LEH 2 – Genetisch materiaal
VRIJBLIJVENDE OPDRACHT
Zijn de volgende stellingen juist of fout? Motiveer je keuze door het geven van relevante
achtergrondinformatie, ALLE aangehaalde begrippen (in de stelling?) moeten hierbij gekaderd worden.
(niveau 2 = moeilijker niveau vragen)
1. Bij pro- en eukaryoten zit het genetisch materiaal alleen in de chromosomen.
FOUT
Eukaryoten:
DNA in chromosomen in celkern
MAAR ook DNA in mitochondriën (mt-DNA) en plastiden (pt-DNA, enkel in plantencellen)
Prokaryoten:
geen histonen, geen chromosomen
DNA in nucleoïde (circulair)
DNA-plasmiden in cytoplasma
2. Homologe chromosomen komen voor in diploïde cellen (niet in haploïde!) en zijn identiek.
FOUT
Homologe chromosomen = komen per paar voor 2n = diploïd
1 van elke ouder
MAAR zijn niet identiek!
Gelijk in vorm & lengte
bevatten zelfde genen op zelfde plaats (locus)
maar verschillende allelen mogelijk
Haploïde cel: slechts 1 exemplaar v ieder chromosoom
hier kunnen dus geen homologe chromosomen voorkomen
Chromosomen komen in gewone lichaamscellen altijd in paren voor. Elk chromosoom heeft dus een partner die in lengte en vorm
gelijk is maar ze zijn niet identiek aan elkaar.
VRIJBLIJVENDE OPDRACHT
Zijn de volgende stellingen juist of fout? Motiveer je keuze door het geven van relevante
achtergrondinformatie, ALLE aangehaalde begrippen (in de stelling?) moeten hierbij gekaderd worden.
(niveau 2 = moeilijker niveau vragen)
1. Bij pro- en eukaryoten zit het genetisch materiaal alleen in de chromosomen.
FOUT
Eukaryoten:
DNA in chromosomen in celkern
MAAR ook DNA in mitochondriën (mt-DNA) en plastiden (pt-DNA, enkel in plantencellen)
Prokaryoten:
geen histonen, geen chromosomen
DNA in nucleoïde (circulair)
DNA-plasmiden in cytoplasma
2. Homologe chromosomen komen voor in diploïde cellen (niet in haploïde!) en zijn identiek.
FOUT
Homologe chromosomen = komen per paar voor 2n = diploïd
1 van elke ouder
MAAR zijn niet identiek!
Gelijk in vorm & lengte
bevatten zelfde genen op zelfde plaats (locus)
maar verschillende allelen mogelijk
Haploïde cel: slechts 1 exemplaar v ieder chromosoom
hier kunnen dus geen homologe chromosomen voorkomen
Chromosomen komen in gewone lichaamscellen altijd in paren voor. Elk chromosoom heeft dus een partner die in lengte en vorm
gelijk is maar ze zijn niet identiek aan elkaar.