Deel 1: een lied aanleren
1. Liedanalyse
- Notenbeeld + bron
- Kenmerken goed kleuterlied?
- Hoeveel notenlied beginsituatie
- Vorm (met letters in lied aanduiden)
- Pijlen voor klappen van de maat moeilijke plaatsen
- Opmaat?
1. Luisterfase
Vragen over de test
- Concrete vragen
- Zing het lied volledig
- Prenten (1 voor elk deel indien van toepassing)
Maat of maataccenten beleven
- Klappen
- Body- percussie
- Nabootsinstrumenten (spelen in de lucht)
- Een beweging in het thema
1. Zingfase
Wisselzang
- Sturen met de prenten
- Logische opbouw (eerst gemakkelijkste deel, dan verder opbouwen)
- Wie niet zingt, luistert
1. Verwerkingsfase
Zeker 3 spelletjes
- Materiaal
- Bewegen
- Niveau
- Doelstellingen
- Bouwstenen
, De beste manier om succesvol een lied aan te leren in
de kleuterklas
1. Maak een liedanalyse van je keuzelied.
- Voldoet het aan ALLE eigenschappen van “Een goed kleuterlied”?
1. Leer het lied perfect én uit het hoofd zingen.
Je ervaart nu misschien zelf moeilijke plaatsen. Besteed hier extra
aandacht aan bij de kleuters. Niet door te zeggen dat het moeilijk is,
maar door extra herhaling te voorzien.
2. Fase 1 “lied aanleren”: luisterfase Bedenk een aantal manieren, die bij
jouw lied passen, om het lied minstens 10 keer te kunnen zingen
terwijl de kls ‘iets’ DOEN. (vragen stellen, diertjes plaatsen, fruit tellen,
maat tikken, iets waarover je zingt aanduiden op een prent enz.)
3. Fase 2 “lied aanleren”: zingfase Bedenk hoe je, passend bij jouw lied de
kleuters kan aanzetten tot correct (mee)zingen.
- Vb 1. Het tweede rijmwoord ‘lip’ je mee, maar de kls zingen het.
- Vb 2. Woorden (of korte zinnen) die steeds herhaald worden in het lied,
laat je de kls zingen.
- Vb 3. Kies prenten –aansluitend bij de vorm van het lied- zodat de
kleuters weten welk deeltje ze moeten zingen.
- Vb 4 Beeld het lied uit. Enz…
(Hou er rekening mee dat je in realiteit LANG in deze fase zal blijven, nl.
tot de kls het lied volledig zelfstandig kunnen zingen. Zorg dus voor veel
afwisseling, enthousiasme én hou het speels.)
1. Fase 3 “lied aanleren”: verwerkingsfase Zoek minstens 2 liedgebonden
verwerkingen:
- speel er een spel mee (Zoals spelen met een lied)
- ga aan de slag met woordritmen (woorden uit het lied!)
- ga aan de slag met woordritmen (woorden uit het lied!)
- ga musiceren en maak een muzikale vorm (vb ABACADA) waarbij A
telkens het lied is dat gezongen wordt
- Blijf enthousiast en blijf herhalen, kleuters houden ervan.
1. Wil je jouw thema nog verder muzikaal uitwerken, maar het lied
loslaten? (= ‘niet liedgebonden verwerkingen’)
- Noteer alles in een overzichtelijke lesfiche.
- Een partituur van het lied is hierbij STEEDS aanwezig.
- Noteer je concept bovenaan zodat je je in één oogopslag weet aan welk
concreet doel je werkt en op welke bouwsteen je focus ligt.
1. Liedanalyse
- Notenbeeld + bron
- Kenmerken goed kleuterlied?
- Hoeveel notenlied beginsituatie
- Vorm (met letters in lied aanduiden)
- Pijlen voor klappen van de maat moeilijke plaatsen
- Opmaat?
1. Luisterfase
Vragen over de test
- Concrete vragen
- Zing het lied volledig
- Prenten (1 voor elk deel indien van toepassing)
Maat of maataccenten beleven
- Klappen
- Body- percussie
- Nabootsinstrumenten (spelen in de lucht)
- Een beweging in het thema
1. Zingfase
Wisselzang
- Sturen met de prenten
- Logische opbouw (eerst gemakkelijkste deel, dan verder opbouwen)
- Wie niet zingt, luistert
1. Verwerkingsfase
Zeker 3 spelletjes
- Materiaal
- Bewegen
- Niveau
- Doelstellingen
- Bouwstenen
, De beste manier om succesvol een lied aan te leren in
de kleuterklas
1. Maak een liedanalyse van je keuzelied.
- Voldoet het aan ALLE eigenschappen van “Een goed kleuterlied”?
1. Leer het lied perfect én uit het hoofd zingen.
Je ervaart nu misschien zelf moeilijke plaatsen. Besteed hier extra
aandacht aan bij de kleuters. Niet door te zeggen dat het moeilijk is,
maar door extra herhaling te voorzien.
2. Fase 1 “lied aanleren”: luisterfase Bedenk een aantal manieren, die bij
jouw lied passen, om het lied minstens 10 keer te kunnen zingen
terwijl de kls ‘iets’ DOEN. (vragen stellen, diertjes plaatsen, fruit tellen,
maat tikken, iets waarover je zingt aanduiden op een prent enz.)
3. Fase 2 “lied aanleren”: zingfase Bedenk hoe je, passend bij jouw lied de
kleuters kan aanzetten tot correct (mee)zingen.
- Vb 1. Het tweede rijmwoord ‘lip’ je mee, maar de kls zingen het.
- Vb 2. Woorden (of korte zinnen) die steeds herhaald worden in het lied,
laat je de kls zingen.
- Vb 3. Kies prenten –aansluitend bij de vorm van het lied- zodat de
kleuters weten welk deeltje ze moeten zingen.
- Vb 4 Beeld het lied uit. Enz…
(Hou er rekening mee dat je in realiteit LANG in deze fase zal blijven, nl.
tot de kls het lied volledig zelfstandig kunnen zingen. Zorg dus voor veel
afwisseling, enthousiasme én hou het speels.)
1. Fase 3 “lied aanleren”: verwerkingsfase Zoek minstens 2 liedgebonden
verwerkingen:
- speel er een spel mee (Zoals spelen met een lied)
- ga aan de slag met woordritmen (woorden uit het lied!)
- ga aan de slag met woordritmen (woorden uit het lied!)
- ga musiceren en maak een muzikale vorm (vb ABACADA) waarbij A
telkens het lied is dat gezongen wordt
- Blijf enthousiast en blijf herhalen, kleuters houden ervan.
1. Wil je jouw thema nog verder muzikaal uitwerken, maar het lied
loslaten? (= ‘niet liedgebonden verwerkingen’)
- Noteer alles in een overzichtelijke lesfiche.
- Een partituur van het lied is hierbij STEEDS aanwezig.
- Noteer je concept bovenaan zodat je je in één oogopslag weet aan welk
concreet doel je werkt en op welke bouwsteen je focus ligt.