CARDIOVASCULAIRE FYSIOLOGIE
Normale werking hart en bloedvaten
Inhoud werkzittingen = leerstof voor examen
Examen
o Open vragen
o Casus-gestuurde vragen
o Meerkeuzevragen
1. INLEIDING
Oorzaak van sterfte
- Oversterfte in 2020
o > covid-19: 40 sterfgevallen/dag
- Normaal: 300 sterfgevallen/dag
o Ziekten CV-systeem = +/- 80/dag
▪ = vnl door ISCHEMISCH HARTLIJDEN
• Atherosclerose: vernauwingen en verstoppingen
o = dé wereldwijde doodsoorzaak
▪ Ook: hartfalen (defecte pompwerking)
o Dé grootste doodsoorzaak mannen
▪ = ischemisch hartlijden
o Dé grootste doodsoorzaak vrouwen
▪ = dementie + alzheimer
▪ CV-ziekten en hypertensie op nr 2
▪ Ischemisch hartlijden op 3
DALY’s = Disability Adjusted Life Years => 1 DALY = verlies van 1 jaar goede gezondheid
- → uitdrukking over kwaliteit van leven én impact van ziekte
- → Ischemisch hartlijden op nr 1: meeste gezonde levensjaren verliezen hierdoor
Oorzaken ischemisch hartlijden
- Beperkt # risicofactoren: vnl gedragsfactoren
o Roken
o Voeding
o Alcohol
o Fysieke activiteit
- Hoe oplossen?
o NIET: dreigen
▪ “Indien nu niet stoppen ga je er morgen niet meer zijn”
▪ → angst, weerstand, gevoel van onbekwaamheid ↑
o WEL: informeren, inzetten op intrinsieke motivaties, ondersteunen
1
, 1.1 DE ROL VAN HET CV-SYSTEEEM
- Primair
o Distributie van nutritie voor cellen (glucose, O2, …)
o Verwijderen van afvalproducten (CO2, lactaat, …)
o eencelligen: via diffusie met extern milieu
- Secundair
o Verspreiden van chemische signalen
▪ = hormonen en nt
o Rol in homeostase vd lichaamsT
▪ > transport van warmte van centraal → lichaamsoppervlakte
o Rol in afweer
▪ > verspreiden van immuuncellen
1.2 ORGANISATIE VAN HET CV-SYSTEEM
- Hart = pomp
o 300g
o Linker-rechter hart
- Bloed = circulerende vloeistof = sterk gereguleerd → variabele behoeften
- Bloedvaten = leidingen
(rust inspanning)
o Systemische/hoge p circulatie
▪ > aorta → lichaam
o Pulmonale/lage p circulatie
▪ > a. pulmonalis → longen
1.2.1 HART
- Pulsatiele pomp
o → hartcyclus = 2 delen
▪ Systole
• = contractie hart + ejectie bloed
▪ Diastole
• = onstpanning hart + vulling met bloed
- Bloed in bloedvaten pompen
o → levert druk aan circulatie
o Bloed komt binnen via v. cava superior inferior in RA met 2 mmHg → RV voegt druk
toe → 15mmHg in a. pulmonalis → longen: drukverlies → LA: 8 mmHg → LV voegt
druk tot tot 95 mmHg
2
, - In serie
o Alles komt na elkaar
▪ RV → LV
o (-) falen van 1 vd elementen → problemen bij andere
1.2.2 BLOEDVATEN (SYSTEEMCIRCULATIE)
4 belangrijke elementen:
- Aorta + grote arteries
o → verdeling naar organen
- Kleinere aftakkingen
o = arteriolen
▪ = weertandsvaten: maken R in systeemcirculatie
▪ = kraantjes: bepalen waar bloed vloeit
- Capillairen
o → uitwisseling nutriënten en afvalstoffen
- Veneuze zijde
o Venulen
o Venen
o V. Cava
o → CAPACITEITSFUNCTIE
▪ 60% van bloed in lichaam w hier bewaard
▪ → gebruik bij ∆: leveren van extra bloed
1.2.3 BLOED
- Totaal = 5l, waarvan 3l plasma
- Water in lichaam
o Klein deel in bloedbaan (3l)
o Iets meer in interstitium
o Meeste in cel
3
, 1.2.4 BLOEDSTROOM
Uit pomp die druk levert tegen een weerstand = CARDIAC OUTPUT
- Vereenvoudigd
o Flow = F = ∆P/R
▪ P = druk
▪ R = weerstand vd buis
- Realiteit
▪ MAP = Mean Arterial Pressure
▪ SVR = Systemic Vascular Resistance = TPR = Total Peripheral Resistance
▪ CVP = Central Venous Pressure
o = rechtevenredig met drukverschil tussen gem. BD in aorta én druk voor RA (v. cava)
o = omgekeerd evenredig met weerstand in systeemcirculatie
o CO (stroming) en R (SVR) = variabel ifv fysiologische omstandigheden
▪ druk = constant
CARDIAC OUTPUT (!)
CO HR SV
Cardiac output = hartdebiet Heart Rate = hartslagfrequentie Stroke volume = slagvolume
= hoeveelheid bloed = aantal contracties vh = hoeveelheid bloed die
uitgepompt door het ventrikel ventrikel per minuut geëjecteerd w vanuit het
in 1 minuut ventrikel per contractie
= EDV – ESV
→ l/min → slagen/min → ml/slag
5l/min 70 slagen/min 70ml/slag
In steady state: CO (L) = CO (R) = orgaan flow = veneuze retour
4
,Distributie naar meeste organen = parallel
- Kraantjes (arteriolen) op elke tak → variatie in hoeveelheid bloed per orgaan afh vd nood
- (!) Uitz: lever in serie met darm
o Bloedstroom: darm → milt → lever → veneuze retour
- Verdeling in rust
o 1/5 naar skeletspieren
o ¼ naar lever en darmen
o 1/5 naar nieren
▪ ≠ door grote metabole behoefte aan voeding
▪ = door bloedzuiveringsfunctie
GEMIDDELDE ARTERIËLE BLOEDDRUK = MAP (!)
= rechtevenredig met output en weerstand = +/- 95 mmHg (systeemcirc)
- Arteriële bloedvolume
o > pomp (= hart)
o > kraantje (= arteriolen)
- Compliantie
o ↓ met LT
- Bloeddruk
o Hoger in systole
o → MAP = BD meten obv A onder blauwe
▪ Én delen door duur vd cyclus
▪ (!) ≠ gem van syst en diast p
5
, SYSTEEMVASCULAIRE WEERSTAND (SVR) = PERIFERE WEERSTAND
= Poiseuille-Hagen-vergelijking =
- Omgekeerd evenredig met diameter vh vat
o (!) 4e macht (→ sterke invloed)
- Rechtevenredig met
o Viscositeit (= n = eig vd vloeistof)
o Lengte vh bloedvat (l)
--------------------
Toep: NA toevoegen => activatie 𝛂1 receptor → MAP ↑, wat is de verklaring?
- CO ↓
- SVR ↑
- SV ↓
(=b)
SV-SYSTEEM = GEWASSEN VAN WATER VOORZIEN
- Watertoren = hart → hoge druk
- Kraantjes aan gewassen = arteriolen aan organen
Toep: welk element is het gemakkelijkste om te monitoren?
- HD
- MAP
- Kraantjes/arteriolen
(=MAP)
6
Normale werking hart en bloedvaten
Inhoud werkzittingen = leerstof voor examen
Examen
o Open vragen
o Casus-gestuurde vragen
o Meerkeuzevragen
1. INLEIDING
Oorzaak van sterfte
- Oversterfte in 2020
o > covid-19: 40 sterfgevallen/dag
- Normaal: 300 sterfgevallen/dag
o Ziekten CV-systeem = +/- 80/dag
▪ = vnl door ISCHEMISCH HARTLIJDEN
• Atherosclerose: vernauwingen en verstoppingen
o = dé wereldwijde doodsoorzaak
▪ Ook: hartfalen (defecte pompwerking)
o Dé grootste doodsoorzaak mannen
▪ = ischemisch hartlijden
o Dé grootste doodsoorzaak vrouwen
▪ = dementie + alzheimer
▪ CV-ziekten en hypertensie op nr 2
▪ Ischemisch hartlijden op 3
DALY’s = Disability Adjusted Life Years => 1 DALY = verlies van 1 jaar goede gezondheid
- → uitdrukking over kwaliteit van leven én impact van ziekte
- → Ischemisch hartlijden op nr 1: meeste gezonde levensjaren verliezen hierdoor
Oorzaken ischemisch hartlijden
- Beperkt # risicofactoren: vnl gedragsfactoren
o Roken
o Voeding
o Alcohol
o Fysieke activiteit
- Hoe oplossen?
o NIET: dreigen
▪ “Indien nu niet stoppen ga je er morgen niet meer zijn”
▪ → angst, weerstand, gevoel van onbekwaamheid ↑
o WEL: informeren, inzetten op intrinsieke motivaties, ondersteunen
1
, 1.1 DE ROL VAN HET CV-SYSTEEEM
- Primair
o Distributie van nutritie voor cellen (glucose, O2, …)
o Verwijderen van afvalproducten (CO2, lactaat, …)
o eencelligen: via diffusie met extern milieu
- Secundair
o Verspreiden van chemische signalen
▪ = hormonen en nt
o Rol in homeostase vd lichaamsT
▪ > transport van warmte van centraal → lichaamsoppervlakte
o Rol in afweer
▪ > verspreiden van immuuncellen
1.2 ORGANISATIE VAN HET CV-SYSTEEM
- Hart = pomp
o 300g
o Linker-rechter hart
- Bloed = circulerende vloeistof = sterk gereguleerd → variabele behoeften
- Bloedvaten = leidingen
(rust inspanning)
o Systemische/hoge p circulatie
▪ > aorta → lichaam
o Pulmonale/lage p circulatie
▪ > a. pulmonalis → longen
1.2.1 HART
- Pulsatiele pomp
o → hartcyclus = 2 delen
▪ Systole
• = contractie hart + ejectie bloed
▪ Diastole
• = onstpanning hart + vulling met bloed
- Bloed in bloedvaten pompen
o → levert druk aan circulatie
o Bloed komt binnen via v. cava superior inferior in RA met 2 mmHg → RV voegt druk
toe → 15mmHg in a. pulmonalis → longen: drukverlies → LA: 8 mmHg → LV voegt
druk tot tot 95 mmHg
2
, - In serie
o Alles komt na elkaar
▪ RV → LV
o (-) falen van 1 vd elementen → problemen bij andere
1.2.2 BLOEDVATEN (SYSTEEMCIRCULATIE)
4 belangrijke elementen:
- Aorta + grote arteries
o → verdeling naar organen
- Kleinere aftakkingen
o = arteriolen
▪ = weertandsvaten: maken R in systeemcirculatie
▪ = kraantjes: bepalen waar bloed vloeit
- Capillairen
o → uitwisseling nutriënten en afvalstoffen
- Veneuze zijde
o Venulen
o Venen
o V. Cava
o → CAPACITEITSFUNCTIE
▪ 60% van bloed in lichaam w hier bewaard
▪ → gebruik bij ∆: leveren van extra bloed
1.2.3 BLOED
- Totaal = 5l, waarvan 3l plasma
- Water in lichaam
o Klein deel in bloedbaan (3l)
o Iets meer in interstitium
o Meeste in cel
3
, 1.2.4 BLOEDSTROOM
Uit pomp die druk levert tegen een weerstand = CARDIAC OUTPUT
- Vereenvoudigd
o Flow = F = ∆P/R
▪ P = druk
▪ R = weerstand vd buis
- Realiteit
▪ MAP = Mean Arterial Pressure
▪ SVR = Systemic Vascular Resistance = TPR = Total Peripheral Resistance
▪ CVP = Central Venous Pressure
o = rechtevenredig met drukverschil tussen gem. BD in aorta én druk voor RA (v. cava)
o = omgekeerd evenredig met weerstand in systeemcirculatie
o CO (stroming) en R (SVR) = variabel ifv fysiologische omstandigheden
▪ druk = constant
CARDIAC OUTPUT (!)
CO HR SV
Cardiac output = hartdebiet Heart Rate = hartslagfrequentie Stroke volume = slagvolume
= hoeveelheid bloed = aantal contracties vh = hoeveelheid bloed die
uitgepompt door het ventrikel ventrikel per minuut geëjecteerd w vanuit het
in 1 minuut ventrikel per contractie
= EDV – ESV
→ l/min → slagen/min → ml/slag
5l/min 70 slagen/min 70ml/slag
In steady state: CO (L) = CO (R) = orgaan flow = veneuze retour
4
,Distributie naar meeste organen = parallel
- Kraantjes (arteriolen) op elke tak → variatie in hoeveelheid bloed per orgaan afh vd nood
- (!) Uitz: lever in serie met darm
o Bloedstroom: darm → milt → lever → veneuze retour
- Verdeling in rust
o 1/5 naar skeletspieren
o ¼ naar lever en darmen
o 1/5 naar nieren
▪ ≠ door grote metabole behoefte aan voeding
▪ = door bloedzuiveringsfunctie
GEMIDDELDE ARTERIËLE BLOEDDRUK = MAP (!)
= rechtevenredig met output en weerstand = +/- 95 mmHg (systeemcirc)
- Arteriële bloedvolume
o > pomp (= hart)
o > kraantje (= arteriolen)
- Compliantie
o ↓ met LT
- Bloeddruk
o Hoger in systole
o → MAP = BD meten obv A onder blauwe
▪ Én delen door duur vd cyclus
▪ (!) ≠ gem van syst en diast p
5
, SYSTEEMVASCULAIRE WEERSTAND (SVR) = PERIFERE WEERSTAND
= Poiseuille-Hagen-vergelijking =
- Omgekeerd evenredig met diameter vh vat
o (!) 4e macht (→ sterke invloed)
- Rechtevenredig met
o Viscositeit (= n = eig vd vloeistof)
o Lengte vh bloedvat (l)
--------------------
Toep: NA toevoegen => activatie 𝛂1 receptor → MAP ↑, wat is de verklaring?
- CO ↓
- SVR ↑
- SV ↓
(=b)
SV-SYSTEEM = GEWASSEN VAN WATER VOORZIEN
- Watertoren = hart → hoge druk
- Kraantjes aan gewassen = arteriolen aan organen
Toep: welk element is het gemakkelijkste om te monitoren?
- HD
- MAP
- Kraantjes/arteriolen
(=MAP)
6