FILOSOFIE
Les 1:
Tekst: apparatus-Giorgi Agamba (italiaans politiek filosoof)
“terminolgy is the poetic moment of thought”
1.1 Wat is een apparatus?
apparaat= beleid voor maatschappij/samenleving te organiseren; werd voor het eerst
gebruikt door Foucault, was gelinkt aan ‘governmentality’ (=neologisme) => macht + kennis
altijd aan elkaar gelinkt.
Vb van een apparatus: auditorium -> ruimte bepaald op welke manier wie wat zegt en met
elkaar omgaat. Het apparatus (aula) zou niet werken zonder het onderwijs. Apparaat is
gelinkt aan een netwerk tussen organisatie, familiale situatie,… Dus is niet enkel een ruimte.
Apparatus heeft een strategische functie: in dit voorbeeld: kennis overdragen. Apparaat
heeft de kracht om te manipuleren, bv: in zoom, functies uitschakelen.
1.2 Effect van het apparatus op de mens
Het ‘zijn’ kunnen we opdelen in 3 elementen:
- Substanties (levende wezens)
- Apparatus (manier hoe we tov elkaar staan)
- => Subject (ontstaat uit de 2 voorgaande groepen)
Apparatus maakt wie je bent als subject (niet als wezen)
We kunnen meerdere subjecten zijn naargelang het apparaat waarin we ons bevinden,
apparatus dwingt ons in een bepaalde positie.
1.3 Subjectivering vs. Desubjectivering
Desubjectivering: geen duidelijke grens tussen bepaalde subjectposities (bv: Uber kan niet
bij vakbond)
Europa in 2 delen: Westers(kapitalistisch) en Oosters (communisme) => duidelijk subject,
naar wat er gestreefd wordt.
Nu: volledig grijze zone, alles begint meer op elkaar te lijken-> desubjectivering
BLM, Youth for Climate: alle leeftijdsgroepen belangrijk voor klimaat niet meer alleen
bepaalde groepen=> voorbeeld van desubjectivering
, Les 2:
Tekst: Commonwealth van Antonio Negri (italiaans filosoof) en Michael Hardt (Engels taal
wetenschapper) - De Corpore 2: Metropolis
2.1 Wat is de metropolis en de commonwealth?
Commonwealth= gemeenschappelijke rijkdom
De metropo= productieplaats van gemeenschappelijke rijkdom => analogie met de manier
waarop de fabriek rijkdom creëerde in de industriële samenleving
De metropolis: de stad als verlengstuk van ons lichaam.
Analogie van de fabriek met de stad: 1) productie 2) interne ontmoetingen (confrontaties)
en organisatie 3) uiting van antagonisme en rebellie door ongelijkheid (kan tot een positief
iets leiden)
The Commons= het gemeenschappelijke, niet 1 persoon. Bio-politiek kan niet zonder de
commons, bio-politiek ontstaat IN de commons
2.2 Vormen van metropolis doorheen de tijd
Grote historische veranderingen gebeurden in de fabriek
Shiften in de fabriek zorgden voor het functioneren van de stad => na een shift: trams
beginnen te rijden…
1. De koopmansstad stond los van de productie want de goederen werden elders
geproduceerd. => stad was de plaats van distributie, had dus geen functie van
productieplaats.
2. De industriële samenleving => fabriek: belangrijkste plaats en zorgde voor het ontstaan
van sociale organisatie (ontstaan van woonfunctie)
3. Bio-politieke stad (politiek die zich richt op het leven v/d mens) de stad die het leven van
de mens genereert, produceert en voor een deel verrijkt
Toerisme is een bio-politieke industrie (creëert economie op zichzelf)
Het productieproces haalt zijn inspiratie uit het stedelijk gebeuren en wordt onmiddellijk
toegevoegd aan de rijkdom van de stad. (bv: toerisme)=> cirkelbeweging
2.3 Profit vs. Rent
“whereas the industrial factory generates profit, , the metropolis primarily generates rent,
which is the only means by which capital can capture the wealth created autonomously”
Het creëeren en produceren van encounters= belangrijkst, Encounters zijn niet enkel politiek
maar ook economisch interessant
Je verdient geld zonder zelf iets te gaan produceren, je bouwt op de rug van een ander
Les 1:
Tekst: apparatus-Giorgi Agamba (italiaans politiek filosoof)
“terminolgy is the poetic moment of thought”
1.1 Wat is een apparatus?
apparaat= beleid voor maatschappij/samenleving te organiseren; werd voor het eerst
gebruikt door Foucault, was gelinkt aan ‘governmentality’ (=neologisme) => macht + kennis
altijd aan elkaar gelinkt.
Vb van een apparatus: auditorium -> ruimte bepaald op welke manier wie wat zegt en met
elkaar omgaat. Het apparatus (aula) zou niet werken zonder het onderwijs. Apparaat is
gelinkt aan een netwerk tussen organisatie, familiale situatie,… Dus is niet enkel een ruimte.
Apparatus heeft een strategische functie: in dit voorbeeld: kennis overdragen. Apparaat
heeft de kracht om te manipuleren, bv: in zoom, functies uitschakelen.
1.2 Effect van het apparatus op de mens
Het ‘zijn’ kunnen we opdelen in 3 elementen:
- Substanties (levende wezens)
- Apparatus (manier hoe we tov elkaar staan)
- => Subject (ontstaat uit de 2 voorgaande groepen)
Apparatus maakt wie je bent als subject (niet als wezen)
We kunnen meerdere subjecten zijn naargelang het apparaat waarin we ons bevinden,
apparatus dwingt ons in een bepaalde positie.
1.3 Subjectivering vs. Desubjectivering
Desubjectivering: geen duidelijke grens tussen bepaalde subjectposities (bv: Uber kan niet
bij vakbond)
Europa in 2 delen: Westers(kapitalistisch) en Oosters (communisme) => duidelijk subject,
naar wat er gestreefd wordt.
Nu: volledig grijze zone, alles begint meer op elkaar te lijken-> desubjectivering
BLM, Youth for Climate: alle leeftijdsgroepen belangrijk voor klimaat niet meer alleen
bepaalde groepen=> voorbeeld van desubjectivering
, Les 2:
Tekst: Commonwealth van Antonio Negri (italiaans filosoof) en Michael Hardt (Engels taal
wetenschapper) - De Corpore 2: Metropolis
2.1 Wat is de metropolis en de commonwealth?
Commonwealth= gemeenschappelijke rijkdom
De metropo= productieplaats van gemeenschappelijke rijkdom => analogie met de manier
waarop de fabriek rijkdom creëerde in de industriële samenleving
De metropolis: de stad als verlengstuk van ons lichaam.
Analogie van de fabriek met de stad: 1) productie 2) interne ontmoetingen (confrontaties)
en organisatie 3) uiting van antagonisme en rebellie door ongelijkheid (kan tot een positief
iets leiden)
The Commons= het gemeenschappelijke, niet 1 persoon. Bio-politiek kan niet zonder de
commons, bio-politiek ontstaat IN de commons
2.2 Vormen van metropolis doorheen de tijd
Grote historische veranderingen gebeurden in de fabriek
Shiften in de fabriek zorgden voor het functioneren van de stad => na een shift: trams
beginnen te rijden…
1. De koopmansstad stond los van de productie want de goederen werden elders
geproduceerd. => stad was de plaats van distributie, had dus geen functie van
productieplaats.
2. De industriële samenleving => fabriek: belangrijkste plaats en zorgde voor het ontstaan
van sociale organisatie (ontstaan van woonfunctie)
3. Bio-politieke stad (politiek die zich richt op het leven v/d mens) de stad die het leven van
de mens genereert, produceert en voor een deel verrijkt
Toerisme is een bio-politieke industrie (creëert economie op zichzelf)
Het productieproces haalt zijn inspiratie uit het stedelijk gebeuren en wordt onmiddellijk
toegevoegd aan de rijkdom van de stad. (bv: toerisme)=> cirkelbeweging
2.3 Profit vs. Rent
“whereas the industrial factory generates profit, , the metropolis primarily generates rent,
which is the only means by which capital can capture the wealth created autonomously”
Het creëeren en produceren van encounters= belangrijkst, Encounters zijn niet enkel politiek
maar ook economisch interessant
Je verdient geld zonder zelf iets te gaan produceren, je bouwt op de rug van een ander