Fiscaliteit en vermogensbeheer
mogelijke examenvragen
Vraag 1
Wat is een belangrijk kenmerk van converteerbare obligaties dat ze aantrekkelijk maakt
voor beleggers?
A) Ze bieden vaste jaarlijkse dividenduitkeringen, ongeacht de winst van de
onderneming.
B) Ze kunnen worden omgezet in aandelen van de uitgevende vennootschap, wat
potentieel hogere rendementen biedt.
C) Ze zijn uitsluitend beschikbaar voor institutionele beleggers, wat de stabiliteit
vergroot.
D) Ze hebben een looptijd van minder dan één jaar, wat de liquiditeit verhoogt.
Answer: B
Vraag 2
Thesauriebewijzen en depositobewijzen worden vaak gebruikt door financiële instellingen.
Wat is het belangrijkste verschil tussen deze twee financiële instrumenten?
A) Thesauriebewijzen zijn langlopende schuldbewijzen uitgegeven door de overheid,
terwijl depositobewijzen kortlopende schuldbewijzen uitgegeven door bedrijven zijn.
B) Thesauriebewijzen zijn kortlopende schuldbewijzen uitgegeven door de overheid,
terwijl depositobewijzen kortlopende schuldbewijzen uitgegeven door financiële
instellingen zijn.
C) Thesauriebewijzen zijn kortlopende schuldbewijzen uitgegeven door bedrijven,
terwijl depositobewijzen langlopende obligaties uitgegeven door de overheid zijn.
D) Thesauriebewijzen zijn kortlopende schuldbewijzen uitgegeven door financiële
instellingen, terwijl depositobewijzen kortlopende schuldbewijzen uitgegeven door de
overheid zijn.
Answer: B
Vraag 3
Welke van de volgende effecten zijn typisch niet fysiek, maar in boekvorm geregistreerd,
waardoor het eigendom elektronisch wordt bijgehouden?
A) Converteerbare obligaties, omdat ze vaak worden omgezet in fysieke aandelen.
, B) Gedematerialiseerde effecten, die geen fysieke certificaten hebben.
C) Certificaten van aandelen, die altijd in papieren vorm moeten zijn.
D) Kasbons, omdat ze altijd fysieke certificaten hebben.
Answer: B
Vraag 4
Wat is het primaire doel van gemeenschappelijke beleggingsinstellingen, zoals
beleggingsfondsen?
A) Het verstrekken van kortlopende leningen aan bedrijven om hun werkkapitaal te
verbeteren.
B) Het verzamelen van kapitaal van verschillende investeerders en het beleggen in een
gespreide portefeuille om risico's te verminderen.
C) Het beheren van vastgoedportefeuilles voor institutionele beleggers.
D) Het uitgeven van obligaties om langetermijnprojecten te financieren.
Answer: B
Vraag 5
Welke regelgeving is specifiek bedoeld om beleggers te beschermen bij het verstrekken van
financiële diensten en producten?
A) Basel III-akkoorden
B) MiFID (Markets in Financial Instruments Directive)
C) Solvency II-richtlijnen
D) IFRS (International Financial Reporting Standards)
Answer: B
Vraag 6
Welke inkomsten worden beschouwd als belastbare inkomsten in het kader van de
Belgische personenbelasting?
A) Enkel de inkomsten uit arbeid en zelfstandige activiteiten.
B) Enkel de inkomsten uit arbeid, zelfstandige activiteiten en roerende goederen.
C) Inkomsten uit arbeid, zelfstandige activiteiten, roerende goederen, onroerende
goederen, en diverse inkomsten.
D) Enkel de inkomsten uit roerende en onroerende goederen.
Answer: C
mogelijke examenvragen
Vraag 1
Wat is een belangrijk kenmerk van converteerbare obligaties dat ze aantrekkelijk maakt
voor beleggers?
A) Ze bieden vaste jaarlijkse dividenduitkeringen, ongeacht de winst van de
onderneming.
B) Ze kunnen worden omgezet in aandelen van de uitgevende vennootschap, wat
potentieel hogere rendementen biedt.
C) Ze zijn uitsluitend beschikbaar voor institutionele beleggers, wat de stabiliteit
vergroot.
D) Ze hebben een looptijd van minder dan één jaar, wat de liquiditeit verhoogt.
Answer: B
Vraag 2
Thesauriebewijzen en depositobewijzen worden vaak gebruikt door financiële instellingen.
Wat is het belangrijkste verschil tussen deze twee financiële instrumenten?
A) Thesauriebewijzen zijn langlopende schuldbewijzen uitgegeven door de overheid,
terwijl depositobewijzen kortlopende schuldbewijzen uitgegeven door bedrijven zijn.
B) Thesauriebewijzen zijn kortlopende schuldbewijzen uitgegeven door de overheid,
terwijl depositobewijzen kortlopende schuldbewijzen uitgegeven door financiële
instellingen zijn.
C) Thesauriebewijzen zijn kortlopende schuldbewijzen uitgegeven door bedrijven,
terwijl depositobewijzen langlopende obligaties uitgegeven door de overheid zijn.
D) Thesauriebewijzen zijn kortlopende schuldbewijzen uitgegeven door financiële
instellingen, terwijl depositobewijzen kortlopende schuldbewijzen uitgegeven door de
overheid zijn.
Answer: B
Vraag 3
Welke van de volgende effecten zijn typisch niet fysiek, maar in boekvorm geregistreerd,
waardoor het eigendom elektronisch wordt bijgehouden?
A) Converteerbare obligaties, omdat ze vaak worden omgezet in fysieke aandelen.
, B) Gedematerialiseerde effecten, die geen fysieke certificaten hebben.
C) Certificaten van aandelen, die altijd in papieren vorm moeten zijn.
D) Kasbons, omdat ze altijd fysieke certificaten hebben.
Answer: B
Vraag 4
Wat is het primaire doel van gemeenschappelijke beleggingsinstellingen, zoals
beleggingsfondsen?
A) Het verstrekken van kortlopende leningen aan bedrijven om hun werkkapitaal te
verbeteren.
B) Het verzamelen van kapitaal van verschillende investeerders en het beleggen in een
gespreide portefeuille om risico's te verminderen.
C) Het beheren van vastgoedportefeuilles voor institutionele beleggers.
D) Het uitgeven van obligaties om langetermijnprojecten te financieren.
Answer: B
Vraag 5
Welke regelgeving is specifiek bedoeld om beleggers te beschermen bij het verstrekken van
financiële diensten en producten?
A) Basel III-akkoorden
B) MiFID (Markets in Financial Instruments Directive)
C) Solvency II-richtlijnen
D) IFRS (International Financial Reporting Standards)
Answer: B
Vraag 6
Welke inkomsten worden beschouwd als belastbare inkomsten in het kader van de
Belgische personenbelasting?
A) Enkel de inkomsten uit arbeid en zelfstandige activiteiten.
B) Enkel de inkomsten uit arbeid, zelfstandige activiteiten en roerende goederen.
C) Inkomsten uit arbeid, zelfstandige activiteiten, roerende goederen, onroerende
goederen, en diverse inkomsten.
D) Enkel de inkomsten uit roerende en onroerende goederen.
Answer: C