Algemene bouw van een cel:
1. Celmembraan
2. Cytoplasma
3. Celkern
Cytoplasma VS extracellulaire vloeistof !!
- Cytoplasma
In de cel
= intracellulaire vloeistof (cytosol) + organellen ( intracellualire = cytosol structuren )
- Extracellulaire vloeistof
Buiten de cel
Interstitiele vloeistof ( extracellulaire vloeistof in een weefsel)
Interstitium
4 functies van het celmembraan:
1. Fysieke grens (intracellulair/extracellulair)
2. Transportfunctie : passief en actief transport door permeabel membraan
3. Gevoeligheid voor omgeving
eerste contact met buitenstaanders= Prikkelbaarheid
4. Structurele Stabililteit
Soorten transport:
1. Passief transport :
Diffusie : Beweging van deeltjes in vloeistof
1. Molec van hoge naar lage conc door pm
( O²; CO2 en ureum)
Osmose: Diffusie van water door een semi-pm
1. afh osm waarde = aantal opgeloste deeltjes/ volume
Filtratie: H20 + stoffen dr membraan
1. afh van hydrostatische druk
2. Actief transport
Energie (ATP = energie id cel) vereist
1. vb Natium kaliumpomp
Endocytose : van buiten naar binnen
1. Fagocytose : vast deeltje-(cel-eten)
2. Pinocytose : vloeistof ( celdrinken)
Exocytose : van binnen naar buiten
,Bouw celmembraan:
- Dubbele laag fosfolipiden
Vet oplosbaar deel wijzen naar elkaar toe
Fosforgroep aan buitenzijde (hydrofiel en barrière voor water oplosbare stoffen)
- Cholesterol moleculen bep. vloeibaarheid
- Eiwitklompjes :
volle of halve breedte van de membraan
Als ijsbergen in de zee
Receptoren
Transport proteïnen
Cel poriën
- Suikers aan buitenzijde : herkenbaarheid
beentjes = vet / rondjes = fosfaten / 2 ovalen = eiwitklompjes
-> natriumkaliumpomp: energie is nodig om de pomp te doen werken
Cilia = trilharen
Bouw: dunne uitstulping van celmembraan
Functie: verplaatsen vloeistof langs oppervlakte
Microvilli
- Vingervormige plooien
- Oppervlakte vergroten
- Brushborder darm (onze darm zit vol met microvillis)
, Samenstelling cytoplasma:
- 80 % H2O (bestaat vnl uit water)
- anorganische stoffen:
mineralen: K , Na , Cl , Ca , ...
spore-elementen: Fe , Cu , ...
- organische stoffen: = 3 bouwstenen
vetten
eiwitten
suikers
- celorganellen
Mitochondrie
- Boonvormige structuur
- Wand bestaat uit twee membranen
- Buitenste gladde membraan
- Binnenste membraan vormt plooien die loodrecht op de lengterichting van
het mitochondrion staan: de christae -> de uitstulpingen die gevormd
worden
Functie mitochondrie:
- Energiecentrales van de cel
- Daar vindt de verbranding van voedingsstoffen plaats
Energiecentrales:
- De meeste cellen vormen ATP via de afbraak van glucose
- Glycolyse = glucose wordt 2 moleculen pyruvaat + 2 moleculen ATP
- In aanwezigheid van zuurstof:
- pyruvaat in mitochondrie opgenomen
- omgezet in acetyl CoA
- citroenzuurcyclus (of krebscyclus)
36 eenheden ATP worden gevormd uit 1 cyclus
-> de rest 60% wordt vrijgesteld als warmte