Anatomie: Osteologie (04/10/2022)
2.1 primaire functies
1. ondersteuning: stevigheid & vorm geven
2. opslag: calcium & fosfaat
3. aanmaak bloedcellen: rode, witte bloedcellen en andere onderdelen van het bloed worden in het
rode beenmerg aangemaakt
4. bescherming: skeletstructuren omgeven veel weke delen en organen (hart, hersenen)
5. beweging: aanhechting
skeletspieren
2.2 algemene botkenmerken
Type beenderen:
a. Lange-/pijpbeenderen
(dijbeen,
opperarmbeen)
b. Korte beenderen
(hand- en
voetwortelbeenderen)
c. Platte beenderen
(schedelbeenderen,
schouderblad, ribben)
d. Onregelmatige
beenderen (wervels,
sleutelbeen, schedelbeenderen)
Lang bot, kenmerken:
- Diafyse
o Centrale schacht
o Mergholte met beenmerg
- Epifyse
o Bredere botuiteinden
o Gewrichtskraakbeen
o Vormt gewricht
- Periost
o Buitenste beenvlies
o Aanhechting pezen/gewrichtsbanden
o Verbinding bloedvaten & zenuwen
o Rol in botgroei en herstel
- Endost
o Binnenste beenvlies
o Rol in botgroei, herstel en remodellering
- A. nutricia via foramen nutricium
o Bloedtoevoer naar de diafyse
,Soorten beenweefsel
- Substantia compacta
o Massief
o In diafyse en perifeer in epifyse
o Grote belastbaarheid, maar in 1 richting
- Substantia spongiosa
o Trabeclair netwerk (vervlochten netwerk v benige staafjes/balkjes)
o Kern epifyse en bekleding mergholte
o Mindere belastbaarheid, maar in meerdere richtingen
2.4. bot remodellering
- Bij gezond persoon: afbraak en opbouw in evenwicht
- Regelmatige lichaamsbeweging/belasting zorgt er voor dat bij de remodellering de botten
dikker en sterker zullen worden (ook benige oppervlakteranden)
- Skelet speelt een rol bij het constant houden vd concentratie calciumionen en
lichaamsvloeistoffen → kleinste afwijking kan klinische crisissen teweegbrengen
2.5. osteopnie <-> osteoporose
- Osteopnie: fysiologische afname van de botmassa / onvoldoende verbening
o Komt voor bij iedereen vanaf +- 40 jarige leeftijd
- Osteoporose: aandoening t.g.v. ernstige osteopnie waarbij zoveel botmassa verloren gaat
dat normaal functioneren niet meer mogelijk is
▪ Belang geslachtshormonen snelheid botafzetting
• Osteoporose komt vaker voor bij vrouwen dan bij mannen (onder de
60j) omdat mannen vaak langer androgenen (man.
geslachtshormoon) blijven aanmaken dan vrouwen
▪ Gevaar voor breuken en trager herstel
▪ Wervels kunnen ineenzakken en beginnen drukken op zenuwen
Axiaal skelet
- Cranium = hoofd
- Columna vertebralis = wervelkolom (26 beenderen)
o 24 wervels
o Os sacrum (heiligbeen)
o Os coccygis (staartbeen)
- Thorax = borstkas
o Sternum
o 12 costae (=ribben)
o 12 thoracale wervels
Appendiculair skelet
- Bovenste en onderste ledematen
, Columna vertebralis
Geen rechte buis
Lende regio en hals: hol naar achter (concaaf naar achter)
Secundaire krommingen (na de geboorte, bij het stappen)
Servicale lordose
Lumbale lordose
Thorax en heilig been: bol naar achter (convex naar achter)
Primaire krommingen (vanaf de geboorte)
Thoracale kyfose
Sacrale kyfose
4 type wervels:
- Vertebrae cervicales (7)
- Vertebrae thoracales (12)
- Vertebrae lumbales (5)
- Sacrum (4/5, eig. 1 heilig been)
Bouw van een wervel:
Corpus Vertebrae
Foramen
vertebrales
Arcus vertebrae
Processus
articularis
inferior
Processus Preocessus
transversus spinosus
Processus
articularis
superior
, - Processus articularis superior: gewrichtsbeenderen aan beide kanten van de wervel (boven)
o Functie: aanhechten aan de gewrichtsbeenderen van de wervel boven zich
- Processus articularis inferior: gewrichtsbeenderen aan beide kant van de wervel (beneden)
o Functie: aanhechten aan de gewrichtsbeenderen van de wervel onder zich
Incisura
vertebralis
superior
Incisura
vertebralis
inferior
Incisura vertebralis superior L3 + incisura vertebralis superior L4 vormen een gat tussen wervels (=
foramen intervertebralis → ruggemergzenuw / nervus spinalis)
2.1 primaire functies
1. ondersteuning: stevigheid & vorm geven
2. opslag: calcium & fosfaat
3. aanmaak bloedcellen: rode, witte bloedcellen en andere onderdelen van het bloed worden in het
rode beenmerg aangemaakt
4. bescherming: skeletstructuren omgeven veel weke delen en organen (hart, hersenen)
5. beweging: aanhechting
skeletspieren
2.2 algemene botkenmerken
Type beenderen:
a. Lange-/pijpbeenderen
(dijbeen,
opperarmbeen)
b. Korte beenderen
(hand- en
voetwortelbeenderen)
c. Platte beenderen
(schedelbeenderen,
schouderblad, ribben)
d. Onregelmatige
beenderen (wervels,
sleutelbeen, schedelbeenderen)
Lang bot, kenmerken:
- Diafyse
o Centrale schacht
o Mergholte met beenmerg
- Epifyse
o Bredere botuiteinden
o Gewrichtskraakbeen
o Vormt gewricht
- Periost
o Buitenste beenvlies
o Aanhechting pezen/gewrichtsbanden
o Verbinding bloedvaten & zenuwen
o Rol in botgroei en herstel
- Endost
o Binnenste beenvlies
o Rol in botgroei, herstel en remodellering
- A. nutricia via foramen nutricium
o Bloedtoevoer naar de diafyse
,Soorten beenweefsel
- Substantia compacta
o Massief
o In diafyse en perifeer in epifyse
o Grote belastbaarheid, maar in 1 richting
- Substantia spongiosa
o Trabeclair netwerk (vervlochten netwerk v benige staafjes/balkjes)
o Kern epifyse en bekleding mergholte
o Mindere belastbaarheid, maar in meerdere richtingen
2.4. bot remodellering
- Bij gezond persoon: afbraak en opbouw in evenwicht
- Regelmatige lichaamsbeweging/belasting zorgt er voor dat bij de remodellering de botten
dikker en sterker zullen worden (ook benige oppervlakteranden)
- Skelet speelt een rol bij het constant houden vd concentratie calciumionen en
lichaamsvloeistoffen → kleinste afwijking kan klinische crisissen teweegbrengen
2.5. osteopnie <-> osteoporose
- Osteopnie: fysiologische afname van de botmassa / onvoldoende verbening
o Komt voor bij iedereen vanaf +- 40 jarige leeftijd
- Osteoporose: aandoening t.g.v. ernstige osteopnie waarbij zoveel botmassa verloren gaat
dat normaal functioneren niet meer mogelijk is
▪ Belang geslachtshormonen snelheid botafzetting
• Osteoporose komt vaker voor bij vrouwen dan bij mannen (onder de
60j) omdat mannen vaak langer androgenen (man.
geslachtshormoon) blijven aanmaken dan vrouwen
▪ Gevaar voor breuken en trager herstel
▪ Wervels kunnen ineenzakken en beginnen drukken op zenuwen
Axiaal skelet
- Cranium = hoofd
- Columna vertebralis = wervelkolom (26 beenderen)
o 24 wervels
o Os sacrum (heiligbeen)
o Os coccygis (staartbeen)
- Thorax = borstkas
o Sternum
o 12 costae (=ribben)
o 12 thoracale wervels
Appendiculair skelet
- Bovenste en onderste ledematen
, Columna vertebralis
Geen rechte buis
Lende regio en hals: hol naar achter (concaaf naar achter)
Secundaire krommingen (na de geboorte, bij het stappen)
Servicale lordose
Lumbale lordose
Thorax en heilig been: bol naar achter (convex naar achter)
Primaire krommingen (vanaf de geboorte)
Thoracale kyfose
Sacrale kyfose
4 type wervels:
- Vertebrae cervicales (7)
- Vertebrae thoracales (12)
- Vertebrae lumbales (5)
- Sacrum (4/5, eig. 1 heilig been)
Bouw van een wervel:
Corpus Vertebrae
Foramen
vertebrales
Arcus vertebrae
Processus
articularis
inferior
Processus Preocessus
transversus spinosus
Processus
articularis
superior
, - Processus articularis superior: gewrichtsbeenderen aan beide kanten van de wervel (boven)
o Functie: aanhechten aan de gewrichtsbeenderen van de wervel boven zich
- Processus articularis inferior: gewrichtsbeenderen aan beide kant van de wervel (beneden)
o Functie: aanhechten aan de gewrichtsbeenderen van de wervel onder zich
Incisura
vertebralis
superior
Incisura
vertebralis
inferior
Incisura vertebralis superior L3 + incisura vertebralis superior L4 vormen een gat tussen wervels (=
foramen intervertebralis → ruggemergzenuw / nervus spinalis)