development in the face of risk. Annual Reviews in Public Health, 26, 399-419.
doi:10.1146/annurev.publhealth.26.021304.144357
Adolescent resilience: A Framework for Understanding Healthy Development in the Face
of Risk
Introduction
Resilience = de negatieve effecten van een risico overkomen, succesvol omgaan met traumatische
ervaringen en negatieve gebeurtenissen (geassocieerd met risico) vermijden. Een vereiste van
resilience is de aanwezigheid van risico’s en promotive factors.
Promotive factors zorgen of voor een positieve uitkomst, of ze vermijden/verminderen een negatieve
uitkomst.
Resilience theorie is gefocust op de sterke kanten in plaats van op de fouten. Het focust op het
begrijpen van een gezonde ontwikkeling ondanks risico’s.
De promotive factors kunnen assets of resources zijn.
Assets zijn positieve factoren die in een individu liggen (dus competentie, self-efficacy, coping skills).
Resources zijn ook positieve factoren, maar deze helpen je om een risico te overwinnen, ze zijn
extern aan het individu (ouderlijke steun, rolmodel, maatschappelijke organisaties).
Dit betekent dus dat resilience geen statische, individuele eigenschap is.
Dit betekent ook dat resilience een proces is (ook al stellen sommige onderzoekers het als
uitkomst).
A = een normale ontwikkeling.
B = een resilient traject gevolgd in de ontwikkeling.
C = dit is onverwacht, het kan zijn dat deze adolescenten wel risico hebben ervaren, maar dat dit
risico niet goed gemeten is.
D = typisch wat je verwacht van risicomodellen (risico -> negatieve uitkomst).
Een factor kan een risico, asset of resource zijn. Het hangt af van de aard van de factor en van het
niveau van blootstelling. Voor sommige constructen is het ene extreme een risicofactor, terwijl de
andere extreme promotive is.
VOORBEELD: lage self-esteem kan een risico zijn voor het ontwikkelen van ongewenste uitkomsten.
Maar hoge self-esteem kan juist een asset zijn die bescherming biedt voor negatieve uitkomsten,
geassocieerd met het risico.
Echter, voor sommige constructen hoeven de twee polen niet perse het tegenovergestelde te zijn,
het kan ook meer of minder van iets zijn (bv: veel positieve invloed van vrienden – weinig positieve
invloed van vrienden, i.p.v.: veel positieve invloed – veel negatieve invloed).
Nog een VOORBEELD: veel betrokkenheid bij maatschappelijke activiteiten kan gerelateerd zijn aan
positieve uitkomsten, maar als je geen betrokkenheid hebt betekent het niet perse dat je risico loopt.