmetting via de handen van de verpleegkundige
Overdracht via personeel (primair/secundair)
Via wetenschappelijke onderzoek aangetoond zie handboek
Heeft te maken met kruisinfecties
Het geeft inzicht in:
Verschillende wegen van overdracht van kiemen
Factoren die een rol spelen in het ontstaan van een infectie
Wijze waarop de overdracht voorkomen of onderbroken kan worden
Besmettingsbronnen:
- De patiënt
- Het personeel
- De ziekenhuisomgeving (stof, voeding, water, …)
Overdrachtswegen:
- Via contact (direct/rechtstreeks of indirect/onrechtstreeks)
- Via druppels (droplets)
- Via de lucht (aërogeen)
Ingangspoort en gastheer
Kiemen:
- Aantal: MID = Minimale Infectieuze Dosis
- Virulentie
- Groeisnelheid
- Algemeen (kwetsbare/verzwakte patiënt) en lokaal (wonde, katheter,
onderzoeksmateriaal, …) weerstandsvermogen
, 1.3 Meest voorkomende ziekenhuisinfecties
Komt zeer frequent voor : prevalentie
Zeer belangrijk:
- Morbiditeit
- Mortaliteit
- Kostprijs (therapie/hospitalisatieduur)
Strategieën voor infectiecontrole & preventie
Algemene maatregelen:
- Surveillance
- Algemene voorzorgsmaatregelen
- Bijkomende voorzorgsmaatregelen gebaseerd op de overdrachtsweg
(bronisolatie & protectieve isolatie)
Controle op het gebruik van antibiotica
Specifieke maatregelen ter preventie van:
- Urineweginfecties
- Postoperatieve wondinfecties
- Luchtweginfecties
- Bloedbaaninfecties
, Hoofdstuk 3: handhygiëne
3.1 Huidflora
Handen= belangrijke overdrachtsweg voor kruisinfecties (indirect contact)
De kiemen op de huid kan men verdelen in twee groepen:
1. Residente flora= behoren als het ware tot ons lichaam
- Commensalen (beschermende flora)
- Slechts onder bepaalde omstandigheden kunnen ze infecties veroorzaken
- Overleven en vermenigvuldigen zich t.h.v. de huid
- Blijvend karakter
- Op het bovenliggende huidoppervlak
- 10 – 20%: in microscopische huidplooien, openingen en talgklieren,
haarfollikels:
- Aard en hoeveelheid is afhankelijk van een aantal factoren
- Huidzone’s: haren, oksels, liesplooien, perineum, vingernagels
HUID bevat altijd micro-organismen = NOOIT STERIEL!!!
2. Transiënte flora
- Bestaat uit:
Residente flora die naar de oppervlakte groeit
m.o. van personen en voorwerpen uit de omgeving
- Bevindt zich op de oppervlakkige, afschilferende epitheellaag
- ‘Tijdelijk’: overleven kortstondig
- Beperkte periode op cultuur aantoonbaar
- Indien het ecologisch evenwicht van de huid verstoord is kunnen
kiemen koloniseren!
BV: GRAM +
Staphylococcus aureus:
- Resident: neusslijmvlies (perineum) - (7-70% van personeel)
- Transiënt: op de handen van verpleegkundigen (25 tot 68%)
BV: GRAM –
- Op vochtige huid (oksels, perineale streek)
- Bij 20-30% van het ziekenhuispersoneel op de handen (transiënt)
- Overdracht: via fysiek contact (gevoelig aan uitdroging)
We gaan als vpk vooral aandacht besteden aan de transiënte flora
3.2 Handen als overdrachtsweg
Doel handhygiëne: Voorkomen van ziekenhuisinfecties veroorzaakt door een
besmetting via de handen van de verpleegkundige
Overdracht via personeel (primair/secundair)
Via wetenschappelijke onderzoek aangetoond zie handboek