Hoofdstuk IV: attitudes
(Les 4 & 5)
Deel I: Wat zijn attitudes
Attitude = gevoelsgeladen oordelen die mensen over iets of iemand hebben
= complexe constructen die invloed hebben op:
- Gedachten
- Gevoelens
- Gedragingen
= kan gaan van: favoriet koffiemerk tot mening over mensenrechten
Ze verschillen onderling in:
- Richting: positief – neutraal – negatief
- Intensiteit: zwak – matig – sterk
- Bewust zijn ervan: bewust (expliciet) – onbewust (impliciet)
Vb: Dame blanche: heel lekker, maar ook heel ongezond
Attitudes: bestaan uit 3 componenten
Component Wat? Inhoud
Cognitief (C) Denken Opvattingen, denkbeelden, kennis, herinneringen
Affectief (A) Voelen Positief, negatief, ambivalent of neutraal
Gedragsmatig (B) Doen Tendens tot handelen
Voorspellen attitudes?
➔ Ja: spelen een rol in het beïnvloeden van gedrag
➔ Maar: hebben geen rechtstreeks verband met gedrag
1
,Deel II: Ontstaan van attitudes
o Aangeboren gevoeligheden (biologische oorsprong)
= erfelijk geprogrammeerd om attitudes te hebben over bepaalde zaken
Vb: pijn, temperatuur, geluid, smaak,…
Betrekking totbsoortbehoud -> als mensen een positiever attitude hebben
tegenover baby’s is de kans op beschermen groter
Kindchenschema:
= kenmerken die universeel als schattig en aandoenlijk beschouwd worden
- Grote ogen
- Rond gezicht
- Wenen in hoge tonen
Vb: kracht van een baby die weent: evolutionair gezien moeilijk te negeren ->
drang te beschermen en voeden
➔ Is wel maar een beperkt deel om attitudes mee te kunnen verklaren
➔ Belang van ERVARINGEN
o Beredeneerde afwegingen (vanuit ervaringen)
= rationele inzichten als basis
➔ Afwegen van de positieve en negatieve kanten van een bepaald object
Voorbeeld: de pil als anticonceptie
Voordeel Nadeel
Handig, vraagt niet veel moeite Legt de verantwoordelijkheid bij mij
Zorgt dat ik niet zwanger word Maakt me dikker
o Sociale invloeden – sociale leertheorie (vanuit ervaringen)
• Sociale leertheorie
➔ Albert Bandura
= spontaan (onbewust) overnemen van de gedragingen en attitudes van
anderen = modelling
2
, Uitgangspunt: we leren een nieuw gedrag door anderen te observeren en hen te
imiteren
Twee processen:
1. Acquisition:
= het verwerven van een gedragsschema
*observationeel leren
*aandacht/waarnemen
*inprenten
2. Performance:
= uitvoeren van een gedragsschema
*motorische reproductie
*men moet gemotiveerd zijn dit te doen
➔ We leren dus niet enkel nieuw gedrag, maar ook over nieuwe attitudes van
anderen
Voorbeelden:
➢ Beheersen van angst voor honden (Bandura)
= kinderen met angst voor honden zien filmpjes van andere kinderen die
honden aaien en eten geven
➢ Attitude over genderrollen (Davidson)
= kinderen die zeer hoge, gematigde of zeer lage genderstereotype televisie
zien, scoren achteraf gelijkwaardig wat betreft hun genderattitude
(hoog/matig/laag)
➢ Attitude over roken (Sargent)
= kinderen tussen 10-14 jaar die veel films zien waarin wordt gerookt -> staan
positiever tegenover roken
= jongeren tussen 10-17 jaar die veel films zien waarin wordt gerookt -> roken
zelf meer
Toepassing:
Elsagate = fenomeen op youtube waarin bekende kinderfiguren zich in
ongepaste en bizarre situaties bevinden. (Zowel animatie als live-action)
3
(Les 4 & 5)
Deel I: Wat zijn attitudes
Attitude = gevoelsgeladen oordelen die mensen over iets of iemand hebben
= complexe constructen die invloed hebben op:
- Gedachten
- Gevoelens
- Gedragingen
= kan gaan van: favoriet koffiemerk tot mening over mensenrechten
Ze verschillen onderling in:
- Richting: positief – neutraal – negatief
- Intensiteit: zwak – matig – sterk
- Bewust zijn ervan: bewust (expliciet) – onbewust (impliciet)
Vb: Dame blanche: heel lekker, maar ook heel ongezond
Attitudes: bestaan uit 3 componenten
Component Wat? Inhoud
Cognitief (C) Denken Opvattingen, denkbeelden, kennis, herinneringen
Affectief (A) Voelen Positief, negatief, ambivalent of neutraal
Gedragsmatig (B) Doen Tendens tot handelen
Voorspellen attitudes?
➔ Ja: spelen een rol in het beïnvloeden van gedrag
➔ Maar: hebben geen rechtstreeks verband met gedrag
1
,Deel II: Ontstaan van attitudes
o Aangeboren gevoeligheden (biologische oorsprong)
= erfelijk geprogrammeerd om attitudes te hebben over bepaalde zaken
Vb: pijn, temperatuur, geluid, smaak,…
Betrekking totbsoortbehoud -> als mensen een positiever attitude hebben
tegenover baby’s is de kans op beschermen groter
Kindchenschema:
= kenmerken die universeel als schattig en aandoenlijk beschouwd worden
- Grote ogen
- Rond gezicht
- Wenen in hoge tonen
Vb: kracht van een baby die weent: evolutionair gezien moeilijk te negeren ->
drang te beschermen en voeden
➔ Is wel maar een beperkt deel om attitudes mee te kunnen verklaren
➔ Belang van ERVARINGEN
o Beredeneerde afwegingen (vanuit ervaringen)
= rationele inzichten als basis
➔ Afwegen van de positieve en negatieve kanten van een bepaald object
Voorbeeld: de pil als anticonceptie
Voordeel Nadeel
Handig, vraagt niet veel moeite Legt de verantwoordelijkheid bij mij
Zorgt dat ik niet zwanger word Maakt me dikker
o Sociale invloeden – sociale leertheorie (vanuit ervaringen)
• Sociale leertheorie
➔ Albert Bandura
= spontaan (onbewust) overnemen van de gedragingen en attitudes van
anderen = modelling
2
, Uitgangspunt: we leren een nieuw gedrag door anderen te observeren en hen te
imiteren
Twee processen:
1. Acquisition:
= het verwerven van een gedragsschema
*observationeel leren
*aandacht/waarnemen
*inprenten
2. Performance:
= uitvoeren van een gedragsschema
*motorische reproductie
*men moet gemotiveerd zijn dit te doen
➔ We leren dus niet enkel nieuw gedrag, maar ook over nieuwe attitudes van
anderen
Voorbeelden:
➢ Beheersen van angst voor honden (Bandura)
= kinderen met angst voor honden zien filmpjes van andere kinderen die
honden aaien en eten geven
➢ Attitude over genderrollen (Davidson)
= kinderen die zeer hoge, gematigde of zeer lage genderstereotype televisie
zien, scoren achteraf gelijkwaardig wat betreft hun genderattitude
(hoog/matig/laag)
➢ Attitude over roken (Sargent)
= kinderen tussen 10-14 jaar die veel films zien waarin wordt gerookt -> staan
positiever tegenover roken
= jongeren tussen 10-17 jaar die veel films zien waarin wordt gerookt -> roken
zelf meer
Toepassing:
Elsagate = fenomeen op youtube waarin bekende kinderfiguren zich in
ongepaste en bizarre situaties bevinden. (Zowel animatie als live-action)
3