Prof. W. Meersseman
Inhoud
1. Algemene vragen...................................................................................................................................... 1
2. Casussen................................................................................................................................................... 2
3. Meerkeuzevragen..................................................................................................................................... 3
1.Algemene vragen
o Bespreek acute nierinsufcicnëe.
o Bespreek epilepsie (klinische vormen, symptomen, diagnose).
o Bespreek hemolyësche anemie.
o Wat zijn de oorzaken en behandeling van diepe veneuze trombose en longembool?
o Bespreek het begrip creaënine.
o Bespreek lymfoom. (Bijvraag over symptomen; nachtzweten, koorts)
o Wat zijn de oorzaken en behandeling van hypoglycemie?
o Bespreek chronische nierinsufcicnëe.
o Bespreek Diabetes mellitus type 2.
o Bespreek osteoporose.
o Wat zijn de klinische gevolgen van een verhoogd urinezuur en hoe behandel je?
o Wat zijn de symptomen van nierstenen? Hoe kan men recidieven voorkomen en hoe behandelt
men ze?
o Bespreek ferriprieve anemie.
o Bespreek panhypofysaire insufcicnëe.
o Bespreek het verschil tussen secundaire en idiopathische osteoporose.
o Bespreek de behandeling van hyperlipidemie.
o Bespreek het verloop en de behandeling van prostaatkanker
o Bespreek chronische nierinsufcicnëe.
o Bespreek diverëculiës.
o Bespreek hypogonadisme bij de vrouw.
o Bespreek de ziekte van Kahler.
o Bespreek lupus.
o Bespreek de oorzaken van ferëliteit bij de vrouw?
o Bespreek de normale fysiologie van het suikermetabolisme.
o Welke GM mag je niet nemen bij nierinsufcicnëe?
o Bespreek het klinisch beeld + behandeling van levercirrhose
o Negaëeve klinische gevolgen van atheromatose
o Bespreek psoriasis.
o Behandeling diabetes type 2 (welk GM wordt meestal voorgeschreven en welke andere opëes
zijn er?)
o Oorzaken van hypogonadisme en inferëliteit bij de man.
o Leg uit: creaënineklaring.
1