Les 4 (16/3/2018)
Kredieten en risicoanalyse
Drie belangrijke vormen van financiering: eigen vermogen, mezzanine en vreemd vermogen.
Dit betreft de optimale verhouding tussen eigen en vreemd vermogen. Bij vreemd vermogen
is er ook nog eens keuze tussen lange en korte termijn. Alsook zijn er verschillende
kredietvormen om uit te kiezen. Op basis van de risicoanalyse worden de waarborgen
bepaald.
Vreemd vermogen
Vreemd vanuit het standpunt van de onderneming. Een derde partij die geen aandeelhouder
is. Deze derde partij is uitsluitend geïnteresseerd in de terugbetalingscapaciteit van het
bedrijf. Hij wil enkel zijn geld terug met daarop een marge. Dit in tegenstelling tot eigen
vermogen dat op zoek is naar waarde.
De optimale kapitaalstructuur
Eigen vermogen / Vreemd vermogen
● Ideaal: 1/3
● Alarmpeil: 15%
Miller-Modigliani
De waarde van de onderneming hangt niet af van de financiering of het dividendbeleid, maar
wel de investeringspolitiek. Er bestaat dus geen optimale financiering. Uitzondering bij het
interestbelastingschild waarbij financiering met vreemd vermogen beter is.
Target adjustment
De raad van bestuur stelt een bepaalde target voorop. Elke beleidsbeslissing wordt dan
gericht op deze target.
Als er winst wordt gemaakt wordt daar een deel van gereserveerd op basis van de
payoutratio. Het eigen vermogen stijgt wat zorgt voor een stijging van de ratio eigen
vermogen op balanstotaal.
Dan gaat men beslissingen nemen om terug te komen naar de target door meer vreemd
vermogen aan te trekken of de payout ratio te verhogen.
1
, Agency model
De aandeelhouders zijn eigenaar en het financieel management moet met hen rekening
houden. De bedrijfsleiding heeft echter een eigen agenda. Als het bedrijf veel cashflow heeft
kan de bedrijfsleiding hiermee losjes omspringen. Om de bedrijfsleiding wat vaster aan
banden te leggen kan je meer vreemd vermogen aantrekken.
Pecking order
De voorkeursorde om te financieren
1. Eigen vermogen
2. Bankkrediet, bij terugbetaling moeit de bank zich niet
3. Risicokapitalist, eze wil zich moeien in de bedrijfsvoering
Bij meer cashflow, het vreemd vermogen zoveel mogelijk afbouwen.
Trade off
Bij het aangaan van schulden krijg je enerzijds te maken met aflossingen en anderzijds met
interesten. Ook bij een omzetdaling moeten de interesten gedragen worden, dit zijn immers
vaste kosten en leiden dus tot een lagere winst. Hoe meer vaste kosten, hoe volatieler de
winst. Winst + afschrijvingen de cashflow, moet dienen voor de terugbetaling van het
kapitaal.
Veel schulden, impliceren veel interesten en hoge vast kosten wat een hoge volaitiliteit met
zich meebrengt. De cashflow is dus volatiel, waardoor er een kans is dat we het kapitaal niet
kunnen terugbetalen. Dit is het illiquiditeitsrisico. Het illiquiditeitsrisico is afkomstig uit de
vaste kosten die interesten zijn.
Return on equity (ROE) is het rendement op het eigen vermogen. Dit heeft te maken met de
bedrijfssituatie. Bij het aantrekken van vreemd vermogen aan een percentage lager dan de
interest stijgt de return on equity. Dit is het hefboomeffect.
Vb 1.
Eigen vermogen: 3.000.000
Vreemd vermogen: 0
Winst: 300.000
ROE = 300..000.000 = 10%
Vb 2.
Eigen vermogen: 1.500.000
Vreemd vermogen: 1.500.000 → interest 5%: 75.000
Winst: 300.000 - 75.000 = 225.000
ROE: 225..500.000 = 15%
2