5) – 9789001889418
50 multiple choice vragen + antwoorden
, 1. Welke van de volgende beschrijft de macro-economie?
A) Analyse van individuele bedrijven en markten.
B) Onderzoek naar de vraag en aanbod van goederen.
C) Beschrijving van economische verschijnselen op nationaal niveau.
D) Bestudering van monetaire betrekkingen tussen landen.
2. Wat is een relevante markt voor een bedrijf?
A) De wereldmarkt.
B) Een lokale markt.
C) Een markt met productgroepen.
D) Het deel van de markt dat het bedrijf bedient.
3. Wat is een voorbeeld van een indirecte omgevingsfactor voor een bedrijf?
A) Leveranciers.
B) Afnemers.
C) Technologie.
D) Concurrenten.
4. Wat wordt bedoeld met een nominale stijging van een variabele?
A) Een waardestijging die rekening houdt met inflatie.
B) Een waardestijging die geen rekening houdt met inflatie.
C) Een volumeverandering.
D) Een verandering die wordt gemeten in constante prijzen.
5. Wat gebeurt er met de vraagcurve als de behoeften van consumenten veranderen?
A) De curve verschuift langs de prijsas.
B) De curve verschuift langs de hoeveelheidsas.
C) De curve wordt steiler.
D) De curve wordt elastischer.
6. Wat betekent het als de prijselasticiteit van luxegoederen groter is dan die van basisgoederen?
A) Consumenten zijn minder gevoelig voor prijsveranderingen bij luxegoederen.
B) Consumenten zijn meer gevoelig voor prijsveranderingen bij luxegoederen.
C) De vraag naar luxegoederen is inelastisch.
D) De vraag naar basisgoederen is elastisch.
7. Wat wordt bedoeld met externe concurrentie in een bedrijfskolom?
A) Concurrentie tussen bedrijven binnen dezelfde bedrijfstak