LES 1: Gegevensreeksen en celadressering p. 1-80 HB
Startbestand les 1
1. Doelstellingen
- Excel gebruikersinterface
- Werkbladen beheren
- Gegevens ingeven, selecteren, kopiëren
- Gegevensreeksen
- Eenvoudige formules en functies gebruiken
- Relatieve, absolute en gemengde adressering
- SOM (SUM)
- GEMIDDELDE (AVERAGE)
- MIN
- MAX
- AANTAL (COUNT)
- AANTALARG (COUNTA)
- AFRONDEN (ROUND)
Gegevensreeksen maken
Doorvoeren in lineaire reeks, groeitrend
- Wanneer je een gegeven (bv. 1) doorvult à 1 1 1 1 1
o Reeks in constante waarden: dezelfde waarden komen steeds terug
- Wanneer je een gegeven (bv. 1 10 doorvoert) in lineaire trend à 1 10 19 28 37
o Dit kan ook met dagen van de week of datums
o Het ‘doorvoeren’ kan ook vervangen worden door:
§ Werkdagen doorvoeren: enkel de werkdagen zullen verschijnen
§ Maanden doorvoeren: dezelfde dag op iedere maand zal verschijnen
§ Jaren doorvoeren: dezelfde dag op ieder jaar zal verschijnen
o Lineaire reeks: het verschil tussen gegeven 1 en gegeven 2 wordt opgeteld/ afgetrokken met een constante factor
- Wanneer je gegevens (bv. 1 10 doorvoert met rechtermuisknop) in groeitrendà 1 10 100 10000 100000
o Groeireeks: Het quotiënt tussen gegeven 1 en gegeven 2 wordt vermenigvuldigd
Reeksen op basis van lijsten
- Lijsten worden gebruikt om gegevens in een bepaalde volgorde te gieten
- Kies bij bestand en selecteer opties
- Kies geavanceerd en aangepaste lijsten
Snel aanvullen
- Wanneer je gegevens (bv. Naomi Vanaalst Wout Debussche Emma Puttemans) in de kolom ernaast invoert (Naomi en
doorvoert met rechtermuisknop) snel aanvullen à Naomi Wout Emma
o Andere optie: Naomi Wout à Excel suggereert Emma
Relatieve adressering
Een verwijzing naar een cel die tijdens het kopiëren (of het gebruiken van de vulgreep) de cellen automatisch zal aanpassen
- Bv. Formule in A4 = A1 + A2 + A3 doorvoeren à B4 = B1 + B2 + B3
Absolute adressering
Vergrendelen van een gegeven door een dollarteken ($) te typen vóór de cel- en kolomverwijzingen
- Bv. Formule in A4 = $A$1 + $A$2 + $A$3 doorvoeren à B4 = $A$1 + $A$2 + $A$3
Gemengde adressering
- Ofwel de rij ofwel de kolom wordt absoluut gemaakt
Functies nesten
- In een functie worden meerdere functies gebruikt
- Bv. AFRONDEN (GEMIDDELDE (A1-A3);2)
,ICT: Filmpjes, boek en notities
Functies gebruiken
= SOM Gebruikt voor een optelling van cellen
= GEMIDDELDE Gemiddelde berekenen van cellen
= MAX Haalt het grootste getal uit het bereik
= MIN Haalt het kleinste getal uit het bereik
= AANTAL Geeft het aantal cellen met een numerieke waarde, binnen in
de aangeduide bereiken
= AANTAL ARG Geeft het aantal cellen die een waarde bevatten, binnen in de
aangeduide bereiken
= GROOTSTE (cel x: cel y;2) Geeft het tweede grootste getal weer
Eenvoudige formules: operatoren
+ =A1+A2 Optellen
- =A1-A2 Aftrekken
* =A1*A2 Vermenigvuldigen
/ =A1/A2 Delen
^ =A1^A2 Tot de macht
- =-A1 Het tegengestelde nemen
% =A1% Het percentage berekenen
& =A1&A2 Tekst maken
= =A1=A2 Gelijk aan (resultaat = onwaar)
<> =A1<>A2 Verschillend van (resultaat = waar)
<= =A1<=2 Kleiner dan of gelijk aan (resulaat = onwaar)
< =A1<A2 Kleiner dan (resulaat = onwaar)
> =A1>A2 Groter dan (resultaat = waar)
>= =A1>=A2 Groter dan of gelijk aan (resultaat = waar)
Procenten berekenen
,ICT: Filmpjes, boek en notities
LES 2: ALS en datumfuncties p. 74-91 HB
Startbestand les 2
1. Doelstellingen
- Cellen/bereiken benoemen en gebruiken in formules
- Logische functies
o ALS (IF)
o EN (AND)
o OF (OR)
o Geneste ALS functies
o ALS.VOORWAARDEN (IFS)
- Datumfuncties
o NU (NOW)
o VANDAAG (TODAY)
o DAG (DAY)
o MAAND (MONTH)
o JAAR (YEAR)
o UUR
o MINUUT
o DATUM (DATE)
o DATUMWAARDE (DATEVALUE)
o LAATSTE.DAG (EOMONTH)
o WEEKDAG (WEEKDAY)
o WEEKNUMMER
o WERKDAG (WORKDAY)
o NETTO.WERKDAGEN (NETWORKDAYS)
o ZELFDE.DAG (EDATE)
- Gegevens valideren (data validation)
o extra aandacht: Keuzelijst (dropdownlist) maken
CELLEN BENOEMEN
Cellen benoemen kan op 3 manieren
- naamvak van formulebalk gebruiken
- de opdracht ‘naam definiëren’ gebruiken
- de opdracht ‘maken op basis van selectie’ gebruiken
ALS FUNCTIE
Hoe als invoegen = Gelijk aan
- =ALS <> Verschillend van Of NIET
- Formules à Logische functie: ALS <= Kleiner dan of gelijk aan
< Kleiner dan
Berkeningen laten afhangen van een voorwaarde: > Groter dan
=ALS (logische test; waarde-als-waar; waarde-als-onwaar) >= Groter dan of gelijk aan
= ALS (voorwaarde; waarde-als-waar; waarde-als-onwaar)
Voorbeeld:
A B C D E
2 DVD-speler Sony €149,95 8 = €149,95*8 = €1199,6
3 MP3-speler Rive €89,00 5 = €89,00*5 = €445
4
5 Totaal: = €1199,6 + €445 = €1644,60
6 Korting: 2% Korting: = ALS (E5>=B7; E5*B7; 0)
7 Vanaf: $1500 Te betalen:
Er is een korting van 2% vanaf 1500 stuks = ALS (E5>=B7; E5*B7; 0)
logische test: E5>=B7 (het totale bedrag moet groter dan of gelijk aan zijn 1500)
waarde-als-waar: E5*B7 (indien het totale bedrag groter dan of gelijk aan is 1500, wordt er 2% korting berekend)
waarde-als-onwaar: 0 ((indien het totale bedrag niet groter dan of gelijk aan is 1500, wordt er €0 korting gegeven)
, ICT: Filmpjes, boek en notities
ALS en OF FUNCTIE: GECOMBINEERDE LOGISCHE TEST
Berkeningen laten afhangen van twee voorwaarden: of het ene of het andere
=OF (Logisch1; Logisch2)
=ALS (Logisch1; waarde-als-waar; waarde-als-onwaar)
Voorbeeld:
A B C D
11 Aantal: 12 Grens 1: 10
12 Bedrag: 35.000 Grens 2: 50.000
13 OF/EN: = OF (B11>D10; B12>D12) Waarde 1: 0,1
= WAAR
14 Korting: = ALS (B13;D13;D14) Waarde 2: Geen korting
= 0,1
Er moet moet meer zijn dan 10 stuks of €50.000 = OF (B11>D10; B12>D12)
Logisch1: B11>D10 (het totale aantal stuks moet groter dan 10 zijn)
Logisch2: B12>D12 (het totale aankoopbedrag moet groter zijn dan € 50.000)
Er is een korting van 0,1 vanaf 10 stuks of €50.000 = ALS (B13;D13;D14)
logische test: B13 (als aan WAAR wordt voldaan)
waarde-als-waar: D13 (dan is er 0,1 korting)
waarde-als-onwaar: D14 (anders is er geen korting)
MAAR eigenlijk moet men niet WAAR uitkomen, men wil de tussenstap vermijden, daarom schrijft men direct
= ALS (B13;D13;D14) moet vervangen worden door = ALS(OF(B11>D10; B12>D12);D13;D14)
ALS en EN FUNCTIE: GECOMBINEERDE LOGISCHE TEST
Berkeningen laten afhangen van twee voorwaarden: en het ene en het andere
=EN (Logisch1; Logisch2)
=ALS (Logisch1; waarde-als-waar; waarde-als-onwaar)
Voorbeeld:
A B C D E F G H
17 Naam verkoper Leeftijd Omzet Geschenk Grens 1: 25
18 Jan 22 10.980 = ALS(EN(B18>H17; Grens 2: 10.000
C18>H18);H19;H20)
= 250
19 Piet 36 14.305 = ALS(EN(B19>H17; Geschenk 1: €250,00
C19>H18);H19;H20)
= Wijn
20 Joris 24 9.570 Geschenk 2: Wijn
Ze moeten moeten jonger zijn dan 25 en een omzet van meer dan 10.000 gerealiseerd, dan bonus, anders een fles wijn
= ALS(EN(B18>H17; C18>H18);H19;H20)
logische test: EN(B18>H17; C18>H18) (jonger zijn dan 25 en een omzet van meer dan 10.000)
waarde-als-waar: H19 (bonus van €250,00)
waarde-als-onwaar: H20 (anders is er een fles wijn)
MAAR eigenlijk moet men de geschenken vastzetten, aangezien de formule in D18 wordt doorgevoerd
Deze wordt dus gecorrigeerd naar = ALS(EN(B18>$H$17; C18>$H$18);$H$19;$H$20)