LEH 4 – Celdeling
VRIJBLIJVENDE OPDRACHT ✔️= 100% zeker (bv. antwoord uit padlet, …)
Zijn de volgende stellingen juist of fout? Motiveer je keuze door het geven van relevante
achtergrondinformatie, ALLE aangehaalde begrippen (in de stelling?) moeten hierbij gekaderd worden.
(niveau 2 = moeilijker niveau vragen)
1. Bij de vorming van gameten vindt uitwisseling van moederlijk en vaderlijk genetisch
materiaal plaats op twee manieren. ✔️
FOUT
Uitwisseling v genetisch materiaal op 2 manieren (tijdens meiose):
o Crossing-over tijdens (profase I &) metafase I: Genen gelegen op zelfde chromosoom
kunnen uitwisselen tss homologe chromosomen binnen chromosoomtetrade
o Toevallige verdeling vd chromosomen tijdens metafase I
leidt tot variatie in de gameten
Vorming v gameten na MITOSE uit gespecialiseerde cellen (2n)
Uitwisseling v moederlijk & vaderlijk genetisch materiaal tijdens bevruchting
= vorming v zygote
2. Somatische en embryonale stamcellen zijn totipotent. ✔️
FOUT
Totipotent: kan uitgroeien tot nieuw individu (alle plant. cellen & bevruchte eicel (tot 4-cellig stadium))
Twee types stamcellen:
Embryonale stamcellen
Pluripotent: kunnen uitgroeien tot eender welk weefseltype,
maar niet tot volledig nieuw individu
Aanwezig in jong embryo
Somatische (volwassen) stamcellen
Multipotent: kunnen uitgroeien tot bepaald celtype
aanmaak v gedifferentieerde somatische cellen v dat weefseltype
Aanwezig in elk weefseltype, bv. bloedcellen in beenmerg
3. Tijdens de anafase II migreren de homologe chromosomen elk naar een andere pool.
FOUT
Tijdens meiose I:
Anafase I: homologe chromosomen migreren elk naar andere pool.
Tijdens meiose II:
Anafase II: chromosomen splitsing thv chromatiden
chromatiden migreren elk naar andere pool
4. Crossing-over treedt op tijdens de telofase II van de meiose.
VRIJBLIJVENDE OPDRACHT ✔️= 100% zeker (bv. antwoord uit padlet, …)
Zijn de volgende stellingen juist of fout? Motiveer je keuze door het geven van relevante
achtergrondinformatie, ALLE aangehaalde begrippen (in de stelling?) moeten hierbij gekaderd worden.
(niveau 2 = moeilijker niveau vragen)
1. Bij de vorming van gameten vindt uitwisseling van moederlijk en vaderlijk genetisch
materiaal plaats op twee manieren. ✔️
FOUT
Uitwisseling v genetisch materiaal op 2 manieren (tijdens meiose):
o Crossing-over tijdens (profase I &) metafase I: Genen gelegen op zelfde chromosoom
kunnen uitwisselen tss homologe chromosomen binnen chromosoomtetrade
o Toevallige verdeling vd chromosomen tijdens metafase I
leidt tot variatie in de gameten
Vorming v gameten na MITOSE uit gespecialiseerde cellen (2n)
Uitwisseling v moederlijk & vaderlijk genetisch materiaal tijdens bevruchting
= vorming v zygote
2. Somatische en embryonale stamcellen zijn totipotent. ✔️
FOUT
Totipotent: kan uitgroeien tot nieuw individu (alle plant. cellen & bevruchte eicel (tot 4-cellig stadium))
Twee types stamcellen:
Embryonale stamcellen
Pluripotent: kunnen uitgroeien tot eender welk weefseltype,
maar niet tot volledig nieuw individu
Aanwezig in jong embryo
Somatische (volwassen) stamcellen
Multipotent: kunnen uitgroeien tot bepaald celtype
aanmaak v gedifferentieerde somatische cellen v dat weefseltype
Aanwezig in elk weefseltype, bv. bloedcellen in beenmerg
3. Tijdens de anafase II migreren de homologe chromosomen elk naar een andere pool.
FOUT
Tijdens meiose I:
Anafase I: homologe chromosomen migreren elk naar andere pool.
Tijdens meiose II:
Anafase II: chromosomen splitsing thv chromatiden
chromatiden migreren elk naar andere pool
4. Crossing-over treedt op tijdens de telofase II van de meiose.