Criteria: meer dan 1 overschrijden gedurende 2 opeenvolgende boekjaren en dan vol schema, anders verkort:
- Gemiddeld personeelsbestand: 50
Dus gemiddelde over 12 maanden
- Jaaromzet exclusief BTW: 9 miljoen
Als het niet over 12 maanden is 9 milj * (x/12)
Als van de recurrente opbrengsten meer dan 50% NIET de omzet is dan de volledige recurrente opbrengsten gebruiken ipv enkel de omzet om te
vergelijken met het criterium van 9 miljoen voor de jaaromzet
- Balanstotaal: 4,5 miljoen
ALS HET GAAT OVER EEN BEURSGENOTEERDE ONDERNEMING MOET DIE SWS VOL SCHEMA GEBRUIKEN OOKAL HEEFT DIE NIET MEER DAN 1 CRITERIA
OVERSCHREDEN
Bij dochter en moederonderneming:
- Elke dochteronderneming moet gwn op de individuele manier worden beoordeelt
- Alle moederondernemingen kunnen op 2 manieren worden beoordeeld:
Optelsom van alle jaaromzeten van alle ondernemingen en optelsom van alle balanstotalen en vergeleken met de criteria vermeerderd met
20% jaaromzet van 10,8 miljoen en een balanstotaal van 5,4 miljoen
Optelsom van alle jaaromzeten van alle ondernemingen en optelsom van alle balanstotalen van alle ondernemingen en verminderd met
oftewel de intercompan omzet of intercompan balans en dit vergelijken met de gewone criteria
- Als het gaat over een consortum (bedrijven met de zelfde hoofd aandeelhouder of zelfde bestuursorgaan) moeten allemaal via moederbedrijven
worden beoordeelt
Criteria voor micro schema:
- Gemiddeld personeelsbestand: 10
Dus gemiddelde over 12 maanden
- Jaaromzet exclusief BTW: 700 000 EUR
Als het niet over 12 maanden is 700 000 * (x/12)
Als van de recurrente opbrengsten meer dan 50% NIET de omzet is dan de volledige recurrente opbrengsten gebruiken ipv enkel de omzet om te
vergelijken met het criterium van 700 000 EUR voor de jaaromzet
1
, - Balanstotaal: 350 000 EUR
ALS HET GAAT OVER EEN DOCHTER OF MOEDERONDERNEMING OF EEN ONDERNEMING IN EEN CONSORTIUM OF OVER EEN BEURS GENOTEERDE
ONDERNEMING KAN HET SWS GEEN MICROSCHEMA ZIJN
Hoofdstuk 3
Een verkoop/aankoop bestaat altjd uit 2 journaalposten (ook al is het direct contant betaalt):
- De verkoop/ aankoop
- Het betalen
Wat gebeurt er A P K O
Je betaalt iets Daalt (kas of R/C) Daalt (de schuld)
Je krijgt meer EV Stjgt (kas of R/C) Stjgt (eigen vermogen)
(aandeelhouders geven geld)
een schuldenaar wordt Daalt (de schuld)
partner van de zaak Stjgt (schuld verandert in
eigen vermogen
Personeelskost Daalt (via bank of kas Daalt (EV daalt met de kost: Stjgt (personeelskost) wordt
betaalt) personeelskost) opgenomen bij P onder EV
verminderen
HG aankopen Stjgt (meer Stjgt (schuld tov leverancier)
handelsgoederen)
HG worden verkocht Stjgt (de kas als er Stjgt (eigen vermogen) Stjgt (verkopen van HG)
onmiddellijk een deel wordt
betaalt en ook de
vorderingen: wat de klant
nog moet betalen)
Levering van HG die worden Daalt (de voorraad daalt) Daalt (eigen vermogen door Stjgt (wijziging van de
verkocht stjging kost) voorraad met de
aanschafngswaarde)
Afschrijven van gebouw Daalt (gebouw wordt minder Daalt (eigen vermogen door Stjgt (afschrijving van
waard) stjging kost) gebouw, het bedrag dat het
2
, gebouw minder waard is)
Winst verdelen onder Stjgt: vergoeding kapitaal
overschrijven volgend (uitkering aan AH)
boekjaar en vergoeding Stjgt: over te dragen winst
aandeelhouders
S steem van permanent inventaris :
Opbrengsten verkoop – kosten van verkochte handelsgoederen (zowel aankoop als voorraadwijzing)
Als je niet werkt met permanente inventaris dan splits je de kosten echt op tussen aankoop handelsgoederen en voorraadwijziging handelsgoederen)
ACTIVA
Vaste actva:
- Immateriele vaste actva
- Materiele vaste actva
- Financiele vaste actva
Vlotende actva:
- Realiseerbaar
Op meer dan 1 jaar:
Vorderingen op meer dan 1 jaar
Op ten hoogste 1 jaar:
Voorraden en bestelling in uitvoering
Vorderingen op ten hoogste 1 jaar
Geldbeleggingen
Overlopende rekeningen
- Beschikbaar
Liquide middelen
PASSIVA
3
, Eigen vermogen
- Bij oorsprong door aandeelhouders
Kapitaal
- Wijziging door:
Aandeelhouders:
Kapitaal
Voorschot aan de vennoten op de verdeling van de neto actef
Uitgiftepremies
Werking van de onderneming:
Reserves
Overgedragen winst of verlies
Verandering in actva
herwaarderingsmeerwaarde
derde
kapitaalsubsidies
vreemd vermogen
- voorzieningen en uitgestelde belastngen
voorzieningen voor risicos en kosten
uitgestelde belastngen
- schulden
op lange termijn
schulden op meer dan 1 jaar
op korte termijn
schulden op ten hoogste 1 jaar
overlopende rekening
(bedrijfsopbrengsten – bedrijfskosten) + (bedrijfsopbrengsten – bedrijfskosten)
4