Bilateria – lophotrochozoa
Bilateria: bilateraal symmetrische, triploplastische organismen
3 groepen:
1. Deuterostomia
2. Lophotrochozoa
Protostomia
3. Edcysozoa
Lophotrochozoa
Verwantschappen op basis van moleculaire data (gelijkenissen in DNA sequenties)
Sommige hebben een lofofoor,
lofofoor: kring van tentakels rond mond
Sommigen hebben trochofore larve
Sommigen geen trochofore larve of een lofofoor
Heel diverse groep met veel verschillende bouwplannen
Totaal van 18 fyla
Bilateria
Van een vastzittende/ vrij)drijvende levenswijze met radiale symmetrie aar een actief bewegende,
bilaterale symmeterie
(Radiata Bilateria)
Verlies v/d mogelijkheid om zich vast te hechten
moeten kruipen
Meer activiteit: spieren en zenuwstelsels
, Acoelomata
Hebben geen lichaamsholte, slechts een interne ruimte
= de spijsvertering holte
Gebied tussen de epidermis en spijsverteringsholte gevuld met
parenchym
Fylum Xenocoelomorpha*
2 groepen:
Xenoturbellida
Zeer eenvoudig opgebouwde wormvormige organismen
Gekenmerkt door gecilieerde groef
Tot 20 cm groot
Acoelomorpha
vroeger gegroepeerd binnen de platwormen
hun basale positie onder discussie
belang als modelorganisme (basale positie + stamcellen)
geen anus
meestal marien en vrijlevend
minder dan 5 mm
350 soorten
Fylum Platyhelminthes
= de platwormen
Algemene bouw
Geen anus, bloedvatenstelsel of ademhalingstelsel
De kleine soorten zijn rond, de grotere D-V afgeplat
(platwormen).
Epidermis met of zonder trilharen.
Ringspierlaag, longitudinale spierlaag en diagonale spierlagen
= huidspierzak. Goed ontwikkeld spierstelsel
Lichaam gevuld met mesenchym
steun, stapelplaats en bevat totipotente cellen
Goed ontwikkels zenuwstelsel
Chemoreceptoren
Fotoreceptoren
Tactiele receptoren
Rheoreceptoren
Anatomie
De epidermis
Turbellaria: cellulair met ciliën
Neodermata: syncytium