Hoofdstuk 1 Een inleiding in praktijkonderzoek
1.1 De positie van praktijkonderzoek
1.1.1 Wat is onderzoek?
Als je onderzoek doet, zet je een aantal vaste stappen. Hierdoor kom je tot bruikbare en goed
onderbouwde antwoorden op je vragen.
1.1.2 De onderzoekende houding
Een onderzoekende houding: je voortdurend afvragen of wat je doet wel het beste is voor je
leerlingen. Een onderzoekende houding kent drie aspecten: nieuwsgierigheid, gevoeligheid voor
signalen, en vraagtekens plaatsen bij vanzelfsprekende dingen.
Een onderzoekende leraar is: ontwikkelingsgericht, samenwerkend, en reflectief.
Reflectie kan plaatsvinden op drie niveaus: instrumenteel niveau (zichtbaar handelen),
substantieel niveau (onderliggende uitgangspunten van handelen; visie op het onderwijs/leren),
en op kritisch niveau (moreel, ethisch, overwegingen van de leraar).
1.1.3 De gerichtheid van praktijkonderzoek
Er zijn twee soorten onderzoek:
Theorievorming en theorietoetsing: fundamenteel en toegepast onderzoek
Verbetering van de praktijk: praktijkonderzoek
Bij deze laatste gaat het om achtergronden en oorzaken van een probleem. Praktijkgericht
onderzoek kent drie kenmerken:
1. Betreft vragen/problemen van beroepsbeoefenaar
2. Toepasbaar onderzoek; kennis is qua inhoud/vorm op praktisch niveau bruikbaar en
toepasbaar
3. Draagt bij aan verbetering van de beroepspraktijk
1.1.4 Voor wie zijn de resultaten van belang?
In de meeste gevallen is je onderzoek vooral voor jezelf en/of voor de school waar je werkt. Als je
het breder bekend wilt maken, kun je een artikel schrijven voor een vaktijdschrift.
1.1.5 Onderzoeksbenaderingen wel of geen beïnvloeding van de praktijk?
Er zijn twee manieren van benadering:
, Constructivistische benadering
Meerdere interpretaties van de werkelijkheid; er is niet één juiste visie op de werkelijkheid.
Een complexe/dynamische werkelijkheid; er zijn geen algemene wetmatigheden, maar
interpretaties van de praktijk. Het verandert de hele tijd. Elke situatie is anders en levert andere
interpretaties op.
Positivistische benadering
Een bestaande werkelijkheid; kennis is gebaseerd op wat direct waarneembaar is. Er zijn
algemene wetmatigheden; de lesmethode, de lestijden, prestaties. Je resultaten kunnen
gemakkelijk ook gelden voor andere scholen met bijvoorbeeld dezelfde methode of lestijden.
Aandacht voor factoren die de werkelijkheid beïnvloeden; proberen zoveel mogelijk externe
invloeden (humeur leraar, nachtrust leerlingen, etc.) uit te sluiten. Bijvoorbeeld door diverse
klassen te onderzoeken, in plaats van één. Verschillende tijdstippen te kiezen.
1.2 Uitgangspunten van praktijkonderzoek in de school
1.2.1 Leren en onderzoeken
De leercyclus van Kolb: beschrijft vier fasen die worden doorlopen bij het ervaringsleren.
1. Concrete ervaringen opdoen
2. Observeren en reflecteren op opgedane ervaringen
3. Abstracte begripsvorming; ervaringen waarover is nagedacht in een theoretisch
kader plaatsen en integreren, en van daaruit conclusies trekken voor het eigen
handelen
4. Conclusies actief omzetten in nieuw gedrag; experimenteren in nieuwe situaties
Leercyclus van Strien
1. Probleemstelling
2. Diagnose
3. Plan
4. Ingreep
5. Evaluatie
1.2.2. Kernactiviteiten van praktijkonderzoek
!De zes kernactiviteiten van elk onderzoeksproces!
1. Oriënteren: wat is het probleem? Kijk uit verschillende invalshoeken. Vakliteratuur.