INLEIDING
DEFINITIE
Beschrijven: epidemiologie = methode om de frequentie van een bepaalde karakteristiek in
de populatie te bestuderen
Verklaren: epidemiologie = methode om de frequentie in de populatie te bestuderen, alsook
de factoren die verschillen in frequentie kunnen beïnvloeden/verklaren
Factoren
Persoonlijke karakteristieken
- Demografisch
- Biologisch
- Socio-economisch
- Levensstijl
- Genetisch
Omgevingskarakteristieken
- Kenmerken uit onmiddellijke omgeving
- Populatiekenmerken
Interactie: combinatie persoon-omgevingskarakteristieken
Verklaren
Causale associaties niet-causale associaties
Directe verbanden indirecte verbanden
Kernbegrippen: frequentie en ontstaan van ziekten
Informatie halen uit bronnen: interviews, vragenlijsten, medische dossiers, direct onderzoek,
administratieve data…
Voorbeeld
Ziekte astma
Bevolking mannen, 12-64 jaar
Frequentie +/- 150.000 gevallen (+/- 7%)
Persoonlijke factoren leeftijd, roken, allergie, sport…
Omgevingsfactoren passief roken, wonen bij verbrandingsoven…
Tijdsfactoren evolutie laatste 50 jaar
Interactie allergie en passief roken
DOEL
Vragen beantwoorden rond
Etiologie (ontstaan van ziekte)
Diagnose
Prognose
Therapie (interventie)
Vergelijken
Observationele epidemiologie (bv. vergelijken van opleidingsniveau met obesitas)
Experimentele epidemiologie (bv. vergelijken van beweging met hypertensie)
EVOLUTIE
1
, Epidemiologische transitie: theoretisch model dat sterftegraad/geboortegraad weergeeft,
kan toegepast worden op verschillende samenlevingen (zie samenvatting volksgezondheid)
Aandeel van kanker en hart- en vaatziekten als doodsoorzaak neemt toe
Begrippen
Endemie = ziekte die continu aanwezig is in de samenleving maar geen epidemie
veroorzaakt (bv. windpokken)
Epidemie = ziekte in samenleving die grote toename kent (bv. griep, BOF)
Pandemie = wereldwijde epidemie (bv. COVID-19)
Morbiditeit = ziektelast, frequentie van ziekte in samenleving
Mortaliteit = frequentie van sterfte aan ziekte in samenleving
Letaliteit = mate van dodelijkheid (%) (hoeveel personen zijn na 2 jaar met de ziekte
gestorven? bv. agressieve kanker: hoge letaliteit)
FREQUENTIE VAN ZIEKTE
FREQUENTIEMATEN
Inleiding
Begrippen
Cohorte = groep individuen die men bestudeert
Follow-up = opvolgingstijd
Lost-to-follow-up = individu kwijtraken tijdens follow-up
Left censoring (aan begin van studie)
Right censoring (op einde van studie)
Tijdsduur ‘at risk’ = tijdsduur waarin één individu een bepaald risico loopt
(indien de persoon de ziekte heeft, is deze niet ‘at risk’)
Personentijd ‘at risk’ = tijdsduur waarin de volledige cohorte risico loopt
Voorbeeld van cohortestudie
Prevalentie
Prevalentie = aantal zieken op bepaald moment (bv. 450.000 diabeten in België)
Prevalentiecijfer = percentage zieken op bepaald moment (bv. 4,2% heeft diabetes)
Wordt ook gebruikt voor risicofactoren, blootstellingen…
Statisch begrip (op welbepaald ogenblik)
Factoren die prevalentiecijfers beïnvloeden
zorgt voor afname van prevalentie zorgt voor toename van prevalentie
2