Bronnen............................................................................................................................................ 2
Basisbeginselen............................................................................................................................... 3
RECHT............................................................................................................................................... 4
Exceptie van ontoelaatbaarheid................................................................................................... 4
Eis en verweer..............................................................................................................................5
Geschil en geding.........................................................................................................................5
Gedingregels................................................................................................................................ 6
Termijnen: toepassingsgebied......................................................................................................6
Termijnen: soorten........................................................................................................................6
Termijnen: vaststelling.................................................................................................................. 7
Termijnberekenings: aanvang...................................................................................................... 7
Termijnberekening: maanden of jaren.......................................................................................... 8
Termijnberekening: kennisgeving................................................................................................. 9
Exceptie van nietigheid................................................................................................................ 9
Rechterlijke organisatie.............................................................................................................. 11
Rechterlijke organisatie (RB - schema):.....................................................................................13
Het vredegerecht.................................................................................................................. 13
De politierechtbank...............................................................................................................14
De verschillende partijen...................................................................................................... 15
Rechtbank van eerste aanleg...............................................................................................17
Ondernemingsrechtbank...................................................................................................... 19
Arbeidsrechtbank................................................................................................................. 20
Arrondissementsrechtbank...................................................................................................21
INTERMEZZO hoven - openbaar ministerie........................................................................ 21
Hof van Assisen................................................................................................................... 23
Hof van Cassatie.................................................................................................................. 25
Hoge raad voor de justitie.......................................................................................................... 26
Magistratuur............................................................................................................................... 27
Onafhankelijkheid van de rechter...............................................................................................28
Medewerkers gerecht.................................................................................................................28
De gerechtsdeurwaarder............................................................................................................29
De advocaat............................................................................................................................... 30
1
,Gerechtelijk recht
Begripsomschrijving
Art. 6 EVRM => Recht op een eerlijk proces
(EVRM = Het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens)
Iedereen heeft recht op een rechterlijke oplossing voor zijn geschil dwz recht op proces, recht op
advocaat, recht om naar de rechter te kunnen gaan (= toegang tot de rechter)
Gerechtelijk recht = rechtsregels met betrekking tot de effectuering (effect krijgen) van
materieelrechtelijke aanspraken
Je vertrekt vanuit het materieel recht → Wanneer het materieel recht geschonden wordt komt het
gerechtelijk recht naar boven
Voorbeeld :
DOEL: probleem oplossen
→ er is materieel recht, daar is iets mis mee
= dat je haalt uit de wet
Materieel recht ≠ oplossing voor het NIET gebeuren BV. niet betalen
=> gerechtelijk recht
~ zorgen dat het probleem opgelost raakt BV. dagvaarden
Recht op betaling -----------------------------> betaald niet -----------------------------> dagvaarden
(= materieel recht) (= probleem) (= Ger. Recht)
Bronnen
1) Internationale regels
● Hoogste in de hiërarchie => alle lidstaten moeten zich hieraan houden
● Belgische regels gelden enkel binnen de grenzen => kan enkel handelen binnen eigen
grenzen
● Verdragen: Art. 6 EVRM
● Europese verordeningen (= juridische regels die rechtstreeks van toepassing zijn op alle
lidstaten van de Europese Unie (EU))
2) Grondwet
● Rechterlijke macht + fundamentele waarborgen
● Grondwet staat in publiek recht
● Voor België staat de grondwet het hoogste
2
, 3) Gerechtelijk wetboek (Ger. W.)
● Basis = het Napoleontisch recht
● Sinds 1967
● wettelijk document dat de procedures en regels vaststelt die van toepassing zijn op het
Belgische gerechtelijk systeem
Basisbeginselen
● Grondrechten: recht van verdediging
● Toegang tot het recht: Art. 6 EVRM
○ Voor alle mogelijke geschillen
● Onafhankelijk en onpartijdig gerecht
○ De rechter mag geen vooroordelen hebben
● Eerlijk en openbaar proces
● Tegenspraak
○ Basis = superbelangrijk
○ Ten allen tijde de kans krijgen om je te verweren
○ Eigen aan burgerlijke procedure (gebeurt niet in het strafrecht)
○ Verschil met Amerikaanse systeem:
- Wij = continentaal systeem: leunt op wetten
- Amerika = precedentenrecht: leunt op gelijkaardige zaken → rechtspraak
○ Mogelijkheid
- Als je beslist om niet naar de zitting te gaan, kan je bij verstek worden
veroordeelt
○ Op elk moment proces
○ Soms kan het niet
- Heel uitzonderlijk = eenzijdige procedure (als tegenspraak niet aanwezig is)
- Enkel bij toelating van de rechter!
● Procesgelijkheid
○ De manier waarop we met elkaar omgaan in een rechtbank als procespartijen (als
procespartij is iedereen gelijk)
○ Materieel recht => ongelijke partijen (bv. huurder - verhuurder)
○ Gerechtelijk recht => gelijke partijen
● Partijautonomie
○ = beschikkingsbeginsel
○ wie zit aan het stuur van een procedure van het burgerlijk proces recht ?
○ => partijen (zetten grenzen uit waar binnen de rechter kan handelen en de rechter
moet die grenzen respecteren)
3