SAMENVATTING 8.1 – BINNENWANDEN
DUURZAAMHEID: RUWBOUW VS AFBOUW
Gelaagdheid van gebouw = gebouw bestaat uit verschillende onderdelen en die hebben elk een
verschillende levensduur
Meer aandacht geven aan onderdelen die langer moeten meegaan
Toekomstgericht ontwerpen = aanpasbaar ontwerpen
Cumulatieve kost = hoe sneller je delen moet vervangen, hoe meer
de totale kost (van gebouw) oploopt
BEGRIPPEN
Dragende wanden
= zijn deel van structuur van gebouwen + brengen krachten over
Niet-dragende wanden
= zijn geen deel van structuur van gebouw + mogen geen krachten overbrengen
Buitenwanden
= vormen scheiding tussen binnen en buiten + kunnen dragend of niet-dragend zijn
Binnenwanden
= vormen scheiding tussen 2 binnenruimtes + kunnen dragend of niet-dragend zijn
Niet-dragende binnenwanden
= zijn geen deel van structuur van gebouw + mogen geen krachten overbrengen + vormen
scheiding tussen 2 binnenruimtes
Voorzetwanden
= wanden die voor een andere wand staan + zijn nooit dragend
,Drager
= structuur in wand
- Draagt enkel zichtzelf, afwerking en wat aan wand hangt
- Nat of droog
- Metselwerk/ houten latwerk/ metalstuds
(metselwerk is nat, de rest droog)
Afwerking
= zichtbare buitenzijde
- Nat of droog
- Pleister/beplating
AANDACHTSPUNTEN
- Stabiliteit
- Brand
- Akoestiek
- Condensatie
- Voorzetwanden
STABILITEIT
Zware binnenwanden vs lichte binnenwanden
Onderliggende structuur moet gewicht kunnen dragen
Niet-dragende wanden
- Spatie tussen wand en bovengelegen vloerstructuur
- Voldoende spatie zodat vloer na doorbuigen niet op wand zal steunen = 10-20mm (geen
mortel want dan zal vloer toch steunen op wand)
Drager
- Draagt zichtzelf + afwerking + toestellen/meubels die aan wand hangen
,Hoe zwaar is te zwaar?
Afhankelijk van type structuur
- Massiefbouw
o Lijnlast > 300kg/m of 300kN/m → apart toe te voegen in stabiliteitsberekening
o Lijnlast < 300kg/m of 300 kN/m → apart toe te voegen in stabiliteitsberekening
- Houtskeletbouw of andere lichte structuren
o Lijnlast bijna altijd toe te voegen in stabiliteitsberekening
BRAND
Brandreactie: Fase 1 en 2 (ontstaan van brand)
- Wand mag niet bijdragen aan ontstaan en ontwikkeling vuur en rook
- Klasse A1, A2, B, C, D, E, F (Europees)
OF
Klasse A0, A1, A2, A3, A4 (Belgisch)
- Rook: s
- Brandbare druppels: d
Brandweerstand: fase 3 (stagnatie)
- Compartimenteringswanden mogen niet-dragende wanden zijn
- Evacuatie toelaten (trappenhuis heeft strengere eisen)
- EI30, EI60, EI120
AKOESTIEK
Geluidsisolatie = beperken van het binnendringen van geluid van buitenaf
- Meer gewicht = minder trilling doorgeven
- Massa-veer-massa = trilling wordt niet/minder doorgegeven
- Geluidsabsorptie in wand = geluid sterft uit in wand
, 1 = driekamertransmissie
Wand zendzijde tril → geluidsafgifte in spouw → wand ontvangstzijde trilt →
geluidsafgifte in ontvangstruimte
2 = massa-veer-massatransmissie
Wand zendzijde trilt → verend materiaal in spouw trilt → wand
ontvangstzijde trilt → geluidsafgifte in ontvangstruimte
3 = structurele transmissie
Trilling wordt rechtsreeks doorgegeven
Geluidsabsorptie = smoren geluid in ruimte
- Gebeurt door afwerking
- Holtes creëren waarin geluidsgolven vastlopen
- Zachte materialen (vb: houtvezels + cement, eierdozen…)
- Niet: gladde oppervlakken die geluidsgolven weerkaatsen + NIET absorberen
CONDENSATIE
Scheiding vochtige en droge ruimtes
- Wand = kouder dan lucht
Damp zal condenseren in/op wand
Dampdichting aan vochtige zijde
Dampopen afwerken aan droge zijde (indien mogelijk)
Vb: wand tussen badkamer en gang
- Voorkomen van doorboringen in dampscherm
Vooral in houtskeletbouw noodzakelijk
Door stopcontacten, toevoerleidingen, afvoerleidingen, armaturen,
bevestigingspunten
Holte creëren aan binnenzijde van dampscherm waar technieken geplaatst
kunnen worden
Vb: leidingenspouw
DUURZAAMHEID: RUWBOUW VS AFBOUW
Gelaagdheid van gebouw = gebouw bestaat uit verschillende onderdelen en die hebben elk een
verschillende levensduur
Meer aandacht geven aan onderdelen die langer moeten meegaan
Toekomstgericht ontwerpen = aanpasbaar ontwerpen
Cumulatieve kost = hoe sneller je delen moet vervangen, hoe meer
de totale kost (van gebouw) oploopt
BEGRIPPEN
Dragende wanden
= zijn deel van structuur van gebouwen + brengen krachten over
Niet-dragende wanden
= zijn geen deel van structuur van gebouw + mogen geen krachten overbrengen
Buitenwanden
= vormen scheiding tussen binnen en buiten + kunnen dragend of niet-dragend zijn
Binnenwanden
= vormen scheiding tussen 2 binnenruimtes + kunnen dragend of niet-dragend zijn
Niet-dragende binnenwanden
= zijn geen deel van structuur van gebouw + mogen geen krachten overbrengen + vormen
scheiding tussen 2 binnenruimtes
Voorzetwanden
= wanden die voor een andere wand staan + zijn nooit dragend
,Drager
= structuur in wand
- Draagt enkel zichtzelf, afwerking en wat aan wand hangt
- Nat of droog
- Metselwerk/ houten latwerk/ metalstuds
(metselwerk is nat, de rest droog)
Afwerking
= zichtbare buitenzijde
- Nat of droog
- Pleister/beplating
AANDACHTSPUNTEN
- Stabiliteit
- Brand
- Akoestiek
- Condensatie
- Voorzetwanden
STABILITEIT
Zware binnenwanden vs lichte binnenwanden
Onderliggende structuur moet gewicht kunnen dragen
Niet-dragende wanden
- Spatie tussen wand en bovengelegen vloerstructuur
- Voldoende spatie zodat vloer na doorbuigen niet op wand zal steunen = 10-20mm (geen
mortel want dan zal vloer toch steunen op wand)
Drager
- Draagt zichtzelf + afwerking + toestellen/meubels die aan wand hangen
,Hoe zwaar is te zwaar?
Afhankelijk van type structuur
- Massiefbouw
o Lijnlast > 300kg/m of 300kN/m → apart toe te voegen in stabiliteitsberekening
o Lijnlast < 300kg/m of 300 kN/m → apart toe te voegen in stabiliteitsberekening
- Houtskeletbouw of andere lichte structuren
o Lijnlast bijna altijd toe te voegen in stabiliteitsberekening
BRAND
Brandreactie: Fase 1 en 2 (ontstaan van brand)
- Wand mag niet bijdragen aan ontstaan en ontwikkeling vuur en rook
- Klasse A1, A2, B, C, D, E, F (Europees)
OF
Klasse A0, A1, A2, A3, A4 (Belgisch)
- Rook: s
- Brandbare druppels: d
Brandweerstand: fase 3 (stagnatie)
- Compartimenteringswanden mogen niet-dragende wanden zijn
- Evacuatie toelaten (trappenhuis heeft strengere eisen)
- EI30, EI60, EI120
AKOESTIEK
Geluidsisolatie = beperken van het binnendringen van geluid van buitenaf
- Meer gewicht = minder trilling doorgeven
- Massa-veer-massa = trilling wordt niet/minder doorgegeven
- Geluidsabsorptie in wand = geluid sterft uit in wand
, 1 = driekamertransmissie
Wand zendzijde tril → geluidsafgifte in spouw → wand ontvangstzijde trilt →
geluidsafgifte in ontvangstruimte
2 = massa-veer-massatransmissie
Wand zendzijde trilt → verend materiaal in spouw trilt → wand
ontvangstzijde trilt → geluidsafgifte in ontvangstruimte
3 = structurele transmissie
Trilling wordt rechtsreeks doorgegeven
Geluidsabsorptie = smoren geluid in ruimte
- Gebeurt door afwerking
- Holtes creëren waarin geluidsgolven vastlopen
- Zachte materialen (vb: houtvezels + cement, eierdozen…)
- Niet: gladde oppervlakken die geluidsgolven weerkaatsen + NIET absorberen
CONDENSATIE
Scheiding vochtige en droge ruimtes
- Wand = kouder dan lucht
Damp zal condenseren in/op wand
Dampdichting aan vochtige zijde
Dampopen afwerken aan droge zijde (indien mogelijk)
Vb: wand tussen badkamer en gang
- Voorkomen van doorboringen in dampscherm
Vooral in houtskeletbouw noodzakelijk
Door stopcontacten, toevoerleidingen, afvoerleidingen, armaturen,
bevestigingspunten
Holte creëren aan binnenzijde van dampscherm waar technieken geplaatst
kunnen worden
Vb: leidingenspouw