ONTWIKKELINGSPSYCHOLOGIE
Inleiding: situeren in de ontwikkeling
1) Ontwikkelingsfase: 8 ontwikkelingsfasen
Babytijd: 0-1,5 jaar
Peutertijd: 1,5-3 jaar
Kleutertijd: 3-6 jaar
Lagere scholleeftijd: 6-12 jaar
Adolescentie: 12-20 jaar
Jongvolwassenheid: 20-30 jaar
Middenvolwassenheid: 30-40/50 jaar
Hogere leeftijd: > 50 jaar
2) Ontwikkelingslijn/-domein
Ontwikkeling van het vroege ik
- Vroege zelfontwikkeling
- Sociaal-affectieve (zelf)ontwikkeling (Theorie van Emde)
- Separatie/individuatieproces (Theorie van Mahler)
Psychoseksuele ontwikkeling:
- Orale stadium
- Anale stadium
- Oedipale stadium
- Latentie
Gehechtheidsontwikkeling
- Kinderen
- Volwassenen
- Koppel- of paargehechtheid
De ijsberg metafoor
Emoties, motieven, verlangens, innerlijke conflicten, ontwikkelingstaken,…
Beïnvloeden/sturen het gedrag
Per ontwikkelingsfase een ijsbeer op te stellen!
,
,0: BASISPRINCIPES EN PRAKTIJKGERICHTHEID
VAN ONTWIKKELINGSPSYCHOLOGIE
1. De studie van verandering, continuïteit, transformatie en identiteit
Ontwikkelen= veranderen, groeien, transformeren
Vanuit ontwikkelingstaken, –fasen en -interferenties
Roept angst op vastklampen, weerstand
- Cfr. Groeisprong jonge kind
Constantie/continuïteit = belangrijk:
- Kern = identiteit
- Aanpassing mogelijk, angst niet te hoog
Groei bevorderende invloeden: sociale steun, spontaan herstel, veerkracht,
karakter, therapie, culturele draagvlakken,…
Ontwikkelinkspsychologie = de studie van continuïteit en verandering die zich
voordoen doorheen de levensloop:
Veerkracht = het vermogen om, door sterke adaptieve mogelijkheden, in
moeilijke omstandigheden weerstand te kunnen bieden
Kwetsbaarheid = aanlegfactoren (temperament), persoonlijkheidsfactoren
(geringe frustratietolerantie, geringe stresstolerantie) relationele factoren
(onbeschikbaarheid van zorgfiguren, vroege verwaarlozing, …)
Twee manieren om aan ontwikkelingspsychologie te doen:
Cognitieve ontwikkelingspsychologie
- Vanuit functies
- Vb. Motoriek, denken, geweten
- Goede kennis lagere schoolleeftijd
Psychoanalytische ontwikkelingspsychologie
- Vanuit vragen
- Vb. wat betekent kindertijd voor de volwassenen die we worden
- Vb. invloed van vroegere relaties op latere (partner)relaties…
- Goede kennis eerste levensjaren
2. Ontwikkeling wordt beïnvloed door biologische, psychologische en sociale
factoren
Ontwikkeling is het resultaat van de interactie tussen psychologische (P),
sociale (S) en biologische (B) factoren
Verandering één deel = verandering hele systeem
Specialisme én holistische kijk nodig
, 3. Ontwikkelingsgerichte preventie en interventie
Kennis over normale én pathologische ontwikkeling
- Cfr. Wat is normaal? Welk gedrag kunnen we verwachten? Welke
omstandigheden kunnen tot probleem-ontwikkeling leiden?
Waar we vanuit ontwikkelingspsychologisch onderzoek weten dat kinderen
problemen kunnen krijgen: preventie en interventie
- Cfr. Hoe kunnen we dit voorkomen?
- Vb. eerste stappenproject: preventief werken aan veerkracht in
allochtone gezinnen met jonge kinderen tussen 0 en 3 jaar
Ouders helpen kaderen van gedrag binnen ontwikkelinksfase en-taken
(ijsberg)
4. Ontwikkeling is ingebed in een relationele context
Ontwikkeling niet enkel het resultaat van maturatie
Sociaal-emotioneel: de ouder-kindrelatie beïnvloedt de ontwikkeling
- Relationele conflicten over bepaalde ontwikkelingsstappen
- Innerlijke conflicten over bepaalde ontwikkelingsstappen
*psychoanalyse: kennis over vroegste levensfase (ontwikkeling)
*reactie tegen determinisme: kennis over lagere schoolleeftijd (cognitieve
ontwikkelingspsychologie)
*kennis over sociaal-emotionele ontwikkeling (0-6j): kwaliteiten van ouder-kind
relatie die bevorderlijk zijn voor de ontwikkeling (recenter)
Inleiding: situeren in de ontwikkeling
1) Ontwikkelingsfase: 8 ontwikkelingsfasen
Babytijd: 0-1,5 jaar
Peutertijd: 1,5-3 jaar
Kleutertijd: 3-6 jaar
Lagere scholleeftijd: 6-12 jaar
Adolescentie: 12-20 jaar
Jongvolwassenheid: 20-30 jaar
Middenvolwassenheid: 30-40/50 jaar
Hogere leeftijd: > 50 jaar
2) Ontwikkelingslijn/-domein
Ontwikkeling van het vroege ik
- Vroege zelfontwikkeling
- Sociaal-affectieve (zelf)ontwikkeling (Theorie van Emde)
- Separatie/individuatieproces (Theorie van Mahler)
Psychoseksuele ontwikkeling:
- Orale stadium
- Anale stadium
- Oedipale stadium
- Latentie
Gehechtheidsontwikkeling
- Kinderen
- Volwassenen
- Koppel- of paargehechtheid
De ijsberg metafoor
Emoties, motieven, verlangens, innerlijke conflicten, ontwikkelingstaken,…
Beïnvloeden/sturen het gedrag
Per ontwikkelingsfase een ijsbeer op te stellen!
,
,0: BASISPRINCIPES EN PRAKTIJKGERICHTHEID
VAN ONTWIKKELINGSPSYCHOLOGIE
1. De studie van verandering, continuïteit, transformatie en identiteit
Ontwikkelen= veranderen, groeien, transformeren
Vanuit ontwikkelingstaken, –fasen en -interferenties
Roept angst op vastklampen, weerstand
- Cfr. Groeisprong jonge kind
Constantie/continuïteit = belangrijk:
- Kern = identiteit
- Aanpassing mogelijk, angst niet te hoog
Groei bevorderende invloeden: sociale steun, spontaan herstel, veerkracht,
karakter, therapie, culturele draagvlakken,…
Ontwikkelinkspsychologie = de studie van continuïteit en verandering die zich
voordoen doorheen de levensloop:
Veerkracht = het vermogen om, door sterke adaptieve mogelijkheden, in
moeilijke omstandigheden weerstand te kunnen bieden
Kwetsbaarheid = aanlegfactoren (temperament), persoonlijkheidsfactoren
(geringe frustratietolerantie, geringe stresstolerantie) relationele factoren
(onbeschikbaarheid van zorgfiguren, vroege verwaarlozing, …)
Twee manieren om aan ontwikkelingspsychologie te doen:
Cognitieve ontwikkelingspsychologie
- Vanuit functies
- Vb. Motoriek, denken, geweten
- Goede kennis lagere schoolleeftijd
Psychoanalytische ontwikkelingspsychologie
- Vanuit vragen
- Vb. wat betekent kindertijd voor de volwassenen die we worden
- Vb. invloed van vroegere relaties op latere (partner)relaties…
- Goede kennis eerste levensjaren
2. Ontwikkeling wordt beïnvloed door biologische, psychologische en sociale
factoren
Ontwikkeling is het resultaat van de interactie tussen psychologische (P),
sociale (S) en biologische (B) factoren
Verandering één deel = verandering hele systeem
Specialisme én holistische kijk nodig
, 3. Ontwikkelingsgerichte preventie en interventie
Kennis over normale én pathologische ontwikkeling
- Cfr. Wat is normaal? Welk gedrag kunnen we verwachten? Welke
omstandigheden kunnen tot probleem-ontwikkeling leiden?
Waar we vanuit ontwikkelingspsychologisch onderzoek weten dat kinderen
problemen kunnen krijgen: preventie en interventie
- Cfr. Hoe kunnen we dit voorkomen?
- Vb. eerste stappenproject: preventief werken aan veerkracht in
allochtone gezinnen met jonge kinderen tussen 0 en 3 jaar
Ouders helpen kaderen van gedrag binnen ontwikkelinksfase en-taken
(ijsberg)
4. Ontwikkeling is ingebed in een relationele context
Ontwikkeling niet enkel het resultaat van maturatie
Sociaal-emotioneel: de ouder-kindrelatie beïnvloedt de ontwikkeling
- Relationele conflicten over bepaalde ontwikkelingsstappen
- Innerlijke conflicten over bepaalde ontwikkelingsstappen
*psychoanalyse: kennis over vroegste levensfase (ontwikkeling)
*reactie tegen determinisme: kennis over lagere schoolleeftijd (cognitieve
ontwikkelingspsychologie)
*kennis over sociaal-emotionele ontwikkeling (0-6j): kwaliteiten van ouder-kind
relatie die bevorderlijk zijn voor de ontwikkeling (recenter)