HF3: HARTSPIER
- Dwarsgestreept:
o Net als skeletspier
Meerder kernen
Myoblasten
- Hartspiervezel
= 1 hartspiercel
100 mircometer lang
10 mircometer dik
Met 1 – 2 kernen
o Verbonen met gapjunctes
o Autonoom
ORTHO & PARA
Cardiac output
CO = hartritme x strook volume contractviteit
- Hartritme: Elektrische actviteit
o Rust: 70 slagen per minuut
- Stroke volume:
o Volume dat je L-ventrikel per slag in je
aorta stuwt - slagvolume
o Normaal: 70ml per slag
CO = 5L/min
o Om alle organen te voorzien v bloed,
O2, voedingstofen
o Anders hartalen
CO ook bepaald dr bloeddruk:
o CO x perifere weerstand = gemiddelde bloeddruk
- CO veranderen:
o Hartritme veranderen
Mbv PARA & ORTHO kan oplopen tot 200 slagen per minuut
o Stroke volume veranderen
Hart kan maar max #bloed bevaten
Harder contraheren
CO kan max van 40L/min bereiken
Diversiteit van actiepotentialen
CO door 2 elementen bepaalt ritme & contractliteit 2 soorten weefsels:
1. Geleidingsweefsel:
o Prikkel geleiden & genereren
o Geen bijdrage tot contracte – wel tot hartritme
Sinusknoop, AV knoop, purkinjecellen, bundel v Hiss
- Elektrische actviteit:
o Sinusknoop = primaire pacemaker
Vuurt spontane AP
o AV-knoop – Gis bundle – Purkinje vezels – onderkant vh hart contracte
, In deze volgorde de prikkel verder geleiden
Beziten over diastolische depolarisate
2. Werkingsmyocardium:
o Atreale & ventriculaire cellen grootste massa (99%)
o contraheren & pompen
o cellen geen diastolische depolarisate
o wel snelle depolarisate met daarna lange plateaufase rond 0mV & daarna
repolarisate
- normale geleiding:
1. AP in sinusknoop
2. Via gapjunctes nr atriale cellen
3. Die contraheren stuwen bloed in ventrikkel
4. Prikkel ook in AV toegekomen prikkel vertraagd = delay
5. Atria tjd genoeg om alles in ventrikels te pompen & te contraheren vooraleer
ventrikel contraheert
6. Prikkel dr nr Hiss bundel
7. Via prukinje cellen naar de apex (onderaan) vh hart
8. Prikkel à ventriculaire cellen
9. Contraheren v onder naar boven
10. Bloed w weggestuwd
- Voortgeleidingsnelheid:
o Afankelijk v afgeleide vd potentaal (dV/dt – verandering potentaal over tjd)
Hoe groter – hoe sneller cel depolar - hoe sneller prikkel doorgegeven nr
volgende cel
1. Trage AP:
Sinusknoop & AV knoop
Delay bij Av knoop
o Atria kan contraheren vr ventrikel kan contraheren
o Kan zo goed de ventrikel vullen
Depolarisatefase geralteerd à L-type Ca kanaaltjes
Afgeleide kleiner -> tragere geleiding
2. Snelle AP:
PG Na+ kanalen in depolarisatefase
10 x sneller in
- Supraventriculaire ritmestoornissen zenuw: 0.5m/s
o Gaan nt automatsch ritme vd ventrikels verstoren
o Je kan dus tachycardi (verhoogd ritme) zonder dat het overgaat nr ventrikels
Av knoop zal ze terug vertragen ventrikels à normaal ritme
Als ze dat toch doen (fbrillate) dood
- Alle hartcellen in staat spontaan AP op te wekken:
o Hebben diastolische depolarisate (alleen cellen vh geleidingsweefsel)
o Stel sinusknoop valt uit –> AV knoop kan overnemen –> ventrikel kan toch contrah
Wel tragere actviteit
, - EKG:
Toont sinusritme
Toont potentaalverandering à opp vd huid
o P-golf
Depolarisatefase vd atria
Kleiner dan QRS atriale cellen met minder dan ventric cellen
o QRS-complex
Depolarisatefase vd ventrikels
o T-golf
Repolarisatefase vd ventrikels
o QT interval
Interval tss QRScomplex & T-golf
Indicate duur vd AP id ventrikel
Weerspiegelt grote depolarisatefase
Weerspiegelt plateaufase ventricu cellen
Mutates kunnen zorgen vr lang/kort QT veel gevolgen te lang = fataal
Je ziet depolarisate vd sinusknoop niet is kleiner groep cellen
Dood = asystole = plate lijn
Pacemaker activiteit
- Generate elektrische actviteit
o Door sinusknoop
Geen rustpotentalen
1. Depolarisate
L-type Ca kanaaltjes – inwaartse stroom
2. Repolarisate
PG K+ kanalen
3. Diastolische depolarisate
Funny kanalen
-60mV = max diastolische depolar
Niet het rustpotentaal cel nooit in rust
- Moduleren pacemaker actviteit:
Ritme hart
Bepaalt CO het meest
Chronotroop efect
1. Positef chronotroop efect – ritme stigt 2. Negatef chronotroop efect – ritme daalt
Tachycardie Bradicardie
- ORTHO prikkelen: - PARA prikkelen:
o (Nor)adrenaline vrijzeten o ACh vrijzeten
o Bindt à β1-REC o Bindt à muscarine 2 REC
o Gs-eiwit (α-deeltje) actveert AC o Gi-ewit (α-deeltje) inhibeert AC
o Producte cAMP o βγ-deeltje: conductante K-
cAMP efect op funnykanaal kanaal stjgt Hyperpolarisate
vooral PARA bezenuwd onderdrukt het ritme (bij BV domineert ORTHO)
o als je hart vd zenuwen knipt zal harder kloppen dan ih lichaam
- Dwarsgestreept:
o Net als skeletspier
Meerder kernen
Myoblasten
- Hartspiervezel
= 1 hartspiercel
100 mircometer lang
10 mircometer dik
Met 1 – 2 kernen
o Verbonen met gapjunctes
o Autonoom
ORTHO & PARA
Cardiac output
CO = hartritme x strook volume contractviteit
- Hartritme: Elektrische actviteit
o Rust: 70 slagen per minuut
- Stroke volume:
o Volume dat je L-ventrikel per slag in je
aorta stuwt - slagvolume
o Normaal: 70ml per slag
CO = 5L/min
o Om alle organen te voorzien v bloed,
O2, voedingstofen
o Anders hartalen
CO ook bepaald dr bloeddruk:
o CO x perifere weerstand = gemiddelde bloeddruk
- CO veranderen:
o Hartritme veranderen
Mbv PARA & ORTHO kan oplopen tot 200 slagen per minuut
o Stroke volume veranderen
Hart kan maar max #bloed bevaten
Harder contraheren
CO kan max van 40L/min bereiken
Diversiteit van actiepotentialen
CO door 2 elementen bepaalt ritme & contractliteit 2 soorten weefsels:
1. Geleidingsweefsel:
o Prikkel geleiden & genereren
o Geen bijdrage tot contracte – wel tot hartritme
Sinusknoop, AV knoop, purkinjecellen, bundel v Hiss
- Elektrische actviteit:
o Sinusknoop = primaire pacemaker
Vuurt spontane AP
o AV-knoop – Gis bundle – Purkinje vezels – onderkant vh hart contracte
, In deze volgorde de prikkel verder geleiden
Beziten over diastolische depolarisate
2. Werkingsmyocardium:
o Atreale & ventriculaire cellen grootste massa (99%)
o contraheren & pompen
o cellen geen diastolische depolarisate
o wel snelle depolarisate met daarna lange plateaufase rond 0mV & daarna
repolarisate
- normale geleiding:
1. AP in sinusknoop
2. Via gapjunctes nr atriale cellen
3. Die contraheren stuwen bloed in ventrikkel
4. Prikkel ook in AV toegekomen prikkel vertraagd = delay
5. Atria tjd genoeg om alles in ventrikels te pompen & te contraheren vooraleer
ventrikel contraheert
6. Prikkel dr nr Hiss bundel
7. Via prukinje cellen naar de apex (onderaan) vh hart
8. Prikkel à ventriculaire cellen
9. Contraheren v onder naar boven
10. Bloed w weggestuwd
- Voortgeleidingsnelheid:
o Afankelijk v afgeleide vd potentaal (dV/dt – verandering potentaal over tjd)
Hoe groter – hoe sneller cel depolar - hoe sneller prikkel doorgegeven nr
volgende cel
1. Trage AP:
Sinusknoop & AV knoop
Delay bij Av knoop
o Atria kan contraheren vr ventrikel kan contraheren
o Kan zo goed de ventrikel vullen
Depolarisatefase geralteerd à L-type Ca kanaaltjes
Afgeleide kleiner -> tragere geleiding
2. Snelle AP:
PG Na+ kanalen in depolarisatefase
10 x sneller in
- Supraventriculaire ritmestoornissen zenuw: 0.5m/s
o Gaan nt automatsch ritme vd ventrikels verstoren
o Je kan dus tachycardi (verhoogd ritme) zonder dat het overgaat nr ventrikels
Av knoop zal ze terug vertragen ventrikels à normaal ritme
Als ze dat toch doen (fbrillate) dood
- Alle hartcellen in staat spontaan AP op te wekken:
o Hebben diastolische depolarisate (alleen cellen vh geleidingsweefsel)
o Stel sinusknoop valt uit –> AV knoop kan overnemen –> ventrikel kan toch contrah
Wel tragere actviteit
, - EKG:
Toont sinusritme
Toont potentaalverandering à opp vd huid
o P-golf
Depolarisatefase vd atria
Kleiner dan QRS atriale cellen met minder dan ventric cellen
o QRS-complex
Depolarisatefase vd ventrikels
o T-golf
Repolarisatefase vd ventrikels
o QT interval
Interval tss QRScomplex & T-golf
Indicate duur vd AP id ventrikel
Weerspiegelt grote depolarisatefase
Weerspiegelt plateaufase ventricu cellen
Mutates kunnen zorgen vr lang/kort QT veel gevolgen te lang = fataal
Je ziet depolarisate vd sinusknoop niet is kleiner groep cellen
Dood = asystole = plate lijn
Pacemaker activiteit
- Generate elektrische actviteit
o Door sinusknoop
Geen rustpotentalen
1. Depolarisate
L-type Ca kanaaltjes – inwaartse stroom
2. Repolarisate
PG K+ kanalen
3. Diastolische depolarisate
Funny kanalen
-60mV = max diastolische depolar
Niet het rustpotentaal cel nooit in rust
- Moduleren pacemaker actviteit:
Ritme hart
Bepaalt CO het meest
Chronotroop efect
1. Positef chronotroop efect – ritme stigt 2. Negatef chronotroop efect – ritme daalt
Tachycardie Bradicardie
- ORTHO prikkelen: - PARA prikkelen:
o (Nor)adrenaline vrijzeten o ACh vrijzeten
o Bindt à β1-REC o Bindt à muscarine 2 REC
o Gs-eiwit (α-deeltje) actveert AC o Gi-ewit (α-deeltje) inhibeert AC
o Producte cAMP o βγ-deeltje: conductante K-
cAMP efect op funnykanaal kanaal stjgt Hyperpolarisate
vooral PARA bezenuwd onderdrukt het ritme (bij BV domineert ORTHO)
o als je hart vd zenuwen knipt zal harder kloppen dan ih lichaam