HOOFDSTUK 3: Producenten
Producenten = produceren goederen en diensten (output). Hiervoor zetten ze productiefactoren (natuur,
arbeid, kapitaal) in (input)
4 grote sectoren
→ Op basis van de output die ze aanbieden
o Primaire sector Slecht ontwikkelde landen
→ landbouw, bosbouw & visserij
o Secundaire sector
→ nijverheid (industrie, ambachten)
o Tertiaire sector
→ diensten (transport, financiële instellingen..) Goed ontwikkelde landen
o Quartaire sector
→ non-profit (ziekenhuis, overheid..)
Winst = belangrijk doel voor onderneming
Producent beslist
➢ Wat hij aanbied
➢ Tegen welke kwaliteit
➢ Hoeveel hij produceert
→ Producent streeft naar winstmaximalisatie
Formule
TW=TO-TK
• TO=Q*P
• TK=TCK+TVK
TW=(Q*P)-(TCK+TVK)
Beperkingen voor producent
➢ Technologische beperkingen
→ beperkte inzet van productiefactoren = beperkte productie
➢ Onduidelijke of ongekende informatie
→ kostprijs grondstoffen, welke nieuwe technologieën er gaan komen..
!!Producent probeert zijn winst te maximaliseren, rekening houdend met een gegeven productiecapaciteit,
kostprijs van de productiefactoren en gegeven marktprijs!!
Productiefunctie, productiviteit en wet van toe-en afnemende meeropbrengst
Productiefunctie
Verband tussen hoeveelheid ingezette productiefactoren en output
Q=f(QA, QK)
• QA= ingezette hoeveelheid arbeid
• QK= ingezette hoeveelheid kapitaal
, Productiefactoren aanpasbaar??
Productiviteit
= geeft weer hoe sterk het verband is tussen de ingezette input en de output
Formule
Productiviteit = output (goederen en diensten) / input (productiefactoren)
Wet van toe-en afnemende meeropbrengst
De totale hoeveelheid geproduceerde goederen bereikt hoogtepunt en begint daarna te dalen
Totale productie (TP): “Hoeveel wordt er in totaal geproduceerd?”
Gemiddelde productie (GP): “Hoeveel produceert één eenheid arbeider gemiddeld?”
TP
GP =
Qarbeid
Marginale productie (MP): “Hoeveel neemt de totale productie toe, als ik één extra eenheid arbeid inzet?”
TP
MP =
Qarbeid
Het kostenverloop
Wet van toe-en afnemende meeropbrengst versus kostprijs
Productiviteit werknemer
→ kosten per product
Productiviteit werknemers
→ kosten per product
Producenten = produceren goederen en diensten (output). Hiervoor zetten ze productiefactoren (natuur,
arbeid, kapitaal) in (input)
4 grote sectoren
→ Op basis van de output die ze aanbieden
o Primaire sector Slecht ontwikkelde landen
→ landbouw, bosbouw & visserij
o Secundaire sector
→ nijverheid (industrie, ambachten)
o Tertiaire sector
→ diensten (transport, financiële instellingen..) Goed ontwikkelde landen
o Quartaire sector
→ non-profit (ziekenhuis, overheid..)
Winst = belangrijk doel voor onderneming
Producent beslist
➢ Wat hij aanbied
➢ Tegen welke kwaliteit
➢ Hoeveel hij produceert
→ Producent streeft naar winstmaximalisatie
Formule
TW=TO-TK
• TO=Q*P
• TK=TCK+TVK
TW=(Q*P)-(TCK+TVK)
Beperkingen voor producent
➢ Technologische beperkingen
→ beperkte inzet van productiefactoren = beperkte productie
➢ Onduidelijke of ongekende informatie
→ kostprijs grondstoffen, welke nieuwe technologieën er gaan komen..
!!Producent probeert zijn winst te maximaliseren, rekening houdend met een gegeven productiecapaciteit,
kostprijs van de productiefactoren en gegeven marktprijs!!
Productiefunctie, productiviteit en wet van toe-en afnemende meeropbrengst
Productiefunctie
Verband tussen hoeveelheid ingezette productiefactoren en output
Q=f(QA, QK)
• QA= ingezette hoeveelheid arbeid
• QK= ingezette hoeveelheid kapitaal
, Productiefactoren aanpasbaar??
Productiviteit
= geeft weer hoe sterk het verband is tussen de ingezette input en de output
Formule
Productiviteit = output (goederen en diensten) / input (productiefactoren)
Wet van toe-en afnemende meeropbrengst
De totale hoeveelheid geproduceerde goederen bereikt hoogtepunt en begint daarna te dalen
Totale productie (TP): “Hoeveel wordt er in totaal geproduceerd?”
Gemiddelde productie (GP): “Hoeveel produceert één eenheid arbeider gemiddeld?”
TP
GP =
Qarbeid
Marginale productie (MP): “Hoeveel neemt de totale productie toe, als ik één extra eenheid arbeid inzet?”
TP
MP =
Qarbeid
Het kostenverloop
Wet van toe-en afnemende meeropbrengst versus kostprijs
Productiviteit werknemer
→ kosten per product
Productiviteit werknemers
→ kosten per product