Samenvatting Hoofdstuk 5
Inleiding
De regeerperiode van de Karolingers
751 1000
(begin) (einde)
De regeerperiode van Karel de Grote = 768 - 814
De regeerperiode van de Karolingers = 751 - 1000
Het grondgebied van het Karolingische rijk
Donker oranje + licht oranje
Situering in tijd en ruimte
Tijd = 751 tot
1000
(8ste eeuw –
10de eeuw)
Ruimte =
Karolingische rijk
De invloed van Karel de Grote
Karel de grote was de koning van het Karolingische rijk
Hij had macht in zijn eigen rijk (=logisch)
, Maar hij had ook heel veel invloed in de gebieden naast
zijn rijk
Hoe kwamen de Karolingers aan de macht
De koningen van het Merovingische rijk zetten aan het
hoofd van elke provincie een graaf/hofmeier
Als betaling kregen de hofmeiers grond
Zo ontstonden er grootgrondbezitters
Zo werd de grootste en belangrijkste familie die van
de Karolingers, zij zorgden voor bestuurstaken en
waren dus hofmeiers
Deze familie zorgde ervoor dat je de functie hofmeier
kon erven
Daardoor bleef alle grond altijd bij dezelfde familie en
ging dus niet meer terug naar de koning
Daardoor hadden de koningen geen macht meer
In 751 greep de hofmeier ‘Peppijn de Korte’ de macht,
zo ontstond er een nieuwe dynastie, de Karolingische
dynastie
Les 1 / deelvraag 1 (bestuur)
De macht van Karel de Grote
Karel krijgt zijn macht van god
Zoals de Byzantijnse keizers
Karel had dus naast de politieke macht ook de religieuze macht,
hij was dus een autocraat
Waarom was er in het rijk van Karel een goed
bestuur nodig
1. Het was een groot rijk
2. Er woonden veel verschillende volkeren
3. Er waren slechte wegen dus andere steden bereiken
gebeurde traag
Inleiding
De regeerperiode van de Karolingers
751 1000
(begin) (einde)
De regeerperiode van Karel de Grote = 768 - 814
De regeerperiode van de Karolingers = 751 - 1000
Het grondgebied van het Karolingische rijk
Donker oranje + licht oranje
Situering in tijd en ruimte
Tijd = 751 tot
1000
(8ste eeuw –
10de eeuw)
Ruimte =
Karolingische rijk
De invloed van Karel de Grote
Karel de grote was de koning van het Karolingische rijk
Hij had macht in zijn eigen rijk (=logisch)
, Maar hij had ook heel veel invloed in de gebieden naast
zijn rijk
Hoe kwamen de Karolingers aan de macht
De koningen van het Merovingische rijk zetten aan het
hoofd van elke provincie een graaf/hofmeier
Als betaling kregen de hofmeiers grond
Zo ontstonden er grootgrondbezitters
Zo werd de grootste en belangrijkste familie die van
de Karolingers, zij zorgden voor bestuurstaken en
waren dus hofmeiers
Deze familie zorgde ervoor dat je de functie hofmeier
kon erven
Daardoor bleef alle grond altijd bij dezelfde familie en
ging dus niet meer terug naar de koning
Daardoor hadden de koningen geen macht meer
In 751 greep de hofmeier ‘Peppijn de Korte’ de macht,
zo ontstond er een nieuwe dynastie, de Karolingische
dynastie
Les 1 / deelvraag 1 (bestuur)
De macht van Karel de Grote
Karel krijgt zijn macht van god
Zoals de Byzantijnse keizers
Karel had dus naast de politieke macht ook de religieuze macht,
hij was dus een autocraat
Waarom was er in het rijk van Karel een goed
bestuur nodig
1. Het was een groot rijk
2. Er woonden veel verschillende volkeren
3. Er waren slechte wegen dus andere steden bereiken
gebeurde traag