Internationaal recht
Hoofdstuk 1 – Begrip en aard van het international publiekrecht
1.1 Inleiding
Grote delen van internationaal publiekrecht zijn wereldwijd van toepassing. Internationaal
recht speelt een belangrijke rol bij internationale samenwerking.
Internationaal publiekrecht is ook van groot belang voor het nationale recht van afzonderlijke
staten. Reikwijdte en inhoud van nationaal recht worden in vergaande mate bepaald door
internationaal recht.
Een sterke internationale rechtsorde biedt stabiliteit in internationale betrekkingen, maakt het
makkelijker om gemeenschappelijke belangen te realiseren en beschermt relatief zwakke
staten zoals Nederland.
De Nederlandse Grondwet maakt het mogelijk dat bepaalde internationale rechten en
verplichtingen rechtstreeks door de Nederlandse rechter worden toegepast (art.93 Gw), en in
geval van botsing met nationaal recht, voorrang hebben boven formele wetgeving en zelfs
boven de Grondwet (art. 94 Gw).
Kanttekening: internationaal recht komt veelal tot stand zonder adequate betrokkenheid van
het parlement en staat inhoudelijk soms op gespannen voet met fundamentele regels van
nationaal recht.
1.2 Geschiedenis
1.3 Omschrijving
1.3.1 Algemene omschrijving
Internationaal publiekrecht regelt de uitoefening van publiek gezag in de internationale
gemeenschap. Het kent bevoegdheden toe aan entiteiten die publiek gezag uitoefenen en
biedt een juridisch karakter waarbinnen zij deze bevoegdheden uitoefenen.
Er zijn twee verwante termen met het begrip ‘internationaal publiekrecht’, namelijk
volkenrecht en internationaal recht.
Volkenrecht, ook wel ‘ius gentium’ duidde in het Romeinse Rijk op het recht dat op alle
burgers van toepassing was. In de zestiende en zeventiende eeuw werd de term gebruikt om
het recht aan te duiden dat tussen staten gold.
Internationaal recht is breder dan internationaal publiekrecht. Het omvat strikt genomen
zowel internationaal publiek- als privaatrecht.
1.3.2 Het internationale element
Het internationale dan wel nationale karakter van een rechtsregel wordt in hoofdzaak
bepaald aan de hand van de rechtsbron waaruit deze regel voortvloeit. De internationale
rechtsorde erkent in hoofdzaak vier rechtsbronnen:
1. Gewoonterecht (ontstaat uit de praktijk van staten in combinatie met een
rechtsovertuiging);
2. Verdragen;
3. Besluiten van internationale organisaties;
4. Algemene rechtsbeginselen.
Er kunnen twee opvattingen worden onderscheiden over de vraag of de internationale
rechtsorde en de nationale rechtsorde werkelijk gescheiden zijn: de dualistische leer en de
monistische leer.
Hoofdstuk 1 – Begrip en aard van het international publiekrecht
1.1 Inleiding
Grote delen van internationaal publiekrecht zijn wereldwijd van toepassing. Internationaal
recht speelt een belangrijke rol bij internationale samenwerking.
Internationaal publiekrecht is ook van groot belang voor het nationale recht van afzonderlijke
staten. Reikwijdte en inhoud van nationaal recht worden in vergaande mate bepaald door
internationaal recht.
Een sterke internationale rechtsorde biedt stabiliteit in internationale betrekkingen, maakt het
makkelijker om gemeenschappelijke belangen te realiseren en beschermt relatief zwakke
staten zoals Nederland.
De Nederlandse Grondwet maakt het mogelijk dat bepaalde internationale rechten en
verplichtingen rechtstreeks door de Nederlandse rechter worden toegepast (art.93 Gw), en in
geval van botsing met nationaal recht, voorrang hebben boven formele wetgeving en zelfs
boven de Grondwet (art. 94 Gw).
Kanttekening: internationaal recht komt veelal tot stand zonder adequate betrokkenheid van
het parlement en staat inhoudelijk soms op gespannen voet met fundamentele regels van
nationaal recht.
1.2 Geschiedenis
1.3 Omschrijving
1.3.1 Algemene omschrijving
Internationaal publiekrecht regelt de uitoefening van publiek gezag in de internationale
gemeenschap. Het kent bevoegdheden toe aan entiteiten die publiek gezag uitoefenen en
biedt een juridisch karakter waarbinnen zij deze bevoegdheden uitoefenen.
Er zijn twee verwante termen met het begrip ‘internationaal publiekrecht’, namelijk
volkenrecht en internationaal recht.
Volkenrecht, ook wel ‘ius gentium’ duidde in het Romeinse Rijk op het recht dat op alle
burgers van toepassing was. In de zestiende en zeventiende eeuw werd de term gebruikt om
het recht aan te duiden dat tussen staten gold.
Internationaal recht is breder dan internationaal publiekrecht. Het omvat strikt genomen
zowel internationaal publiek- als privaatrecht.
1.3.2 Het internationale element
Het internationale dan wel nationale karakter van een rechtsregel wordt in hoofdzaak
bepaald aan de hand van de rechtsbron waaruit deze regel voortvloeit. De internationale
rechtsorde erkent in hoofdzaak vier rechtsbronnen:
1. Gewoonterecht (ontstaat uit de praktijk van staten in combinatie met een
rechtsovertuiging);
2. Verdragen;
3. Besluiten van internationale organisaties;
4. Algemene rechtsbeginselen.
Er kunnen twee opvattingen worden onderscheiden over de vraag of de internationale
rechtsorde en de nationale rechtsorde werkelijk gescheiden zijn: de dualistische leer en de
monistische leer.