HC 4
Antilichaam structuur, diversiteit en functie
Humorale response = met B cell en plasma, antilichamen
Pluripotent hematopoietic stem cell common lymphoid progenitor B-cell
precursor pro B-cell
Phase 1: Repertoire assembly: Hoe krijg je het repertoire van alle
verschillende B-cellen.
,o Immunoglobuline zware en lichte keten loci bestaan niet als compleet gen,
maar bevatten families van gen segmenten. Met alternatieve varianten van
het gedeelte van het variabele domein. Hierdoor kan de enorme variabiliteit
ontstaan.
o Lichte keten: V en J recombinatie
o Zware keten: eerst D en J recombineren, vervolgens recombineren met V.
Phase 2: Negative selection: verandering, eliminatie of in activatie van B-cel
receptoren die de componenten van het menselijk lichaam binden.
Phase 3: Positive selection: promotie van een paar immature B-cellen om
volwassen te worden. B-cellen bevinden zich in de secundaire lymfoïde
organen.
Phase 4: Searching for infection: recirculatie van volwassen B-cellen tussen
lymfe, bloed en secundaire lymfoïde organen.
Phase 5: Finding infection: activatie en klonale expansie van B-cellen door
antigenen in secundaire lymfoïde organen.
Phase 6: Attacking infection: differentiatie naar antilichaam afscheidende
plasma cellen en Bgeheugencellen in secundaire lymfoïde organen.
B cel recptoren krijgen bij infectie een effector functie waardoor ze
antilichamen afscheiden wat leid tot neutralizatie en oponizatie
,Vorm van antilichamen en afgescheidde immunoglobulins
antilichamen zijn afgescheidde immunglobulins
twee armen zijn Fab regio, de benen Fac
Fab = het fragment dat met antigen interact
Fc = het fragment wat met de cell surface interact
hinge-region = Geeft antilichaam flexibiliteit voor
optimale binding.
Immune cellen kunnen geactiveerd raken via de Fc-tail van een antilichaam.
, Hinge-region zorgt dat beide antigen binding kanten aan het pathogeen zitten
en aan de onderkant aan de immune cell.
Constante regio = bepaald isotype van een antilichaam is belangrijk voor
binden van Fc-receptoren aan effector cellen
Isotypes: IgG |
IgM | IgD | IgE |
IgA
Effector function:
complement
activation,
neutralization,
opsonization
Antilichaam structuur, diversiteit en functie
Humorale response = met B cell en plasma, antilichamen
Pluripotent hematopoietic stem cell common lymphoid progenitor B-cell
precursor pro B-cell
Phase 1: Repertoire assembly: Hoe krijg je het repertoire van alle
verschillende B-cellen.
,o Immunoglobuline zware en lichte keten loci bestaan niet als compleet gen,
maar bevatten families van gen segmenten. Met alternatieve varianten van
het gedeelte van het variabele domein. Hierdoor kan de enorme variabiliteit
ontstaan.
o Lichte keten: V en J recombinatie
o Zware keten: eerst D en J recombineren, vervolgens recombineren met V.
Phase 2: Negative selection: verandering, eliminatie of in activatie van B-cel
receptoren die de componenten van het menselijk lichaam binden.
Phase 3: Positive selection: promotie van een paar immature B-cellen om
volwassen te worden. B-cellen bevinden zich in de secundaire lymfoïde
organen.
Phase 4: Searching for infection: recirculatie van volwassen B-cellen tussen
lymfe, bloed en secundaire lymfoïde organen.
Phase 5: Finding infection: activatie en klonale expansie van B-cellen door
antigenen in secundaire lymfoïde organen.
Phase 6: Attacking infection: differentiatie naar antilichaam afscheidende
plasma cellen en Bgeheugencellen in secundaire lymfoïde organen.
B cel recptoren krijgen bij infectie een effector functie waardoor ze
antilichamen afscheiden wat leid tot neutralizatie en oponizatie
,Vorm van antilichamen en afgescheidde immunoglobulins
antilichamen zijn afgescheidde immunglobulins
twee armen zijn Fab regio, de benen Fac
Fab = het fragment dat met antigen interact
Fc = het fragment wat met de cell surface interact
hinge-region = Geeft antilichaam flexibiliteit voor
optimale binding.
Immune cellen kunnen geactiveerd raken via de Fc-tail van een antilichaam.
, Hinge-region zorgt dat beide antigen binding kanten aan het pathogeen zitten
en aan de onderkant aan de immune cell.
Constante regio = bepaald isotype van een antilichaam is belangrijk voor
binden van Fc-receptoren aan effector cellen
Isotypes: IgG |
IgM | IgD | IgE |
IgA
Effector function:
complement
activation,
neutralization,
opsonization