H3: De Republiek in de Gouden Eeuw
Van het Twaalfjarig Bestand tot de Vrede van Münster
(1609-1648)
Bij het ingaan van het Bestand in 1609 was de Republiek nog geen stabiele staat. Veel interne
tegenstellingen die door de oorlog verborgen waren komen nu boven:
- ook op geloofsgebied → Calvinisten toonaangevend omdat hun geloof offieel
erkend was → een meerderheid waren zij allerminst
- spanningen binnen de gewesten en tussen de gewesten nemen toe.
Bestandstwist tussen Oldenbarneveld en Maurits:
- Oldenbarneveld gesteund door Hugo de Groot.
- Creëerde ‘Bataafse mythe’ → historisfhe lijn tussen Claudius Civilis zijn
overwinning op de Romeinen naar Willem van Oranje en zijn strijd tegen de
Spanjaarden.
- boodsfhap → beide hebben hetzelfde bestuur = oligarfhie van de wijste
mannen.
- In dit geval samen in de gewestelijke staten.
- Creatie van eeuwenlange continuïteit van vrijheidstraditie en bestuur.
- creëerde een nationaal gevoel.
- Strijd had kerkelijk theologische achtergrond met tegelijk de vraag hoe het land het beste
bestuurd kon worden en de verhouding kerk & staat.
- Aanleiding → theologisfh dispuut tussen twee Leidse hoogleraren over de
predestinatieleer:
- Franfisfus Gomarus → God had bij de geboorte al bepaald of iemand
naar de hemel zou gaan of niet - dit kan niet meer veranderd worden;
- Jafobus Arminius → Gods genade gold juist voor degenen die in hem
geloofden en daarnaar leefden. Dit was voor Gomarus een probleem
omdat:
- Inbreuk op Gods almacht
- verkleint verschillen tussen Calvinisme en Katholieke kerk = kerk van de
vijand (Spanje)
- Arminianen dienen een ‘remonstrantie’ in = een verzoekschrift. (1610)
- Doel → vraag om ruimte voor hun standpunten binnen de kerk.
- 1611 → Gomaristen dienen een ‘fontraremonstrantie’ in
- ketterij van de Arminianen wordt veroordeeld
- De staat mocht niet over theologische geschillen beslissen.
- De Staat mag daarom alleen een nationale synode bijeenroepen
- Voor Oldenbarnevelt en de Staten van Holland was het belangrijk:
- De rust in de publieke kerk
- Om elke stroming een plek te geven.
- De kerk moest daarom onder staatstoezicht staan en de staat moest het
volgende regelen:
- benoemingen van predikanten
, - de kerkorde bewaren
- de leer controleren
- Contraremonstranten vonden dat de rol van de staat beperkt moest blijven tot:
- Beschermen van de gereformeerde kerk
- effectief verbieden van andere kerkgenootschappen.
- benoemingen, kerkorde en controle op de leer moest de staat vooral
vanaf blijven!
- De spanningen zouden blijven en er kwamen zelfs ernstige ongeregeldheden.
Rond 1617-1618 was het land zelfs aan de rand van burgeroorlog.
- Van een theologisch dispuut werd dit een staatskwestie.
- Gomaristen wilden een nationale synode om hun standpunten te
herbevestigen.
- Alleen de Staten-Generaal konden zo’n synode bijeenroepen →
die was efhter ook versfheurd tussen de partijen.
- Oorzaken voor het heftiger worden van de zaak:
- Spanningen uit buitenlandse politiek → Oldenbarnevelt hield
Frankrijk als bondgenoot. Frankrijk was uit op verzoening met
Spanje. → Spaans-Franse samenwerking zou voor velen leiden
tot nadelige vredesvoorwaarden voor de Republiek.
- Frankrijk zou zo behoren tot de Katholieke factie = deur zou
worden opengezet voor de katholieken!
- Nieuwe bondgenoten waren nodig → Maurits zette zifh
aan de andere kant en zofht een nieuwe bondgenoot in
Engeland.
- Oldenbarnevelt zou zo een ‘verrader’ zijn.
- Maurits koos openlijk de zijde van de contraremonstranten in 1617
- Oldenbarnevelt reageert:
- Staten van Holland keren zifh offieel tegen Nationale
Synode → in strijd met gewestelijke soevereiniteit in
godsdienstvraagstukken
- Sfherpe resolutie → Hollandse steden hadden
toestemming zelf soldaten (‘waardgelders’) in dienst te
nemen.
- Alle in HOlland gelegerde troepen + commandanten worden aan
hun eed herinnerd om de wettige overheid in stad en gewest
gehoorzaam te zijn. (en niet Maurits)
- Reactie Maurits Met steun van meerderheid Staten-Generaal:
- Isolatie van gewest Holland → Buiten het gewest Holland
verving hij remonstrantse stadsbesturen door
Contraremonstrantse.
- Onder militaire dreiging werden waardgelders afgeschaft
- Arrestatie Oldenbarnevelt.
- Stadsbesturen die Oldenbarnevelt steunden vervangen door
besturen die hem steunden.
- Oldenbarnevelt beschuldigd van:
- Landverraad → uitlevering Republiek aan Spanje
- Hoogverraad → greep naar de mafht
, - Aantasting van de kerk
- Terzijde schuiven van Maurits.
- Oldenbarnevelt in 1619 ter dood veroordeeld.
- In 1618-1619 Nationale synode te Dordrecht bijeengekomen:
- Remonstrantse dwaling veroordeeld als ketterij = eenheid in de
kerk hersteld.
- Leerregels bepaald door de kerk zelf en niet door de overheid.
- Maurits weergegeven door Wielenga als ‘de overwinnaar die faalde’:
- Oldenbarnevelt afgezet, maar niemand in zijn plaats gekomen;
- Zelf was Maurits niet Politiek vaardig om hem te vervangen.
- Hij was niet de man die het land kon regeren
- grote verdienste was dat hij de strijd tegen Spanje heeft beslist,
maar na 1618 niets wezenlijks tot stand gebracht.
- Hoe diepgaand waren de gevolgen van Maurits’ staatsgreep van 1618:
- Korte termijn:
- Zuivering Hollandse stadsbesturen → ervaren
bestuurders werden vervangen door minder ervaren. =
Hollandse steden verloren aan invloed.
- Opvolger raadpensionaris van Holland (= opvolger van
Oldenbarneveld) krijgt minder bevoegdheden + bewuste
aanstelling zwakkere personen voor de functie = verzwakking
positie Holland ten gunste van Stadhouder & generaliteit
- Zuiveringen binnen sfhutterijen, sfholen en kerken →
alleen predikanten die zifh fonformeerden aan uitspraak
Synode mofhten in funftie blijven. → faf. 160
predikanten verloren baan & fa. 80 verbannen.
- Familie Oranje-Nassau →
- Aan de ene zijde: Van Deursen zegt: 1619-1625
waren Maurits’ ‘dorre jaren’ → geen fultus rond
zijn persoon.
- Aan de andere zijde: In contraremonstrantse stedelijke
cultuur werden de Oranje-Nassaus vereerd.
- Lange termijn:
- Blijvende gevolgen:
- definitief einde aan arbeidsverdeling tussen
stadhouder en landsadvofaat. → ná 1618 zou één
van beiden de hoofdrol spelen, maar nooit samen:
- Tot 1650 → stadhouders
- Maurits tot 1625
- Frederik Hendrik tot 1647
- Willem II tot 1650
- Stadhouderloze tijdperk - 1650-1672
- Raadpensionaris Johan de Witt
- Stadhouder Willem III - 1672-1702
- Wel duidelijk → fonfift 1618 zorgde voor
meer mafht bij 1 persoon, maar → geen
formeel gepersonifieerd mafhtsfentrum. =
, efhte mafht bij Staten-Generaal &
gewesten.
- Minder blijvende gevolgen:
- Holland herstelde zich geleidelijk en werd opnieuw
dominante factor
- Kerkelijk opzifht → Duidelijke
fontraremonstrantse overwinning → maar
bestrijding remonstranten nam al snel af.
- Slechts in 3 gewesten ongewijzigd aangenomen.
- Staten van Holland ontwierpen eigen kerkorde
- Kwam uit op situatie van de Unie van
Utrefht → gewest regelt zelf religie; =
gereformeerden mofhten als enige
publiekelijk hun geloof belijden.
- Het oogluikend toestaan van andere erediensten
bleef bestaan.
30-jarige oorlog:
- In 1618 in Duitsland uitgebroken tussen twee partijen:
- Evangelisfhe Unie → o.l.v. falvinistisfhe keurvorst van de Palts Frederik V
- Katholieke Liga → o.l.v. Ferdinand van Habsburg (vanaf 1619 Keizer
Ferdinand II).
- Maurits bijgedragen aan uitbreken oorlog:
- Neef van Frederik V → had geld en troepen toegezegd
- In de hoop dat Spanje zijn Duitse verwanten te hulp zou schieten = minder
Spaanse druk op de Republiek.
- Habsburgers sloten zich aaneen, maar het voordeel van de Republiek kwam
niet.
Hervatting 80-jarige oorlog:
- Spaanse koning verwachtte niet meer de Republiek te veroveren.
- Voornaamste doel was dan ook → Republiek verzwakken als handelsmafht.
- Maurits wilde hervatting:
- Versterking calvinisme in Europa
- Tegengaan van herleving interne spanningen in Republiek.
- Hollandse nijverheidssteden zouden minder concurrentie ondervinden van Vlaanderen
en Brabant.
- Geen simpele voortzetting van de opstand:
- terughoudende gevechten, zonder duidelijke militaire strategie;
- Nederland grote speler op internationale toneel geworden
- Oorlog onderdeel van groter Europees fonfift → 30-jarige oorlog.
- Aanvankelijk stond de Republiek in het begin van de hervatting niet sterk:
- Verlies Breda (1625) en militaire vestingen in Duitsland
- Spaanse handelsembargo’s en rivierblokkades omsingelden de
Republiek;
- Efonomisfhe teruggang door → blokkades en verhoogde
belastingdruk voor verdediging.
Van het Twaalfjarig Bestand tot de Vrede van Münster
(1609-1648)
Bij het ingaan van het Bestand in 1609 was de Republiek nog geen stabiele staat. Veel interne
tegenstellingen die door de oorlog verborgen waren komen nu boven:
- ook op geloofsgebied → Calvinisten toonaangevend omdat hun geloof offieel
erkend was → een meerderheid waren zij allerminst
- spanningen binnen de gewesten en tussen de gewesten nemen toe.
Bestandstwist tussen Oldenbarneveld en Maurits:
- Oldenbarneveld gesteund door Hugo de Groot.
- Creëerde ‘Bataafse mythe’ → historisfhe lijn tussen Claudius Civilis zijn
overwinning op de Romeinen naar Willem van Oranje en zijn strijd tegen de
Spanjaarden.
- boodsfhap → beide hebben hetzelfde bestuur = oligarfhie van de wijste
mannen.
- In dit geval samen in de gewestelijke staten.
- Creatie van eeuwenlange continuïteit van vrijheidstraditie en bestuur.
- creëerde een nationaal gevoel.
- Strijd had kerkelijk theologische achtergrond met tegelijk de vraag hoe het land het beste
bestuurd kon worden en de verhouding kerk & staat.
- Aanleiding → theologisfh dispuut tussen twee Leidse hoogleraren over de
predestinatieleer:
- Franfisfus Gomarus → God had bij de geboorte al bepaald of iemand
naar de hemel zou gaan of niet - dit kan niet meer veranderd worden;
- Jafobus Arminius → Gods genade gold juist voor degenen die in hem
geloofden en daarnaar leefden. Dit was voor Gomarus een probleem
omdat:
- Inbreuk op Gods almacht
- verkleint verschillen tussen Calvinisme en Katholieke kerk = kerk van de
vijand (Spanje)
- Arminianen dienen een ‘remonstrantie’ in = een verzoekschrift. (1610)
- Doel → vraag om ruimte voor hun standpunten binnen de kerk.
- 1611 → Gomaristen dienen een ‘fontraremonstrantie’ in
- ketterij van de Arminianen wordt veroordeeld
- De staat mocht niet over theologische geschillen beslissen.
- De Staat mag daarom alleen een nationale synode bijeenroepen
- Voor Oldenbarnevelt en de Staten van Holland was het belangrijk:
- De rust in de publieke kerk
- Om elke stroming een plek te geven.
- De kerk moest daarom onder staatstoezicht staan en de staat moest het
volgende regelen:
- benoemingen van predikanten
, - de kerkorde bewaren
- de leer controleren
- Contraremonstranten vonden dat de rol van de staat beperkt moest blijven tot:
- Beschermen van de gereformeerde kerk
- effectief verbieden van andere kerkgenootschappen.
- benoemingen, kerkorde en controle op de leer moest de staat vooral
vanaf blijven!
- De spanningen zouden blijven en er kwamen zelfs ernstige ongeregeldheden.
Rond 1617-1618 was het land zelfs aan de rand van burgeroorlog.
- Van een theologisch dispuut werd dit een staatskwestie.
- Gomaristen wilden een nationale synode om hun standpunten te
herbevestigen.
- Alleen de Staten-Generaal konden zo’n synode bijeenroepen →
die was efhter ook versfheurd tussen de partijen.
- Oorzaken voor het heftiger worden van de zaak:
- Spanningen uit buitenlandse politiek → Oldenbarnevelt hield
Frankrijk als bondgenoot. Frankrijk was uit op verzoening met
Spanje. → Spaans-Franse samenwerking zou voor velen leiden
tot nadelige vredesvoorwaarden voor de Republiek.
- Frankrijk zou zo behoren tot de Katholieke factie = deur zou
worden opengezet voor de katholieken!
- Nieuwe bondgenoten waren nodig → Maurits zette zifh
aan de andere kant en zofht een nieuwe bondgenoot in
Engeland.
- Oldenbarnevelt zou zo een ‘verrader’ zijn.
- Maurits koos openlijk de zijde van de contraremonstranten in 1617
- Oldenbarnevelt reageert:
- Staten van Holland keren zifh offieel tegen Nationale
Synode → in strijd met gewestelijke soevereiniteit in
godsdienstvraagstukken
- Sfherpe resolutie → Hollandse steden hadden
toestemming zelf soldaten (‘waardgelders’) in dienst te
nemen.
- Alle in HOlland gelegerde troepen + commandanten worden aan
hun eed herinnerd om de wettige overheid in stad en gewest
gehoorzaam te zijn. (en niet Maurits)
- Reactie Maurits Met steun van meerderheid Staten-Generaal:
- Isolatie van gewest Holland → Buiten het gewest Holland
verving hij remonstrantse stadsbesturen door
Contraremonstrantse.
- Onder militaire dreiging werden waardgelders afgeschaft
- Arrestatie Oldenbarnevelt.
- Stadsbesturen die Oldenbarnevelt steunden vervangen door
besturen die hem steunden.
- Oldenbarnevelt beschuldigd van:
- Landverraad → uitlevering Republiek aan Spanje
- Hoogverraad → greep naar de mafht
, - Aantasting van de kerk
- Terzijde schuiven van Maurits.
- Oldenbarnevelt in 1619 ter dood veroordeeld.
- In 1618-1619 Nationale synode te Dordrecht bijeengekomen:
- Remonstrantse dwaling veroordeeld als ketterij = eenheid in de
kerk hersteld.
- Leerregels bepaald door de kerk zelf en niet door de overheid.
- Maurits weergegeven door Wielenga als ‘de overwinnaar die faalde’:
- Oldenbarnevelt afgezet, maar niemand in zijn plaats gekomen;
- Zelf was Maurits niet Politiek vaardig om hem te vervangen.
- Hij was niet de man die het land kon regeren
- grote verdienste was dat hij de strijd tegen Spanje heeft beslist,
maar na 1618 niets wezenlijks tot stand gebracht.
- Hoe diepgaand waren de gevolgen van Maurits’ staatsgreep van 1618:
- Korte termijn:
- Zuivering Hollandse stadsbesturen → ervaren
bestuurders werden vervangen door minder ervaren. =
Hollandse steden verloren aan invloed.
- Opvolger raadpensionaris van Holland (= opvolger van
Oldenbarneveld) krijgt minder bevoegdheden + bewuste
aanstelling zwakkere personen voor de functie = verzwakking
positie Holland ten gunste van Stadhouder & generaliteit
- Zuiveringen binnen sfhutterijen, sfholen en kerken →
alleen predikanten die zifh fonformeerden aan uitspraak
Synode mofhten in funftie blijven. → faf. 160
predikanten verloren baan & fa. 80 verbannen.
- Familie Oranje-Nassau →
- Aan de ene zijde: Van Deursen zegt: 1619-1625
waren Maurits’ ‘dorre jaren’ → geen fultus rond
zijn persoon.
- Aan de andere zijde: In contraremonstrantse stedelijke
cultuur werden de Oranje-Nassaus vereerd.
- Lange termijn:
- Blijvende gevolgen:
- definitief einde aan arbeidsverdeling tussen
stadhouder en landsadvofaat. → ná 1618 zou één
van beiden de hoofdrol spelen, maar nooit samen:
- Tot 1650 → stadhouders
- Maurits tot 1625
- Frederik Hendrik tot 1647
- Willem II tot 1650
- Stadhouderloze tijdperk - 1650-1672
- Raadpensionaris Johan de Witt
- Stadhouder Willem III - 1672-1702
- Wel duidelijk → fonfift 1618 zorgde voor
meer mafht bij 1 persoon, maar → geen
formeel gepersonifieerd mafhtsfentrum. =
, efhte mafht bij Staten-Generaal &
gewesten.
- Minder blijvende gevolgen:
- Holland herstelde zich geleidelijk en werd opnieuw
dominante factor
- Kerkelijk opzifht → Duidelijke
fontraremonstrantse overwinning → maar
bestrijding remonstranten nam al snel af.
- Slechts in 3 gewesten ongewijzigd aangenomen.
- Staten van Holland ontwierpen eigen kerkorde
- Kwam uit op situatie van de Unie van
Utrefht → gewest regelt zelf religie; =
gereformeerden mofhten als enige
publiekelijk hun geloof belijden.
- Het oogluikend toestaan van andere erediensten
bleef bestaan.
30-jarige oorlog:
- In 1618 in Duitsland uitgebroken tussen twee partijen:
- Evangelisfhe Unie → o.l.v. falvinistisfhe keurvorst van de Palts Frederik V
- Katholieke Liga → o.l.v. Ferdinand van Habsburg (vanaf 1619 Keizer
Ferdinand II).
- Maurits bijgedragen aan uitbreken oorlog:
- Neef van Frederik V → had geld en troepen toegezegd
- In de hoop dat Spanje zijn Duitse verwanten te hulp zou schieten = minder
Spaanse druk op de Republiek.
- Habsburgers sloten zich aaneen, maar het voordeel van de Republiek kwam
niet.
Hervatting 80-jarige oorlog:
- Spaanse koning verwachtte niet meer de Republiek te veroveren.
- Voornaamste doel was dan ook → Republiek verzwakken als handelsmafht.
- Maurits wilde hervatting:
- Versterking calvinisme in Europa
- Tegengaan van herleving interne spanningen in Republiek.
- Hollandse nijverheidssteden zouden minder concurrentie ondervinden van Vlaanderen
en Brabant.
- Geen simpele voortzetting van de opstand:
- terughoudende gevechten, zonder duidelijke militaire strategie;
- Nederland grote speler op internationale toneel geworden
- Oorlog onderdeel van groter Europees fonfift → 30-jarige oorlog.
- Aanvankelijk stond de Republiek in het begin van de hervatting niet sterk:
- Verlies Breda (1625) en militaire vestingen in Duitsland
- Spaanse handelsembargo’s en rivierblokkades omsingelden de
Republiek;
- Efonomisfhe teruggang door → blokkades en verhoogde
belastingdruk voor verdediging.