van organisatie en management
Hoofdstuk 3 Strategisch Management
Oefenvragen afkomstig uit de digitale leeromgeving van Prepzone met bijbehorende
uitleg of theorie
,Oefentoets 1
Welke persoon wordt beschouwd als de grondlegger van het begrip 'strategisch management'?
A. Gary Hamel
B. Michael Porter
C. Henry Mintzberg
D. Igor Ansoff
De belangrijke grondlegger van het begrip strategisch management is Igor Ansoff met zijn boek
Corporate Strategy uit 1965.
Dwarsfluit is een gespecialiseerde audiozaak waar de muziekliefhebber cd's, lp's en mp3's kan
bestellen via internet. Zij specialiseren zich door 'off-mainstream' muziekaanbod en de nieuwste
muzikanten (die vaak via internet gevonden worden) een platform te bieden zodat zij zich kunnen
onderscheiden van de grote massa.
Hoe komt het dat een kleine aanbieder het op kan nemen tegen de grote gevestigde merken
(labels)?
A. De grote merken (labels) hebben geen oog voor nieuwe artiesten, waarvan de verkoopcijfers
nog onbekend zijn.
B. De grote merken (labels) blijven lang op hun klassieke strategische benadering toepassen
en zijn niet innovatief.
C. Grote merken (labels) hebben geen actuele en/of gebruiksvriendelijke webshop.
D. Een klein merk (label) als Dwarsfluit kan zich door zijn pakkende naam onderscheiden.
Grote merken (labels) houden lang vast aan de klassieke strategie. De andere antwoorden zijn
gevolgen daarvan.
Welk type manager past bij een productgroep die is aangemerkt als cash cow, volgens de BCG-
matrix?
A. een ondernemer
B. een beheerder
C. een innovator
D. een afbouwer
Om lang van een cash cow te profiteren en de cashflow optimaal te houden zal het bedrijf de kosten
voor productie minimaliseren. Daarvoor is het type beheerder-manager nodig.
, Stelling:
Bij een intern onderzoek vanuit functionele gebieden wordt per functioneel gebied een aantal
aspecten beoordeeld.
A. juist
B. onjuist
Per functioneel gebied wordt een aantal relevante items beoordeeld. Bij marketing zijn dit
bijvoorbeeld imago, marktaandeel, kwaliteit dienstverlening en de distributie.
Stelling:
Vanwege de hoge marktgroei is de kans op een toename van de concurrentie vooral bij een cash cow
in de BCG-matrix erg groot.
A. juist
B. onjuist
Bij een cash cow is sprake van een lage marktgroei.
Een bedrijf dat zuivel produceert, heeft een relatief marktaandeel dat groter is dan 1, terwijl de
marktgroei laag is. Welk gevolg heeft dit volgens het klassieke portfoliomodel van de Boston
Consulting Group voor de investeringsstrategie van dit bedrijf?
A. investeren om het marktaandeel op peil te houden
B. desinvesteren en afbouwen
C. beschermen en verder investeren
D. investeren of desinvesteren