Hoofdstuk 1: academisch Nederlands
Woord Verklaring
academisch Eigen aan een universiteit of hogeschool
Vb: het academisch taalgebruik
accuraat Nauwkeurig
Vb: De student maakte een accurate
vertaling van het boek.
ad valvas Op de mededelingenborden
Vb: Ik las vanmorgen ad valvas dat onze
leerkracht afwezig is.
alternatief Keuze
Vb: Bij een multiplechoicetest moet je elk
alternatief grondig lezen
analyseren Ontleden, ontrafelen
Vb: De studenten analyseerden de tropische
planten
arbitrair Willekeurig
Vb: Een teveel aan arbitraire subsidies.
attitude Houding
Vb: De stagebegeleider loofde de stipte
attitude van de student.
aula Auditorium, gehoorzaal
Vb: Op campus Kantienberg zijn er enkele
aula’s.
basaal Eenvoudig, basis
Vb: Dankzij de cursus krijgen de studenten
een basaal inzicht in de Nederlandse
grammatica.
casus Praktijksituatie
Vb: In de volgende casus leren we hoe
Delhaize communiceert naar hun klanten.
cognitief De kennis betreffend, denkproces
Vb: De student schreef een prima werkstuk
over de cognitieve ontwikkeling van
kinderen in armoede.
componenten Delen
Vb: Het handboek bestaat uit 5
componenten.
consensus Eensgezinsheid
Vb: De ministers kwamen tot een consensus
over het stikstofakkoord.
consequent Eenduidig
, Vb: Het is belangrijk om consequent te zijn
bij het gebruik van hoofdletters in de paper.
consistent Logisch samenhangend
Vb: De minister voert een consistent beleid.
constructief Opbouwend
Vb: De student kwam met een constructief
voorstel om de lessen in te halen.
curriculum Leerplan
Vb: Het curriculum van de opleiding heeft
enkele wijzigingen ondergaan.
decaan Het hoofd van een faculteit
Vb: De decaan van de faculteit rechten
organiseerde een gastcollege met Conner
Rousseau.
deductie Toepassing van de algemene regel op iets
specifieks
Vb: Via deductie weet ik perfect hoe ik dat
woord moet spellen.
differentiëren Onderscheiden
Vb: Het bedrijf differentieerd zich door zijn
originele producten.
doceren Lesgeven
Vb: Marijke doceert een vak aan de
Arteveldehogeschool
een exposé Uiteenzetting, samenvattend overzicht
Vb: Tijdens zijn exposé kwam de advocaat
met duidelijke argumenten.
efficiënt Doeltreffend
Vb: Om efficiënt te studeren moet je de
smartphone aan de kant leggen.
emeritus Met ambtsrust
Vb: De emeritus hoogleraar werd
gelauwerd voor zijn Nederlands
taalgebruik.
erudiet Een brede kennis hebben
Vb: De professor is een erudiet man.
essentie Belangrijkste punten
Vb: Als je de essentie van de leerstof snapt,
kan je de oefeningen zeker maken.
evidentie Vanzelfsprekendheid
Vb: Het is geen evidentie om die materie te
snappen als je geen wetenschappelijke
vooropleiding hebt.
, ex cathedra Doceren
Vb: De prof liet weten dat hij voor de hele
groep ex cathedra zal lesgeven.
excelleren Onderscheiden, uitblinken
Vb: Martine Tanghe excelleerde in haar
taalgebruik.
expliciteren Verduidelijken
Vb: De docent expliciteert de leerstof
flexibel Meegaand
Vb: Van de docenten wordt verwacht dat ze
flexibel zijn.
hypothese Veronderstelling
Vb: De student kon zijn hypothese staven
aan de hand van enkele belangrijke
argumenten.
interactie Wisselwerking
Vb: Lessen met veel interactie tussen de
docent en de studenten zijn heel leerrijk.
intrinsiek Inwendig
Vb: Studenten die zich uit pure interesse in
de leerstof verdiepen, hebben een
intrinsieke motivatie.
inventariseren Oplijsten
Vb: Fernand Costermans inventariseerde
zijn verkoopsgoederen.
legio Ontelbaar, talloos
Vb: De voordelen van de remediëringslessen
zijn legio.
naar analogie met Net zoals bij…
Vb: Naar analogie met de bachelorproef,
mogen we AI gebruiken in andere
werkstukken.
narratief Verhalend, vertellend
Vb: Het verslag viel uit de toon door de
narratieve schrijfstijl.
notuleren Aantekeningen maken, notities nemen
Vb: De student notuleert de woorden van de
docent.
nuanceren Verduidelijken door meer details te geven
Vb: De journalist nuanceerde zijn
controversiële uitspraken.
numerus clausus Beperking op het aantal studieplaatsen voor
een opleiding
Vb: Voor de opleiding Geneeskunde geld er
een numerus clausus.