2 Onderzoek 3
2.1 Neurologisch onderzoek 3
Praktische uitvoering 6
2.2 Actief onderzoek 7
2.3 Oriënterend onderzoek (regio bepaling) 7
2.4 Neuromusculair onderzoek (PR3) 7
2.5 Passief onderzoek 11
3 Articulaire Behandeling 12
4 Myofasciaal onderzoek + behandeling 19
4.1 Triggerpoint en stripping 19
4.2 Spierlengtetesten en stretching 21
4.3 Spierkracht en uithouding 22
5 Neuromusculaire behandelstrategieën 22
6 Oefentherapie 24
1 ROM vergroten met mobiliserende oefeningen 24
2 Neuromusculaire controle 26
CasuÏstiek uit PR lessen: 28
PR1: onderzoek en screening radiculopathie 28
PR2: Musculair onderzoek en behandeling 31
PR3 Neuromusculaire Controle 32
PR4 Passieve mobilisaties CWK en TWK 32
PR 5: Actieve revalidatie 34
1 ROM vergroten met oef: 34
2 Neuromusculaire controle: 35
PR 6 Casuïstiek: 37
1
,1 Inleiding
Klinisch redeneren
Hoe Verzamelen, interpreteren en structureren vd informatie
Doel Problemen verhelderen en oplossen obv biomechanische,
gedragswetenschappelijke en kinesitherapeutische kennis
Kenmerken - dynamisch proces
- bepaald door een veelheid aan factoren
- factoren zoals persoonlijkheid therapeut/patiënt
Behandeldoelen Gebaseerd op:
- hulpvraag patiËnt
- bevindingen KO
- verhelpen v stoornissen in /A/ of participatie op KT en LT
- reactiviteit patiënt
- fasen van weefselherstel
Behandelplan Bestaat uit SMART geformuleerde behandeldoelen en
subdoelen
Flowchart casus benadering
Diagnostisch proces = anamnese + klinisch onderzoek ⇒ behandeldoelen + plan
Behandeling = Uitvoeren + regelmatig herevalueren of subdoelen al bereikt zijn.
⇒ zorgt ervoor dat intensiteit adequaat blijft
⇒ zorgt dat doelen of plan kunnen bijgesteld worden
Behandeling
(1) articulaire behandelstrategieën;
(2) myofasciale behandelstrategieën;
(3) neuromusculaire behandelstrategieën en
(4) oefentherapeutische behandelstrategieën.
Oefentherapie = een belangrijk deel van elke behandeling.
Behandelstrategieën aanpassen aan eigenschappen van patiënt:
⇒ hulpvraag, reactiviteit klacht, functiestoornissen, weefselherstel, haalbaarheid
2
,2 Onderzoek
2.1 Neurologisch onderzoek
Enkel uitgevoerd indien er in de anamnese indicatie is voor een neurologische klacht.
Indicaties voor neurologisch onderzoek
Pijn - Niet-pijnlijke sensorische symptomen
beschrijving - Verergerende en verzachtende factoren, die erop wijzen dat pijn
verband houdt met een neurologische laesie
- Geen andere oorzaak (ontsteking / niet-neurale weefselschade)
- Vermoedelijke laesie / ziekte houdt verband met neuropathische pijn,
inclusief een temporele en ruimtelijke relatie representatief voor de
aandoening; omvat paroxysmale pijn bij trigeminusneuralgie.
Pijn Verdeling - komt overeen met de vermoedelijke laesie of ziekte.
Sensorische - Kan zich verder uitstrekken of overlappen met pijnzone
symptomen - Sensorisch verlies is algemeen vereist (geprovoceerd door aanraking)
of men ervaart thermische allodynie.
- Trigger Symptomen bij trigeminusneuralgie = sensorische symptomen
Definitieve = ‘waarschijnlijke neuropathische pijn met bevestigende tests’
neuropatische - bij bevestiging van overeenkomst van laesie locatie met klacht
pijn - definitieve neuropatische pijn = pijn die volledig samengaat met
neuropatische pijn maar niet persé oorzakelijk is;
3
, Schema hypothese radiculaire pijn
Cervicale radiculopathie
Radix In radix ventralis en/of radix dorsalis een neurogene laesie ontstaan.
Arterieel Voorwortel = dubbele voorzien van de aa. radicularis anteriores
Achterwortel = voorzien door de a. radicularis posterior
Neurologisch Sensorisch neurologisch beeld > motorisch neurologisch beeld.
beeld ⇒ Want de posterieure wortel voorziet sensoriek en is minder goed
voorzien van bloed als de anterieure wortel.
Symptomen Cervicaal radiculair syndroom
= Symptomencomplex cervicale radiculopathie
Cluster van Rubinstein (na positieve anamnese)
Wanneer Na anamnese
Indien hypothese= vermoeden van radiculopathie en neuropatische pijn
Bijgevolg Onderzoek om deze hypothese te toetsen:
Hoe (1) je test de patiënt met behulp van de cluster van Rubinstein en
(2) je test de neurologische functie van de zenuwstructuur oftewel de radix.
Cluster ULTT + Tractie CWK + Valsalva + spurling
4