SAMENVATTING FILOSOFIE
Inhoud
1. Reeks 1 - Oudheid...............................................................................................................................4
1.1.Reductie (Thales)..........................................................................................................................4
1.2. Principe van voldoende reden (Anaximander)............................................................................4
1.3. Analogie (Anaximenes)................................................................................................................6
1.10. Essentialisme, alternativiteit, taxonomie (Aristoteles)............................................................18
1.11. Principe van de alternatieve mogelijkheden (Aristoteles).......................................................19
1.12. Taxonomie (Aristoteles)...........................................................................................................19
2. Reeks 2 – Oudheid............................................................................................................................20
Sceptici.................................................................................................................................................20
2.1. Epochè (oordeelsopschorting) (Pyrrho).....................................................................................20
2.2. Regressus ad infinitum trilemma (Sextus Empiricus).................................................................21
2.3. Axiomatiek (Euklides)................................................................................................................22
2.4. Twijfel, poëzie en mystiek (Augustinus).....................................................................................24
3. Reeks 3 - Oudheid (les 4)..................................................................................................................27
3.1. Linguïsme (Johannes Scottus Eriugena).....................................................................................27
3.2. Leer van de dubbele weg (Ahmad ibn-Ruhsd (Averroës))..........................................................27
6. Reeks 6 – 19de en 20ste eeuw (les 7)...................................................................................................51
1
,Alledaagse kennis:
Filosfie beschouwt alledaagse dingen
met bijzondere technieken
Nadenken over wat we weten
-verschillende bronnen kennis: wat is betrouwbaar? Al de bronnen even betrouwbaar?
-kennis = goed, maar waar komt die vandaan (+betrouwbaar)?
Kernvragen
Filosofische disciplines
-Wat is werkelijk? Bvb tijd
-Hoe moeten we leven? Wetten: wrm volgen: stoppen vr rood licht midden id nacht
-Welke kennis is betrouwbaar? Wetenschapper: 1 bepaalde conclusie: ineens op radio?
-Wanneer is een redenering correct? Is “ik heb dat gezien dus het is zo” voldoende?
-Waarom is iets mooi? Waarom is de mona lisa zo mooi?
Filosofie zoekt naar UNIVERSELE regels vinden we niet
Iedere filosoof: eigen deel
Wat is werkelijk?
Filosofen trachten antwoord geven op:
-Wat is?
-Wat is tijd?
-Wat is vrijheid? bvb doe wat ik wil mr zit nu wel nr hoorcollege luisteren
-Heeft het zin te spreken van het inividu? bepaald door omstandigheden bvb online les: pyjama,
maar aula les: nette kleren individu w mee bepaald door omgeving + andere mensen
Antwoorden zijn aanvulling op wat andere wetenschapmensen bedenken
2
,Filosofische werktuigen
-Reductie
-Analogie
-Dilemma
-….
3
, 1. Reeks 1 - Oudheid
1.1.Reductie (Thales)
640-545 vChr
Milete
Herleiding zoeken naar MATERIËLE oorsprong: altijd en overal onveranderlijk aanwezig
Zoeken naar archè (oorsprong):
-steeds aanwezig
-water (Thales) als griek nr Egypte: nijl essentieel voor leven + mens ontstaan water
-atomen (Demokritos) deeltjes zijn ondeelbaar en dus basis
Fysicalisme
Gevaar: demystificatie mystieke weghalen bvb romantisch etentje
Geen originele teksten nt zeker, wel anekdotes (bvb olijfpers)
1ste natuurfilosoof (nt verwijzen naar goden)
Stelling Thales: herleiding tot wiskunde
Pythagoras = relatie tssn intervallen van toonladders + wiskundige verhoudingen
Toepassingen van de reductie
-argumentatief = diepere waarheid/iets onderliggens
-onderzoekend = verder denken/zoeken
-voor ontwerpers = herleiding tot nt meer verder delen bvb 1 grondstof (hout)
1.2. Principe van voldoende reden (Anaximander)
600 vCh
Aarde = onbeweeglijk beweging in welke richting ook maakt geen verschil
aka alle richtingen zijn gelijk geen reden om te bewegen, dus beweeg je nt
= geen voldoende reden om te bewegen
Voor mensen wel richtingen die beter zijn bvb door deur of door raam
DUS
-niets is zonder reden waarom het veeleer bestaat dan waarom het niet bestaat (Christian Wolff)
-alhoewel we deze redenen meestal niet zullen kennen (Wilhelm von Leibniz) je kan bestaan en
niet bestaan, mr als je bestaat moet er voldoende reden zijn om te bestaan: alles heeft reden (ookal
kennen we die nt)
-redenen zijn er wel, mens heeft er gewoon nt altijd toegang toe
Reden is om iets te doen/te handelen, oorzaak is het verleden dat een bepaald effect heeft, reden
heeft een bep handeling als gevolg
4
Inhoud
1. Reeks 1 - Oudheid...............................................................................................................................4
1.1.Reductie (Thales)..........................................................................................................................4
1.2. Principe van voldoende reden (Anaximander)............................................................................4
1.3. Analogie (Anaximenes)................................................................................................................6
1.10. Essentialisme, alternativiteit, taxonomie (Aristoteles)............................................................18
1.11. Principe van de alternatieve mogelijkheden (Aristoteles).......................................................19
1.12. Taxonomie (Aristoteles)...........................................................................................................19
2. Reeks 2 – Oudheid............................................................................................................................20
Sceptici.................................................................................................................................................20
2.1. Epochè (oordeelsopschorting) (Pyrrho).....................................................................................20
2.2. Regressus ad infinitum trilemma (Sextus Empiricus).................................................................21
2.3. Axiomatiek (Euklides)................................................................................................................22
2.4. Twijfel, poëzie en mystiek (Augustinus).....................................................................................24
3. Reeks 3 - Oudheid (les 4)..................................................................................................................27
3.1. Linguïsme (Johannes Scottus Eriugena).....................................................................................27
3.2. Leer van de dubbele weg (Ahmad ibn-Ruhsd (Averroës))..........................................................27
6. Reeks 6 – 19de en 20ste eeuw (les 7)...................................................................................................51
1
,Alledaagse kennis:
Filosfie beschouwt alledaagse dingen
met bijzondere technieken
Nadenken over wat we weten
-verschillende bronnen kennis: wat is betrouwbaar? Al de bronnen even betrouwbaar?
-kennis = goed, maar waar komt die vandaan (+betrouwbaar)?
Kernvragen
Filosofische disciplines
-Wat is werkelijk? Bvb tijd
-Hoe moeten we leven? Wetten: wrm volgen: stoppen vr rood licht midden id nacht
-Welke kennis is betrouwbaar? Wetenschapper: 1 bepaalde conclusie: ineens op radio?
-Wanneer is een redenering correct? Is “ik heb dat gezien dus het is zo” voldoende?
-Waarom is iets mooi? Waarom is de mona lisa zo mooi?
Filosofie zoekt naar UNIVERSELE regels vinden we niet
Iedere filosoof: eigen deel
Wat is werkelijk?
Filosofen trachten antwoord geven op:
-Wat is?
-Wat is tijd?
-Wat is vrijheid? bvb doe wat ik wil mr zit nu wel nr hoorcollege luisteren
-Heeft het zin te spreken van het inividu? bepaald door omstandigheden bvb online les: pyjama,
maar aula les: nette kleren individu w mee bepaald door omgeving + andere mensen
Antwoorden zijn aanvulling op wat andere wetenschapmensen bedenken
2
,Filosofische werktuigen
-Reductie
-Analogie
-Dilemma
-….
3
, 1. Reeks 1 - Oudheid
1.1.Reductie (Thales)
640-545 vChr
Milete
Herleiding zoeken naar MATERIËLE oorsprong: altijd en overal onveranderlijk aanwezig
Zoeken naar archè (oorsprong):
-steeds aanwezig
-water (Thales) als griek nr Egypte: nijl essentieel voor leven + mens ontstaan water
-atomen (Demokritos) deeltjes zijn ondeelbaar en dus basis
Fysicalisme
Gevaar: demystificatie mystieke weghalen bvb romantisch etentje
Geen originele teksten nt zeker, wel anekdotes (bvb olijfpers)
1ste natuurfilosoof (nt verwijzen naar goden)
Stelling Thales: herleiding tot wiskunde
Pythagoras = relatie tssn intervallen van toonladders + wiskundige verhoudingen
Toepassingen van de reductie
-argumentatief = diepere waarheid/iets onderliggens
-onderzoekend = verder denken/zoeken
-voor ontwerpers = herleiding tot nt meer verder delen bvb 1 grondstof (hout)
1.2. Principe van voldoende reden (Anaximander)
600 vCh
Aarde = onbeweeglijk beweging in welke richting ook maakt geen verschil
aka alle richtingen zijn gelijk geen reden om te bewegen, dus beweeg je nt
= geen voldoende reden om te bewegen
Voor mensen wel richtingen die beter zijn bvb door deur of door raam
DUS
-niets is zonder reden waarom het veeleer bestaat dan waarom het niet bestaat (Christian Wolff)
-alhoewel we deze redenen meestal niet zullen kennen (Wilhelm von Leibniz) je kan bestaan en
niet bestaan, mr als je bestaat moet er voldoende reden zijn om te bestaan: alles heeft reden (ookal
kennen we die nt)
-redenen zijn er wel, mens heeft er gewoon nt altijd toegang toe
Reden is om iets te doen/te handelen, oorzaak is het verleden dat een bepaald effect heeft, reden
heeft een bep handeling als gevolg
4