Begrippen
- Dierkunde: wetenschappelijke studie van het dierlijk leven
o In evolutief kader
o Oorsprong van bepaalde ontwikkelingen
o Begrijpen van (historische) processen
- Fylogenie: vertakkende evolutionaire boom
- Homologie: gelijkenis door gemeenschappelijke oorsprong (kat- en mensenarm)
- Convergentie: organismen die oppervlakkig dezelfde kenmerken vertonen maar die geen
rechtstreekse/diepere verbinding hebben.
- Atavismen: (schijnbare) ommekeer in zijn evolutie
- Suboptimale design: ‘foutjes’ door de evolutie (we zijn niet perfect), bv. Blinde vlek
- Intelligent design: Organismen gecreëerd door ‘creator’ (God)
- Ontogenie: celdifferentiatie van cellen en weefsels
- Recapitulatie
- Heterogenie: evolutionaire verandering in timing van de ontwikkeling
- Allopatrische populaties: ontstaat v dochtersoorten (geografische isolatie)
- Sympatrische soortvorming: ontstaan v dochtersoorten in zelfde vaderland (≠ geo. Isolatie)
- Adaptieve radiatie: vorm van evolutie waarbij soortvorming uit een gemeenschappelijke
voorouder optreedt door adaptie aan verschillende ecologische niches .
, Wetenschappelijke methode
Moet controleerbaar zijn + herhaling mogelijk
Wetenschap = falsifieerbaar conclusies = voorlopig (steeds in evolutie)
Hypothese vs theorie (genoeg bewijs nodig)
o Theorie: zwaartekracht
Observatie vraag hypothese empirische test (test vs controlegroep + replicatie)
conclusie accepteren/afwijzen vd hypothese publicatie
Evolutietheorie & Darwin
Pre-Darwin
Griekse filosofen: Xenophanes, Empedocles en Aristotles fossielen
17e eeuw: “officiële” star van creatie vastgelegd: - 4000
Lamarckisme
Fossielen = overblijfselen van uitgestorven dieren
Stelde een evolutionair mechanisme voor:
o Organismen streven ernaar om eisen van de omgeving
voldoen
o Overerving van verworven kenmerken aan nakomelingen
o Omgeving bepaald evolutie
Darwin: Evolutionaire verandering wordt veroorzaakt door differentiële overleving
en voortplanting tussen organismen die verschillen in erfelijke eigenschappen
o TOEVAL + survival of the fittest
Charles Darwin
1e ondersteunde uitleg over evolutionaire verandering
collecties en observaties op 5 jaar durende reis (1831-1836) op de Beagle
On the Origin of Species by Means of Natural Selection (1859) (na identieke theorie dr
Wallace)
Darwin’s evolutie theorie bestaat uit 5 theorieën.
1. continue verandering
2. gemeenschappelijke oorsprong
3. vermeerdering van soorten
4. geleidelijkheid
5. natuurlijke selectie (= survival of the fittest)
1. Continue verandering:
fossielen
1.1 Fossielen
Vertekende interpretatie: meer gewervelde en ongewervelde
dieren met schelpen
andere dieren slechts in uitzonderlijke omstandigheden