Urogenitale zorg
Urologie
1. Anatomie en fysiologie
2. Observaties
2.1. Diurese
Gemiddelde urineproductie/urinedebiet per 24u bij een volwassene = 1200 tot 1500 ml
Diurese is afhankelijk van:
o Hoeveelheid vochtinname
o Hoeveelheid vochtuitscheiding langs andere wegen bv. braken, diarree, transpiratie
o Geneesmiddelen (diuretica, opiumderivaten)
o Aandoeningen (hartaandoening, nierproblemen)
Afwijkingen van de urineproductie:
Polyurie: verhoogde productie (>2l/24u) Anurie: <50ml/24u onvermogen
Oligurie: verminderde productie (<500ml/24u) Nycturie: grotere productie ‘s nachts
2.2. Frequentie
4 tot 6 maal per 24u met 200 à 300 ml per lozing
Afwijking: pollakisurie vermeerdering aantal urinelozingen, zonder dat de hoeveelheid
urine per dag vermeerderd is niet gelijk aan een verhoogde diurese
2.3. Bijzonderheden
Dysurie: moeilijk kunnen urineren
Urineretentie: niet kunnen uitplassen onvolledige blaaslediging na urinelozing
Residu: urine die achterblijft in de blaas
Pijn, branderig gevoel bij het urineren
Weinig kracht in de urinestaal, nadruppelen
Enuresis: onwillekeurige urinelozing, bedplassen
2.4. Kleur van de urine
Afh. van de concentratie: lichtgeel, citroengeel
Afwijkingen door voeding of medicatie
o Donkerbruin: hoog gehalte bilirubine in bloed
o Lichtgekleurd: lage concentratie urine bij hoge urineproductie
o Roodbruin: bloed in urine (hematurie) micro- of macrohematurie
, 2.5. Helderheid van de urine
Normaal helder zonder zichtbare bestanddelen na lange bewaring lichte troebeling
Afwijkingen: troebel door infectie (bacteriën) of aanwezigheid van slijmen (vaginaal, sperma)
2.6. Geur van de urine
Bijna geurloos na bepaalde tijd op kamertemperatuur ruikt het naar ammoniak
Afwijkingen: sterke ammoniakgeur bij infectie, zoete geur door glucosurie
3. Urineonderzoek
3.1. Algemeen
Het verkrijgen van een vers urinemonster dat goed bewaard wordt
Gebruik maken van een zuiver (en/of steriel) recipiënt en het urinestaal koel bewaren
Routine urineonderzoek: aspect (kleur/geur/hoeveelheid), pH, soortelijk gewicbt en de
aanwezigheid van stoffen die al dan niet thuis horen in de urine
Microscopisch onderzoek: RBC, WBC, cilinders (albumine), epitheelcellen, bacteriën en
urinezuurkristallen
3.2. Urine teststroken
We urineren om metabolieten uit het lichaam te elimineren veranderingen in de
samenstelling van urine kan een eerste aanwijzing zijn van een pathologische toestand
Kwalitatief onderzoek via teststroken om te weten of een stof al dan niet aanwezig is
Werking onderzoek gebaseerd op kleurverandering onmiddellijk resultaat
Normale pH urine: 4,5 en 8 na maaltijd of na braken wordt urine alkalisch
3.2.1.Het urinesediment
Wordt verkregen door urine te centrifugeren in een reageerbuis de resterende urine
wordt verwijderd en het sediment wordt op een objectglaasje gebracht en onder de
microscoop bekeken
Aanwezigheid controleren van:
o Proteïne, glucose, erytrocyten, ketonen, pH-waarde
o Urobilline en bilirubine, nitriet en leukocyten
3.2.2.Urinecultuur
Bij sterk vermoeden van UWI om een adequate antibiotische behandeling te starten
Bij infecties van de urinewegen zal urine meestal nitriet bevatten
Een urinestaal voor bacteriologisch onderzoek is slechts representatief als:
o De techniek aseptisch is
o De urine voldoende geconcentreerd is
o Transport en analyse van staal binnen het uur
o Geen antibiotica voor staalonderzoek
o Vermijden dat antiseptica bij het urinestaal wordt toegevoegd
3.3. Hematurie
Macroscopische hematurie (met het blote oog zichtbaar)
, o Kan postoperatief, na katherisatie, bij manipulatie katherisatie
Microscopische hematurie (via teststrip (kwalitatief) of urinesediment (kwantitatief)
o Urologische oorsprong (postrenale oorsprong): erytrocyten met normale vorm
Oorzaken: nierstenen, UWI, trauma, tumor
o Renale oorsprong: dysmorfe erytrocyten
Oorzaken: niercarcinoom, glomerulonefritis, pyelonefritis, nefro- en
urolithiasis
o Extrarenale oorsprong
Stollingsdefect of geneesmiddelen
3.4. Glucosurie
Bij overschrijding van de nierdrempelwaarde verschijnt er glucose in de urine
De hoeveelheid uitgescheiden glucose is een maatstaf voor de ernst van de ontregeling van
de koolhydraatstofwisseling dit is steeds pathologisch wijst of diabetes mellitus of
zwangerschapsdiabetes
Vals positieve waarde mogelijk door inname van bepaalde medicatie
3.5. Ketonurie
Oorzaken: ketoacidose (diabetes), eclampsie (zwangerschapsvergiftiging), hongeroedeem,
koorts en zware lichamelijke inspanning
3.6. Proteïnurie
Wordt veroorzaakt door nefropathieën door het falen van de glomeruli en/of gewijzigde
tubulaire resorptie
Proteïnurie wordt vastgesteld via teststrips en daarna via een 24-uurscollectie om de ernst
van de nierschade te bepalen
3.7. Pyurie
Als er > 5 tot 10 WBC/veld worden gevonden normaal slechts enkele aanwezig
Wijst op een UWI of een ontstekingsproces in de urinewegen of nieren
3.8. Cilinders en urinekristallen
Cilinders: afstotingsproducten van de urethers teken van glomerulaire pathologie
Urinekristallen: van belang voor het opsporen van steenvorming en voor de follow-up van
specifieke metabole stoornissen
4. Urineweginfecties en urosepsis
Vooral bij vrouwen wegens anatomische redenen: korte urethra, meer opstijgende infecties
Ook door blaaskatheter en prostaatlijden
Behandeling: antibiotica bij recidiverende infecties is er verder onderzoek nodig
4.1. Cystitis (blaasontsteking)
Oorzaak: gramnegatieve bacteriën (uit colon) zoals E. Coli
Symptomen: hematurie/pyurie/bacteriurie, pollakisurie, dysurie, valse mictiedrang
Atypische symptomen (bij ouderen): koorts van onduidelijke oorsprong, algemene malaise,
plotse incontinentie of verwardheid
Gecompliceerde UWI
o Uitbreiding naar nieren of prostaat
o Risicopatiënten: ouderen, zwangere vrouwen
Urologie
1. Anatomie en fysiologie
2. Observaties
2.1. Diurese
Gemiddelde urineproductie/urinedebiet per 24u bij een volwassene = 1200 tot 1500 ml
Diurese is afhankelijk van:
o Hoeveelheid vochtinname
o Hoeveelheid vochtuitscheiding langs andere wegen bv. braken, diarree, transpiratie
o Geneesmiddelen (diuretica, opiumderivaten)
o Aandoeningen (hartaandoening, nierproblemen)
Afwijkingen van de urineproductie:
Polyurie: verhoogde productie (>2l/24u) Anurie: <50ml/24u onvermogen
Oligurie: verminderde productie (<500ml/24u) Nycturie: grotere productie ‘s nachts
2.2. Frequentie
4 tot 6 maal per 24u met 200 à 300 ml per lozing
Afwijking: pollakisurie vermeerdering aantal urinelozingen, zonder dat de hoeveelheid
urine per dag vermeerderd is niet gelijk aan een verhoogde diurese
2.3. Bijzonderheden
Dysurie: moeilijk kunnen urineren
Urineretentie: niet kunnen uitplassen onvolledige blaaslediging na urinelozing
Residu: urine die achterblijft in de blaas
Pijn, branderig gevoel bij het urineren
Weinig kracht in de urinestaal, nadruppelen
Enuresis: onwillekeurige urinelozing, bedplassen
2.4. Kleur van de urine
Afh. van de concentratie: lichtgeel, citroengeel
Afwijkingen door voeding of medicatie
o Donkerbruin: hoog gehalte bilirubine in bloed
o Lichtgekleurd: lage concentratie urine bij hoge urineproductie
o Roodbruin: bloed in urine (hematurie) micro- of macrohematurie
, 2.5. Helderheid van de urine
Normaal helder zonder zichtbare bestanddelen na lange bewaring lichte troebeling
Afwijkingen: troebel door infectie (bacteriën) of aanwezigheid van slijmen (vaginaal, sperma)
2.6. Geur van de urine
Bijna geurloos na bepaalde tijd op kamertemperatuur ruikt het naar ammoniak
Afwijkingen: sterke ammoniakgeur bij infectie, zoete geur door glucosurie
3. Urineonderzoek
3.1. Algemeen
Het verkrijgen van een vers urinemonster dat goed bewaard wordt
Gebruik maken van een zuiver (en/of steriel) recipiënt en het urinestaal koel bewaren
Routine urineonderzoek: aspect (kleur/geur/hoeveelheid), pH, soortelijk gewicbt en de
aanwezigheid van stoffen die al dan niet thuis horen in de urine
Microscopisch onderzoek: RBC, WBC, cilinders (albumine), epitheelcellen, bacteriën en
urinezuurkristallen
3.2. Urine teststroken
We urineren om metabolieten uit het lichaam te elimineren veranderingen in de
samenstelling van urine kan een eerste aanwijzing zijn van een pathologische toestand
Kwalitatief onderzoek via teststroken om te weten of een stof al dan niet aanwezig is
Werking onderzoek gebaseerd op kleurverandering onmiddellijk resultaat
Normale pH urine: 4,5 en 8 na maaltijd of na braken wordt urine alkalisch
3.2.1.Het urinesediment
Wordt verkregen door urine te centrifugeren in een reageerbuis de resterende urine
wordt verwijderd en het sediment wordt op een objectglaasje gebracht en onder de
microscoop bekeken
Aanwezigheid controleren van:
o Proteïne, glucose, erytrocyten, ketonen, pH-waarde
o Urobilline en bilirubine, nitriet en leukocyten
3.2.2.Urinecultuur
Bij sterk vermoeden van UWI om een adequate antibiotische behandeling te starten
Bij infecties van de urinewegen zal urine meestal nitriet bevatten
Een urinestaal voor bacteriologisch onderzoek is slechts representatief als:
o De techniek aseptisch is
o De urine voldoende geconcentreerd is
o Transport en analyse van staal binnen het uur
o Geen antibiotica voor staalonderzoek
o Vermijden dat antiseptica bij het urinestaal wordt toegevoegd
3.3. Hematurie
Macroscopische hematurie (met het blote oog zichtbaar)
, o Kan postoperatief, na katherisatie, bij manipulatie katherisatie
Microscopische hematurie (via teststrip (kwalitatief) of urinesediment (kwantitatief)
o Urologische oorsprong (postrenale oorsprong): erytrocyten met normale vorm
Oorzaken: nierstenen, UWI, trauma, tumor
o Renale oorsprong: dysmorfe erytrocyten
Oorzaken: niercarcinoom, glomerulonefritis, pyelonefritis, nefro- en
urolithiasis
o Extrarenale oorsprong
Stollingsdefect of geneesmiddelen
3.4. Glucosurie
Bij overschrijding van de nierdrempelwaarde verschijnt er glucose in de urine
De hoeveelheid uitgescheiden glucose is een maatstaf voor de ernst van de ontregeling van
de koolhydraatstofwisseling dit is steeds pathologisch wijst of diabetes mellitus of
zwangerschapsdiabetes
Vals positieve waarde mogelijk door inname van bepaalde medicatie
3.5. Ketonurie
Oorzaken: ketoacidose (diabetes), eclampsie (zwangerschapsvergiftiging), hongeroedeem,
koorts en zware lichamelijke inspanning
3.6. Proteïnurie
Wordt veroorzaakt door nefropathieën door het falen van de glomeruli en/of gewijzigde
tubulaire resorptie
Proteïnurie wordt vastgesteld via teststrips en daarna via een 24-uurscollectie om de ernst
van de nierschade te bepalen
3.7. Pyurie
Als er > 5 tot 10 WBC/veld worden gevonden normaal slechts enkele aanwezig
Wijst op een UWI of een ontstekingsproces in de urinewegen of nieren
3.8. Cilinders en urinekristallen
Cilinders: afstotingsproducten van de urethers teken van glomerulaire pathologie
Urinekristallen: van belang voor het opsporen van steenvorming en voor de follow-up van
specifieke metabole stoornissen
4. Urineweginfecties en urosepsis
Vooral bij vrouwen wegens anatomische redenen: korte urethra, meer opstijgende infecties
Ook door blaaskatheter en prostaatlijden
Behandeling: antibiotica bij recidiverende infecties is er verder onderzoek nodig
4.1. Cystitis (blaasontsteking)
Oorzaak: gramnegatieve bacteriën (uit colon) zoals E. Coli
Symptomen: hematurie/pyurie/bacteriurie, pollakisurie, dysurie, valse mictiedrang
Atypische symptomen (bij ouderen): koorts van onduidelijke oorsprong, algemene malaise,
plotse incontinentie of verwardheid
Gecompliceerde UWI
o Uitbreiding naar nieren of prostaat
o Risicopatiënten: ouderen, zwangere vrouwen