Psychologie is een hub-science: hub-spoke. De psychologie heeft twee
grote wortels: in de flosofe en de natuurwetenschappen.
- Aristoteles: We krijgen kennis door onze zintuigen.
- John Locke: De geest is niks als we geboren worden en kennis wordt
vergaard door ervaring. Empirisme.
- Descartes: Ideeën en emoties zijn aangeboren.
- Hermann von Helmholtz: reactietijd kan helpen om de geest te
bestuderen. Hij raakte iemand aan op de teen en de heup en kwam
erachter dat hoe verder weg van het brein er wordt aangeraakt, hoe
langer de reactietijd.
- Fechner: Concludeerde dat een geluid binnen de grens viel die een
oor aankan.
- Wundt: eerste psychologische experiment. Hoe complexer de taak,
hoe meer reactietijd.
- Edward Titchener: structuralisme, uitbreiding Wundt’s opvattingen
- Tegenhanger structuralisme: Kofka, Wertheimer, Köhler= Gestalt
psychology.
Het structuralisme kan bovenstaand verschijnsel niet uitleggen (dat het
middelste symbool in de eerste rij een B lijkt, maar in de tweede rij 13),
,Gestalt wel. Gestalt zegt je mist belangrijke informatie als je alle
elementen bij elkaar optelt.
William James: Functionalisme. Stream of consciousness. Domineerde
psychologie 50 jaar. Hij vindt de rol van evolutie belangrijk. Als we
dromen, is dat om onze kans op overleving te verhogen. Niet in stukjes
breken geest.
Sigmund Freud: Psychodynamische theorie en zijn toewijding aan
psychologische ziekten domineerde veel van psychologisch denken in de
eerste helft van de 20ste eeuw. Hij gebruikte geen wetenschappelijke
methoden.
Humanistische psychologie: mensen zijn goed en gemotiveerd om te leren
en te verbeteren. Geïnspireerd door Rousseau.
Abraham Maslow: wat maakt een persoon goed?
Carl Rogers: humanistische therapeut. Ontwikkelde client-centered
therapy. Geen patiënten, maar cliënten.
Cognitieve revolutie
Begin 20ste eeuw: behaviorism: focus op de waarneembare gedragingen.
Ivan Pavlov: conditionering
John B. Watson: werkte met ratten en trok dezelfde conclusies als Pavlov.
Hij was empirist.
Allebei: relatie leggen tussen omstandigheden en gedrag.
Edward Thorndike: gedrag gevolgd door iets negatiefs wordt minder snel
herhaald.
B.F. Skinner: Deed onderzoek naar het efect van strafen en belonen bij
ratten en duiven.
Ulrich Neisser: noemde de mentale processen en activiteit in zijn boek
cognitieve psychologie. Hij beschreef daarmee het veld dat gaat over
processen, denken, uitleggen en problemen oplossen.
,Een tijdlijn van belangrijke gebeurtenissen in de geschiedenis van de
psychologie.
, Kalat H1 - De biologische benadering van de psychologie
Mind-brain probleem: Hersenactiviteit en bewustzijn, relatie
Mind-body probleem: Mentale ervaring en hersenactiviteit, relatie
Soorten uitleg:
1 psychologische uitleg -> gedrag dat voorkomt uit hersenactiviteit en
andere organen. BV. De chemische reacties die zorgen dat de hormonen
de hersenactiviteit beïnvloeden.
2 ontogenetische uitleg -> hoe gedrag ontwikkeld in 1 persoon
BV. Het vermogen om impulsen tegen te houden ontwikkeld zich vanaf de
tienerjaren.
3 evolutionaire uitleg -> de evolutionaire structuur van gedrag
VB. Mensen krijgen kippenvel als ze bang zijn, vroeger werden ze daardoor
‘groter’ omdat de haren omhoog staan.
4 functionele uitleg -> waarom een structuur of gedraging zo is
geëvolueerd.
VB. Een dominant mannetje geeft bij voortplanting zijn sterke genen door.