KAPITALISME SOCIALE FEITEN INTERPRETATIEVE SOCIOLOGIE
BASISIDEE Materialistische maatschappijvisie: belang ‘De sociologische methode’: de sociologie Interpretatieve/hermeneutische sociologie =
vd economie bestudeert sociale feiten het uitleggen v motieven vr bepaald handelen
Antropologisch materialisme: belang sociale fenomenen benaderen als gegeven methodologisch individualisme
arbeid dingen positivisme nominalisme = sociale fenomenen zijn
echte dingen met een eigen lege namen vr samenhandelen v
2 KLASSEN: (NIET)-BEZITTENDE werkzaamheid (verdinglijking) gemotiveerde individuen
- sociaal, bovenindividueel, voorgegeven, Zin- of betekenisvol handelen iedereen
Klasse: kapitaalbezitters/arbeiders extern en dwingend vanuit verschillende motieven
klassen verklaringsregel ideaaltypes = typische (doorsnee), sociaal
= structuurkenmerk van alle sml empirische vuistregel: statistiek gedeelde motivaties
~ productiewijze Interactionisme: samenhandelen leidt tot
klassenstrijd = confrontatie tss beide interactie 4 basismotivaties
klassen obv ≠ belangen 1) Doelrationeel handelen
MAATSCHAPPIJVISIE Modern kapitalisme = Bestaan v sociale solidariteit, sociale cohesie 2) Waarderationeel handelen
1. geld productief maken dr productie of sociale integratie 3) Affectief handelen
koopwaren (GWG’) & uitbuiting arbeid 4) Traditioneel handelen
(meerwaarde) 2 basisvormen van sociale orde:
2. tendens tot commodificatie Mechanische solidariteit Sociale orde: wederzijdse oriëntatie v actoren
3. kapitalisme = markteconomie overeenkomst in opvattingen en op elkaars handelen (verwachtingen)
harde concurrentie -> meer uitbuiting, levenscondities
klassenstrijd collectief bewustzijn Visie op mod. kapitalisme: ‘burgerlijke
klassenpolarisatie & revolutie lage taakdifferentiatie, eenvoudige sml bedrijvenkapitalisme’ als ideaaltype v
(communisme) Organische solidariteit doelrationeel handelende kapitalist +
klassenverhouding als basis voor moderne sml doelrationeel inzetten v prod.factoren met
bovenbouw (materiële conditioneert veralgemeende afhankelijkheid oog op herinvesteren -> winst
andere sferen) hoge taakdifferentiatie kapitalistische geest: herinvesteren en
individualisme als sociaal feit ascetisch leven
SOCIALE ORDE Opgelegde klassenorde (ongelijke verdeling Elkaars handelen begrijpen en eigen handelen
kapitaal en macht) + kassenconflict richten op de verwachtingen nr de anderen
toe
STROMING CONFLICTSGERICHT GROEPSGERICHT INDIVIDUGERICHT
+ Sociocentrisme = het sociale, + Sociocentrisme + Actorcentrisme = het individueel handelen
maatschappelijke (= zelfstandige realiteit) + Sociologisme = neiging persoonlijk handelen bepaalt het sociale
bepaalt het zijn van het individu (soc (weg) te verklaren vanuit het sociale antiverlichting, vrije wil, zelfbewustzijn
indiv)
+ Sociologisme