Grote tot zeer grote bedrijven
Meer dan 1 leidinggevende
o Functionele manager
o Projectmanager / leider
Geen eenheid van gezag, je krijgt opdrachten van beide leiders zorgt voor conflicten
Projectorganisatie: wanneer projecten heel groot en ingewikkeld zijn bv. ontwikkeling
auto
o Krijgt in sommige gevallen aparte verdieping of locatie
+ de werknemers kunnen vrij eenvoudig de kennis n de vaardigheden van elkaar overnemen
(interdisciplinaire samenwerking)
+ de werknemers kunnen zich specialiseren in een bepaald vakgebied
+ Innovatieve ideeën komen meer tot uiting in een project
- de werknemers kunne veel tijd verliezen bij het rapporteren aan verschillende personen
- de werknemers kunne vaak zwaarder belast worden qua taken
- de organisaties zijn moeilijk te managen: geen eenheden van gezag, tegenstrijdige eisen
2. de bedrijfscultuur of organisatiecultuur
Waarden en normen:
Waarden: idealen die mensen nastreven, ze motiveren mensen bv. wint, respect,
erkenning, duurzaamheid…
Normen: vertalingen van de waarden naar concrete handelingen plaats- en
tijdsgebonden bv. dit jaar wil ik zoveel % winst, klachten behandelen omv respect,
pestgedrag oplossen, zoveel % minder verbruik, co2 uitstoot
Bedrijfscultuur: de manier waarop het in het bedrijf dagelijks aan toe gaat, intern onder de
medewerkers en extern met derden ( de buitenwereld)
Organisatiecultuur: vormt het geheel van waarden en normen die achter de organisatie zitten
om de organisatieleden te leiden. Bepaalt deel van het succes van een onderneming
Stilzwijgende afspraken: bv. kostuum op het werk
Model van Harrison:
Machtscultuur
Personencultuur
Taakcultuur
Rolcultuur
, Machtscultuur Personencultuur Taakcultuur Rolcultuur
Baasgericht Mensgericht Resultaatgericht Functiegericht
Laag Hoog Hoog Laag
machtsspreiding machtsspreiding machtsspreiding machtsspreiding
Hoog Laag Hoog Laag
samenwerkingsraad samenwerkingsgraad samenwerkingsgraad samenwerkingsgraad
Organisatiestructuur: aanpak van alle taken die zijn verdeel dof samenhangen in een
onderneming
Organisatiecultuur: dit zijn alle waarden en normen die gelden binnen een onderneming
3. leidershap
3.1 functies van leiders
Leiderschap is een proces waarbij één persoon, verantwoordelijk voor een groep personen,
actie onderneemt om een bepaald doel te bereiken. Doeltreffende machtsmiddelen zijn
noodzakelijk om respect af te dwingen
Autoritaire leiders: houden geen rekening met personeel, burgers
Leiders die willen samenwerken, luisteren
Machtsmiddelen: boetes, ontslag
Bv. leerkracht: kan als machtsmiddel strafstudie of nota geven, ouders bellen…
Bv. politieagent: kan boete geven
Functies:
Taakgerichte functie: taak tot goed einde brengen
Sociale functie: mensen stimuleren
3.2 Leiderschapsstijlen
Model van Ken Blachard
Sturen Begeleiden Steunen delegeren
Je krijgt enorm veel Je krijgt enorm veel Krijgen geen Geen tot weinig
instructies waarbij je instructies waarbij je instructies, wat zorgt instructies voor
verder geen van de leider ook voor weinig taken die je moet
ondersteuning meer ondersteuning krijgt. motivatie. Je krijgt maken. Bovendien
krijgt en je alleen Op die manier kan je wel de krijg je geen tot
maar de instructies een groeiproces ondersteuning van je weinig
kan volgen. doormaken. leider die ondersteuning. Het
complimenten geeft wordt gedelegeerd,
en de motivatie de leider zal zich
Directief en stimuleert. alleen bemoeien bij
taakgericht Taak- als details van de taak
mensgericht mensgericht