Hoofdstuk 14: Middelengerelateerde en verslavingsstoornissen
14.2. Stoornissen door een middel
Stoornissen die door een middel geïnduceerd worden, zijn intoxica7es, ontwenningssyndromen en diverse
psychiatrische toestandsbeelden
14.2.1. Intoxica.es
Intoxica7e: overma7ge inname van een middel waardoor specifieke symptomen optreden
Toxidroom: syndroom van intoxica7e-symptomen à verwijst naar middel of groep van middelen waarmee
de persoon is geïntoxiceerd
14.2.1.1. Drempingstoxidroom
Drempingstoxidroom:
o vooral bij intoxica7e door alcohol, benzodiazepinen en opiaten
o pupillen zijn klein, bloeddruk omlaag, hartritme omhoog of omlaag
o lage dosis kan ontremmend werken, hoge dosis kan tot suEeid of coma leiden
14.2.1.2. Opwindingstoxidroom
Opwindingstoxidroom:
o vooral bij s7mulerende middelen
o euforisch, geagiteerd, achterdoch7g en agressief
o pupillen zijn groot (mydriasis), bloeddruk, hartritme en lichaamstemperatuur gaan omhoog
14.2.1.3. Hallucinatoir toxidroom
Hallucinatoir toxidroom:
o voorbij intoxica7e door psychedelica, dissocia7eve middelen en hoge dosissen THC
14.2.2. Ontwenning
Ontwenningssyndroom na stoppen met een middel of dosisvermindering
Symptomen en de duur hangen af van het gebruikte middel
o mild bij cannabis en s7mulan7a
o erns7g bij opiaten, seda7va of alcohol
14.2.3. Andere stoornissen door een middel
Gebruik van middelen kan leiden tot psychoAsche stoornissen, depressieve stoornissen,
slaapstoornissen, seksuele disfunc7es, delier en neurocogni7eve stoornissen
Verloop
o soms steekt stoornis op 7jdens intoxica7e met betreffende middel
o soms begint stoornis 7jdens ontwenning van een middel
Kan langdurig of blijvend zijn
Zie a&eelding pagina 287
14.2. Stoornissen door een middel
Stoornissen die door een middel geïnduceerd worden, zijn intoxica7es, ontwenningssyndromen en diverse
psychiatrische toestandsbeelden
14.2.1. Intoxica.es
Intoxica7e: overma7ge inname van een middel waardoor specifieke symptomen optreden
Toxidroom: syndroom van intoxica7e-symptomen à verwijst naar middel of groep van middelen waarmee
de persoon is geïntoxiceerd
14.2.1.1. Drempingstoxidroom
Drempingstoxidroom:
o vooral bij intoxica7e door alcohol, benzodiazepinen en opiaten
o pupillen zijn klein, bloeddruk omlaag, hartritme omhoog of omlaag
o lage dosis kan ontremmend werken, hoge dosis kan tot suEeid of coma leiden
14.2.1.2. Opwindingstoxidroom
Opwindingstoxidroom:
o vooral bij s7mulerende middelen
o euforisch, geagiteerd, achterdoch7g en agressief
o pupillen zijn groot (mydriasis), bloeddruk, hartritme en lichaamstemperatuur gaan omhoog
14.2.1.3. Hallucinatoir toxidroom
Hallucinatoir toxidroom:
o voorbij intoxica7e door psychedelica, dissocia7eve middelen en hoge dosissen THC
14.2.2. Ontwenning
Ontwenningssyndroom na stoppen met een middel of dosisvermindering
Symptomen en de duur hangen af van het gebruikte middel
o mild bij cannabis en s7mulan7a
o erns7g bij opiaten, seda7va of alcohol
14.2.3. Andere stoornissen door een middel
Gebruik van middelen kan leiden tot psychoAsche stoornissen, depressieve stoornissen,
slaapstoornissen, seksuele disfunc7es, delier en neurocogni7eve stoornissen
Verloop
o soms steekt stoornis op 7jdens intoxica7e met betreffende middel
o soms begint stoornis 7jdens ontwenning van een middel
Kan langdurig of blijvend zijn
Zie a&eelding pagina 287