Tijdvak 4 aantekeningen Jort
Handel en nijverheid
Vanaf 1000
- Toename veiligheid
Minder plunderingen van de Vikingen
- Toename van de voedselproductie
Meer ontginning -> land wat eerst niet geschikt was voor landbouw nu wel handig
daarvoor is, boskapping enz. door technische verbetering ook betere
voedselproductie. Ook het drieslagstelsel was effectief.
Gevolgen daarvan:
- Sterke bevolkingsgroei
- Overschotten van voedsel-> toename handel -> opkomst van de steden
Belangrijkste handelsgebieden
- Vlaanderen-> veel handelscontacten met andere landen.
- Italië ligging tussen NW-EU en bij de middellandse zee. Zoals Venetië.
- Hanzesteden, steden die samenwerken met de handel.
Stedelijke burgerij
Opkomst van steden -> meer vrijheid
Welke groepen kregen veel vrijheid?
- Boeren -> trekken naar de stad, omdat ze dan geen herendiensten hoefden te doen,
ze hoefde geen belasting meer te betalen aan de heer
- Stedelijke bewoners (burgers)-> veel handel en ambacht, dat maakte de steden heel
rijk. De hoge adel kon hiervan profiteren want de stad lag in hun gebied en kon
daardoor belasting innen. Inruil voor de belasting kregen ze stadsrechten.
Stadsrechten
- Politieke: eigen bestuur, eigen rechtspraak, eigen verdediging
- Economisch: jaarmarkt, tolheffing, gilden oprichten
Stadsbestuur
- Zaten patriciërs (rijke kooplieden)
- Gilden kregen ook steeds meer invloed (samenwerking tussen ambachtslieden)
De macht van de paus
Geestelijke macht (geloof) VS wereldlijke macht (bestuur en rechtspraak).
Oost-Europa 1054:
- Patriarch van Constantinopel (leider van de kerk) weigert gezag van de paus te
erkennen-> Schisma. Afscheiding van de katholieke kerk van Rome en Grieks-
orthodoxe kerk van het oosten.
Duitse rijk:
Staat de keizer boven aan. Aan daar is het feodale stelsel nog actief. Hij wil een bisschop als
leenman, die was het meeste te vertrouwen. Dit leidt tot ruzie tussen keizer en de paus. Ook
wel de investituursstrijd tussen hendrik III en paus Gregorius VII. In het concordaat van
Worms-> mag de paus de bisschoppen benoemen, keizer kan ze daarna wereldlijke macht
geven en als leenman aanstellen.
De kruistochten
Handel en nijverheid
Vanaf 1000
- Toename veiligheid
Minder plunderingen van de Vikingen
- Toename van de voedselproductie
Meer ontginning -> land wat eerst niet geschikt was voor landbouw nu wel handig
daarvoor is, boskapping enz. door technische verbetering ook betere
voedselproductie. Ook het drieslagstelsel was effectief.
Gevolgen daarvan:
- Sterke bevolkingsgroei
- Overschotten van voedsel-> toename handel -> opkomst van de steden
Belangrijkste handelsgebieden
- Vlaanderen-> veel handelscontacten met andere landen.
- Italië ligging tussen NW-EU en bij de middellandse zee. Zoals Venetië.
- Hanzesteden, steden die samenwerken met de handel.
Stedelijke burgerij
Opkomst van steden -> meer vrijheid
Welke groepen kregen veel vrijheid?
- Boeren -> trekken naar de stad, omdat ze dan geen herendiensten hoefden te doen,
ze hoefde geen belasting meer te betalen aan de heer
- Stedelijke bewoners (burgers)-> veel handel en ambacht, dat maakte de steden heel
rijk. De hoge adel kon hiervan profiteren want de stad lag in hun gebied en kon
daardoor belasting innen. Inruil voor de belasting kregen ze stadsrechten.
Stadsrechten
- Politieke: eigen bestuur, eigen rechtspraak, eigen verdediging
- Economisch: jaarmarkt, tolheffing, gilden oprichten
Stadsbestuur
- Zaten patriciërs (rijke kooplieden)
- Gilden kregen ook steeds meer invloed (samenwerking tussen ambachtslieden)
De macht van de paus
Geestelijke macht (geloof) VS wereldlijke macht (bestuur en rechtspraak).
Oost-Europa 1054:
- Patriarch van Constantinopel (leider van de kerk) weigert gezag van de paus te
erkennen-> Schisma. Afscheiding van de katholieke kerk van Rome en Grieks-
orthodoxe kerk van het oosten.
Duitse rijk:
Staat de keizer boven aan. Aan daar is het feodale stelsel nog actief. Hij wil een bisschop als
leenman, die was het meeste te vertrouwen. Dit leidt tot ruzie tussen keizer en de paus. Ook
wel de investituursstrijd tussen hendrik III en paus Gregorius VII. In het concordaat van
Worms-> mag de paus de bisschoppen benoemen, keizer kan ze daarna wereldlijke macht
geven en als leenman aanstellen.
De kruistochten