Toegepaste Taalkunde 29-01-2024
1 Inleiding
- Reductionisme: versimpeling v/e complexe theorie / voorstelling v/d werkelijkheid
- AILA (= Association Internationale de Linguistique Appliquée) (1964) (tweejaarlijks congres)
- AAAL (= American Association for Applied Linguistics) (1977) (jaarlijks congres)
1.1 Ontstaansgeschiedenis
- 1940 – 1970: beperkte focus Algemene taalkunde1 toegepast bij taalonderwijzing
- 1960 – 1970: kleine expansie Taal leren en onderwijzen (focus op T2); bijkomende
kleine expansie (bv.: taalontwikkeling beoordelen / evalueren)
- 1970 – heden: grote expansie Ontwikkeling subdisciplines (meertaligheid; taalbeleid-
en planning; taalrechten voor minderheden; leermiddelenontwikkeling...)
1.2 Thema’s (definities)
1) Inter- / transdisciplinariteit
- Discipline = tak van
wetenschap, kunst sport (Van
Dale)
- Multidisciplinariteit
- Interdisciplinariteit
- Transdisciplinariteit
2) Diversiteit onderwerpen (taal / communicatie)
- Algemene taalkunde Taalkunde toegepast Taalverwerving en -onderwijs
- (Autonome) Toegepaste taalkunde bespreekt psychologie, communicatiewetenschap...
3) Individu(en) en maatschappij(en)
- Meertaligheid / Taalverwerving: individu ↔ groep(en) ↔ maatschappij(en)
4) Diversiteit theorieën en methodologieën
- Communicatie: gepast taalgebruik; privé- en groepschat; reactive & proactive
style-shifting...
5) Innovatie (kennis, theorieën, methodologieën)
- Aanvragen voor onderzoeksfinanciering en publicaties
- Methodes: eigen invalshoek; (gedeeltelijk) andere opzet; andere methodes van
rapportering en dataverzameling en -verwerking;
paradigmastrijd (in verleden) science wars
1.3 Conclusie
- Focus op taal / communicatie
1
Algemene taalkunde = structuralistische en functionele taalkunde
Pagina 1 van 14
, Toegepaste Taalkunde 29-01-2024
- Kenmerken onderzoeksaanpak: thematische diversiteit; inter- / transdisciplinaire
benaderingen; diverse manieren van dataverzameling, -analyse, -rapportage
2 Maatschappelijke meertaligheid
- ‘Linguistic landscapes’ (LLs) = visuele representaties van taalgebruik in gemeenschap; in
kaart brenging borden, posters, openbare teksten toegepaste taalkundigen vormen beeld
v. relatieve vitaliteit v. talen op een bepaald(e) plaats en moment
2.1 Meertaligheid
- Oorzaken: politiek; godsdienst; cultuur; onderwijs; economie; natuurlijke ramp
- Meertaligheid is: capaciteit; gebruik; attitude / ideologie; object v. theorievorming in
verschillende contexten; ene vorm is andere niet; toont slordigheid maatschappelijke realiteit;
onderzoekers ervaren meertaligheid, dus objectieve rapportage lastig
2.1.1 Maatschappelijke meertaligheid (‘societal multilingualism’)
↔ Individuele meertaligheid (oppositie is niet absoluut)
- Patronen: 1) Territoriale meertaligheid (type A) = functionele distributie talen; hoge
frequentie individuele meertaligheid (bv.: Luxemburg)
2) Territoriale meertaligheid (type B) = gebruik alle talen formele functies; hoge
frequentie meertaligheid verschillende etnische groepen (bv.: Singapore)
3) Territoriale eentaligheid: = elk gebied 1 officiële taal; andere voordelig, niet
noodzakelijk
4) Voornamelijk territoriale eentaligheid met stedelijke meertaligheid = eentalig land /
gebied 1 officiële taal; concentratie linguïstische minderheden vnl. in stedelijke gebieden;
verschillende niveaus individuele meertaligheid bij leden minderheden (bv.: Londen)
5) Diglossie = gebruik 2 variëteiten v. zelfde taal verschillende functies; algemeen
verspreide individuele meertaligheid (bv.: Duitstalig Zwitserland)
- Omgang meertaligheid: vertalen; plannen; onderwijzen; aanvullen; leren
2.2 Taalbeleid- en planning (Language policy and planning (LPP))
- Taalbeleid = Wettelijke bepalingen bedoeld om taalgebruik te reguleren
- Taalplanning = Praktische implementatie v/h beleid (doelen, beoordelingscriteria, opties...)
- Beslissingsniveaus voor taalgebruik: (2&3 taalbeleid / -planning; 1 ?)
Niveau 1) Individueel (beslissing voor jezelf / nabije omgeving); spontaan (informeel); vaak
onbewust Individuen en / of kleine groepen
Niveau 2) Individueel / niet-individueel; niet spontaan (formeel); bewust docenten,
auteurs / ontwikkelaars leermiddelen, logopedisten, tolken, vertalers...
Niveau 3) Niet individueel (beslissing voor anderen); niet spontaan (formeel); bewust
(toegepast) taalkundigen, stakeholders gefocust op ontwikkelen / opvolgen van LPP
Informeel: bredere en informelere taalgerelateerde besluitvorming (minder bewust)
Formeel: beperktere en formelere taalgerelateerde besluitvorming (doorgaans
bewuster)
Pagina 2 van 14
1 Inleiding
- Reductionisme: versimpeling v/e complexe theorie / voorstelling v/d werkelijkheid
- AILA (= Association Internationale de Linguistique Appliquée) (1964) (tweejaarlijks congres)
- AAAL (= American Association for Applied Linguistics) (1977) (jaarlijks congres)
1.1 Ontstaansgeschiedenis
- 1940 – 1970: beperkte focus Algemene taalkunde1 toegepast bij taalonderwijzing
- 1960 – 1970: kleine expansie Taal leren en onderwijzen (focus op T2); bijkomende
kleine expansie (bv.: taalontwikkeling beoordelen / evalueren)
- 1970 – heden: grote expansie Ontwikkeling subdisciplines (meertaligheid; taalbeleid-
en planning; taalrechten voor minderheden; leermiddelenontwikkeling...)
1.2 Thema’s (definities)
1) Inter- / transdisciplinariteit
- Discipline = tak van
wetenschap, kunst sport (Van
Dale)
- Multidisciplinariteit
- Interdisciplinariteit
- Transdisciplinariteit
2) Diversiteit onderwerpen (taal / communicatie)
- Algemene taalkunde Taalkunde toegepast Taalverwerving en -onderwijs
- (Autonome) Toegepaste taalkunde bespreekt psychologie, communicatiewetenschap...
3) Individu(en) en maatschappij(en)
- Meertaligheid / Taalverwerving: individu ↔ groep(en) ↔ maatschappij(en)
4) Diversiteit theorieën en methodologieën
- Communicatie: gepast taalgebruik; privé- en groepschat; reactive & proactive
style-shifting...
5) Innovatie (kennis, theorieën, methodologieën)
- Aanvragen voor onderzoeksfinanciering en publicaties
- Methodes: eigen invalshoek; (gedeeltelijk) andere opzet; andere methodes van
rapportering en dataverzameling en -verwerking;
paradigmastrijd (in verleden) science wars
1.3 Conclusie
- Focus op taal / communicatie
1
Algemene taalkunde = structuralistische en functionele taalkunde
Pagina 1 van 14
, Toegepaste Taalkunde 29-01-2024
- Kenmerken onderzoeksaanpak: thematische diversiteit; inter- / transdisciplinaire
benaderingen; diverse manieren van dataverzameling, -analyse, -rapportage
2 Maatschappelijke meertaligheid
- ‘Linguistic landscapes’ (LLs) = visuele representaties van taalgebruik in gemeenschap; in
kaart brenging borden, posters, openbare teksten toegepaste taalkundigen vormen beeld
v. relatieve vitaliteit v. talen op een bepaald(e) plaats en moment
2.1 Meertaligheid
- Oorzaken: politiek; godsdienst; cultuur; onderwijs; economie; natuurlijke ramp
- Meertaligheid is: capaciteit; gebruik; attitude / ideologie; object v. theorievorming in
verschillende contexten; ene vorm is andere niet; toont slordigheid maatschappelijke realiteit;
onderzoekers ervaren meertaligheid, dus objectieve rapportage lastig
2.1.1 Maatschappelijke meertaligheid (‘societal multilingualism’)
↔ Individuele meertaligheid (oppositie is niet absoluut)
- Patronen: 1) Territoriale meertaligheid (type A) = functionele distributie talen; hoge
frequentie individuele meertaligheid (bv.: Luxemburg)
2) Territoriale meertaligheid (type B) = gebruik alle talen formele functies; hoge
frequentie meertaligheid verschillende etnische groepen (bv.: Singapore)
3) Territoriale eentaligheid: = elk gebied 1 officiële taal; andere voordelig, niet
noodzakelijk
4) Voornamelijk territoriale eentaligheid met stedelijke meertaligheid = eentalig land /
gebied 1 officiële taal; concentratie linguïstische minderheden vnl. in stedelijke gebieden;
verschillende niveaus individuele meertaligheid bij leden minderheden (bv.: Londen)
5) Diglossie = gebruik 2 variëteiten v. zelfde taal verschillende functies; algemeen
verspreide individuele meertaligheid (bv.: Duitstalig Zwitserland)
- Omgang meertaligheid: vertalen; plannen; onderwijzen; aanvullen; leren
2.2 Taalbeleid- en planning (Language policy and planning (LPP))
- Taalbeleid = Wettelijke bepalingen bedoeld om taalgebruik te reguleren
- Taalplanning = Praktische implementatie v/h beleid (doelen, beoordelingscriteria, opties...)
- Beslissingsniveaus voor taalgebruik: (2&3 taalbeleid / -planning; 1 ?)
Niveau 1) Individueel (beslissing voor jezelf / nabije omgeving); spontaan (informeel); vaak
onbewust Individuen en / of kleine groepen
Niveau 2) Individueel / niet-individueel; niet spontaan (formeel); bewust docenten,
auteurs / ontwikkelaars leermiddelen, logopedisten, tolken, vertalers...
Niveau 3) Niet individueel (beslissing voor anderen); niet spontaan (formeel); bewust
(toegepast) taalkundigen, stakeholders gefocust op ontwikkelen / opvolgen van LPP
Informeel: bredere en informelere taalgerelateerde besluitvorming (minder bewust)
Formeel: beperktere en formelere taalgerelateerde besluitvorming (doorgaans
bewuster)
Pagina 2 van 14