Kennen: deel 1 (samengevat) ,4 en de eerste twee hoofdstukken van 6
D1H1: inleiding
Rechtvaardigheid= subjectef begrip
rechtvaardigheidsgevoel verschilt van persoon tot persoon
Vb. door procedurefout wilt men Salah Abdeslam vrij spreken
Verjaringstermijn= bepaalde tjd waarna een misdrijf niet meer vervolgd kan worden (40 jaar)
bij de Bende van Nijvel heef men deee verlengd naar 40 jaaar (en is dus de wet veranderd)
recht= het geheel van regels die op een bepaald tjdstp, in een bepaalde gemeenschap gelden en op haar
geeag eijn vastgelegd
regels en instellingen
bepaald tjdstp in een bepaalde gemeenschap (vb. vroeger konden vrouwen niet stemmen)
dwang (moet er eijn, anders is het een beleefdheidsregel)
geeag (samenleving is er mee eens dat ee best langs deee regel wordt gestuurd)
omgekeerde evenredigheid: hoe meer geeag een maatregel heef, hoe minder dwang er nodig is
(en omgekeerd)
huishoudgeld= geld dat een vrouw van haar man kreeg om het huishouden te onderhouden
Regels:
Gebodsbepalingen= dingen die je moet doen (plichten)
aangifeplicht, kiesplicht, opkomstplicht, dienstplicht, leerplicht,,
Verbodsbepalingen= dingen die je niet mag doen
bi/polygamie (trouwen met meer dan 1 persoon), oneerlijke handelspraktjken,,
Verbod op oneerlijke handelspraktjkenn leurhandel bestaat niet meer (deur-aan-deur-verkoop)
er moet nu bedenktjd eijn, er mag niet in kleine letertjes staan,,
bestaat wel nog op het internet (en ontsnapt aan het belgisch recht door vb. buitenlandse sites)
verlofepaling= stukjes recht waarvan je eelf kiest of ee in werking treden of niet
indexering van woninghuur: huurverblijf dat telt als domicilie, eelf te bepaling of er indexering komt of
niet
indexering= indexeren eodat je met je loon altjd heteelfde kan open (?) (eelf te bepalen)
Louter technische regelsn dienen op het rechtsapparaat te laten draaien, hebben geen verbod of gebod
akte van brugerlijke stand: verplicht kinderen aangeven
inhoud van dagvaarding: papier dat eegt wanneer, waar je naar de rechtbank moet gaan
Wie maakt het recht?
Franse Revolute (1789)n komaf gemaakt met de standenmaatschappij
ontstaan vrijheid, gelijkheid en broederschap
Liberalisme (liberté) = gebaseerd op de vrijheid van het individu
1830n onafhankelijkheid Belgik en ontstaant weten (allemaal liberale weten
die eich te veel moeit met individuele vrijheid vb. vrije meningsuitng)
Open VLD, MR, Lijst De Decker
Liberale ministers: Maggie De Block, Charles Michel, Didier Reynders,
Alexander de Croo
1
, Christen-democrate = gebaseerd op broederschap
(fratternité) CD&V, CDH
Joke Schouwvlieghe, Hilde Crevits, Kris Peeters, Jo Van Deureen,
invloedn kindergeld (hoe meer kinderen, hoe meer geld), verbod op
polygamie, wet tegen abortus,,
Socialisme (egalité) = gebaseerd op gelijkheid
S.PA, PS, PVDA, BEP,,
ministers: geen, eiten in de oposite
invloed: industrikle revolute (kloof arm en rijk)
Karl Marx: vlucht naar Belgik waar hij eijn gedachtegoed op gang brengt,
proletarikrs moeten eich verdedigen (socialistsche partjen ontstaan)
Na WOIn algemeen enkelvoudig stemrecht (enkel mannen)
Vlaams natonalisme =beschermen van de natonale markt
NVA, Vlaams Belang
ministers: Theo Francken, Jan Jambon, Ben Weyts, Geert Bourgeois
begin 20ste eeuwn ontstaan natonalisme (taalstrijd)
momenteeln dominante ideologie in Belgik
Ecologisme = het voortbestaan van de mens staat centraal
ecolo, groen
geen ministers
landen die meer petrolium beeiten eijn machtger (brandstof voor tanks,,)
jaren ’70n in Hoboken worden alsmaar meer kinderen met beperkingen
geboren (gevolg: mama’s lijden aan loodvergifiging door luchtvervuiling)
stoot vuile lucht en water uit waardoor mensen besmet raakten
ontstaan milieurecht (nu milieurecht over heel Europa)
Ant-globalisme = eijn tegen mult-natonals en eijn tegen delokalisate (=vestgen van bedrijven
in andere landen)
geen partjen en geen ministers
gedachtegoed heef wel invloed op ons rechtsysteem
Tobintaks: belastng op wisselkoerstransactes om te voorkomen dat landen
failliet gaan
Jaren ’90n uitbraak van betogingen in Europa
eijn tegen de globale economie (hierdoor ontstaan ant-globalisme)
grote bedrijven in Belgik bleven verdwijnen door delokalisate
Doel van recht: ordenen van de samenleving
Vroeger: in de primiteve maatschappij bestond al een vorm van recht
vanaf het moment dat je in groep leef moeten er afspraken gemaakt worden
recht is geen doel maar een middel (om bepaalde beleidsoptes te realiseren
recht is het resultaat van verschillende gedachtegoeden (veranderd constant)
vb. christenen gedachtegoed telt vandaag minder als vroeger
ons recht is sterk beïnvloed door de joods-christelijke godsdiensten, de principes van de Franse
Revolute, het kapitalisme, individualisme en natonalisme
juridisering van de samenleving: recht neemt steeds een belangrijkere plaats in de samenleving in omdat
de samenleving complexer wordt
er bestaat meer en meer de neiging om alles te willen regelen waardoor er nieuwe regels ontstaan
2
, vb. aparte regelgeving voor huren van winkels, huieen, appartementen,,
Wat eorgt dat echt meer is dan morele indicate?
Gezag
Dwang (forceren om iets te doen)
men geef sanctes waardoor mensen angst krijgen om ergere sanctes te krijgen en eich eo
aan te passen
Recht in onze samenlevingn parlementaire democrate
= soevereine volkswil (Montesque) wordt vertegenwoordigd door de verkoeen vertegenwoordigers in het
parlement
moeilijk om de burgers rechtstreeks te betrekken bij het maken van rechtsregels (uiteondering:
toenemend belang van referenda in vb. Zwitserland)
recht wordt dus gemaakt door een erkens geeag (die de rechtsregels afdwingd)
Representateve parlementaire democraten 150 volksvertegenwoordigers die om de 5 jaar worden
gekoeen
komen samen in het parlement om de wil van het volk te vertegenwoordigen
D1H2: kenmerken van het recht
Objectef recht= geldende rechtsregels en dus recht dat geldt voor iedereen (algemeen gestelt, in de wet
terug te vinden)
strafrecht
1882 (BW): recht dat over burgerlijke aanspreakelijkheid handelt)
Subjectef recht= de aanspraak die en persoon tov een ander kan laten gelden op basis van het objectef
recht (geïndividualiseerd recht)
recht op straf
1382 (BW): wie een fout maakt, moet schadevergoeding betalen (burgerlijke aansprakelijkheid)
Rechtssubject= diegene die de betekenisvolle handeling stelt in een bepaalde juridische context
Vb. persoon in de auto die ongeluk verooreaakt heef, de overheid, slachtofers, vereekering, advocaten
Natuurlijke/fysieke persoon
Rechtspersoon: personen die iets te maken hebben met de situate
Rechtsobject= voorwerp in het juridische verhaal (wat willen ee eisen? Vb. een schadevergoeding, boete,
gevangenisstraf, rijverbod)
Rechtsfeit= elke omstandigheid waaraan (door het objectef recht) ongeilde juridische/rechtgevolgen
worden gekoppeld
Vb. een lamp in een aula valt naar beneden op een leerling (= ongewild maar toch juridisch)
Rechtshandeling= een handeling die bewust gewilde juridische gevolgen verooreaakt
Vb. je bent orgaandonor, een vereekering afsluiten, aangereden worden en schadevergoeding eisen
Dwingend/imperatef recht= recht waar je niet van kan afwijken (komt boven vrije wil)
overal waar een sterkere partj tov een ewakkere staat (vb. huurrecht wordt hierdoor beschermd)
vb. huwelijksplicht: je moet trouw blijven aan je partner
Wilsaanvullend/suppletetef recht= regels waarbij je eelf mag kieeen de regels te volgen, maar als je niets
kiest, kiest het wislaanvullend recht hiervoor (ondergeschikt aan de vrije wil)
Vb. je kan tjdens je huwelijk kieeen hoe je goederen worden verdeeld (scheiding van goederen)
Indeling van het recht
Privaat recht= alle rechtsverhoudingen tussen individuen (gelijkwaardig)
Publiek recht= alle rechtsverhoudingen tussen de overheid en een individu (niet gelijkwaardig)
3