WAT IS ONCOLOGIE
Kanker = verzamelnaam voor 100 verschillenden ziekten met 1 gemeenschappelijk kenmerk ongeremde
delen van lichaamscellen
- Meer mannen gediagnosticeerd dan vrouwen
- Komt voor bij minder dan 1% van de kinderen
Top 3 meest voorkomende kankers:
1. Borst- en prostaatkanker
2. Darmkanker
3. Longkanker
ONTSTAAN VAN KANKER
= niet duidelijk
Aantal risicofactoren
- Onvermijdbare risicofactoren: asbest, UV-straling, DNA, ouder worden, biologische factoren (virussen)
- Vermijdbare risicofactoren: roken, alcohol, rood vlees en vetten eten
- Beschermde factoren: gezonde voeding en beweging
PREVENTIE EN SCREENING
Preventie = alles acties gericht op het bevorderen, beschermen en behouden van gezondheid
- Primair = voorkomen van de diagnose
- Secundair = vroegtijdig opsporen (
- Tertiair = voorkomen van herval of zware complicaties
Screening = bevolkingsonderzoek die door de overheid georganiseerd wordt
- Doel: minder agressief verloop & meer kans op genezing
- Stoelgangonderzoek / Mammografie / Uitstrijkje
CEL EN TUMORBIOLOGIE
Menselijk lichaam = bestaat uit miljarden cellen die zich voortdurende delen beschadigde/ verouderde
cellen vervangen
Kanker ontstaat wanneer er een verandering in het DNA dat de celdeling regelt
- Balans tussen celaanmaak en celverlies is ontregeld
- Ontstaat per toeval OF door externe factoren
Normale patiënt = mitose (= welopbouw) en apoptose in evenwicht
- Apoptose = celdood kan leiden tot tumorgroei
Carcinogenese = ontstaan van kanker meerstappenproces (5 – 10 jaar duren)
Angiogenese = vorming van bloedvaten
- Tumor groeit door voedingstoffen en zuurstof via bloed
,De betrokkenheid van genen
- Oncogenen = kunnen groei van de kanker stimuleren
- Tumorsupressorgenen = remmen de groei van tumoren
- DNA-herstelgenen = herstel van fouten door mutaties/ celdling
- Telomerasen = enzym die instaat voor het delend vermogen van de cel
GOED- VS. KWAADAARDIGE TUMOREN
Goedaardig = benigne
- Scherp en afgerond begrensd
- Lage groeisnelheid
- Hoog gedifferentieerd
Kwaadaardige = maligne
- Onscherp en onregelmatig begrensd
- Gaan infiltreren in organen/ weefsels
- Hoge groeisnelheid
- Matige tot slecht gedifferentieerd
Niet alle vormen van kanker zijn tastbaar & niet alle tastbare gezwellen zijn kwaadaardig
Borderlinetumoren = liggen op de grens tussen goed en kwaad
Carninoom in situ = geen infiltratie in weefsels/ organen
METASTASERING
= infiltrerende groei (= uitzaaiing) via lyfmebanen en bloedvaten
- Curatief = kan genezen
- Palliatief = kunnen niet genzen worden
CLASSIFICATIES
= nodig om de juiste behandeling op te stellen, de juiste prognose te stellen en op een correcte wijze
wetenschappelijk onderzoek te voeren
- Solide tumoren = ontstaan in organen (vb. borsttumor, longtumor, niertumor)
- Niet-solide tumoren = ontstaan op diverse plaatsen in het lichaam (vb. lyfoom, leukemie)
Onderverdeling in stadia
Stadium 1 = geen groei in omliggende weefsels
Stadium 2 = doorgroei in omliggende weefsel, dicht bij primaire tumor, lymfeklieren zijn vrij
Stadium 3 = verspreiding naar lymfeklieren uit de omgeving
Stadium 4 = verspreiding in de rest van het lichaam metastasen
TNM-classificatie 1 TNM-classificatie 2
T = tumor grootte en lokale uitbreiding van de = via welke manier wordt er info over de tumor
tumor verzamelt
N = node (= lymfeklieren) aantasting van de C = bepaald door klinische informatie
lymfeklieren P = bepaald door chirurgische informatie post-
M = metastasering uitzaaiing in het lichaam operatief
Y = bepaald na chemo- of radiotherapie
,Differentiatiegraad = hoever lijk de tumor qua structuur op Mate van Goed Matig Slechte Geen
weefsel waaruit hij is ontstaan differentiatie
- Laag cijfer = goed gedifferentieerd + sterk Score 1 2 3 4
afwijkend Agressiviteit Laag ------------------------------------- Hoog
- Hoog cijfer = slecht gedifferentieerd + erg
gelijkend
ENKELE BEGRIPPEN
Remissie = fase na behandeling complete (= volledige weg) / partiële (= vermindering van verschijnselen)
Recidief = herval na complete remissie lokaal/ regionaal/ metastatisch
Progressieve ziekte = toename van ziekte na partiële remissie Of na geen resultaat van de behandeling
lokaal/ regionaal/ metastatisch
Familiale kanker = meerder kankergevallen in dezelfde familie
Erfelijke kanker = overervingspatroon
Beide zijn verschillend van elkaar
Palliatieve zorg = geen genezing mogelijk bij alle patiënten waarbij een curatieve behandeling geen effect meer
heeft of niet mogelijk is ziekte proberen te stabiliseren
Terminale fase = laatste fase van het leven
ONCOLOGISCHE DIAGNOSTIEK
= kijken naar tumoren of het kwaadaardig/ goedaardig is, de uitgebreidheid van de tumor te achterhalen en
een prognose te stellen
Diagnose
Gebeurt door een
vraaggesprek, de
symptomen kunnen komen
door een primaire
tumor en metastasering.
, b. Bloed- en
weefselanalyse
Tumormarkers zijn
enzymen, eiwitten,
hormonen, … afkomstig
van de tumor zelf.
Dit dient niet voor de
diagnose, maar wel voor
de opvolging.
Cytopathologisch
onderzoek=
cellen/weefsels worden
met de microscoop
onderzocht. Is nodig om
een correcte diagnose te
stellen.
Bv. Sentinelklier=
schildwachtklier
Kanker = verzamelnaam voor 100 verschillenden ziekten met 1 gemeenschappelijk kenmerk ongeremde
delen van lichaamscellen
- Meer mannen gediagnosticeerd dan vrouwen
- Komt voor bij minder dan 1% van de kinderen
Top 3 meest voorkomende kankers:
1. Borst- en prostaatkanker
2. Darmkanker
3. Longkanker
ONTSTAAN VAN KANKER
= niet duidelijk
Aantal risicofactoren
- Onvermijdbare risicofactoren: asbest, UV-straling, DNA, ouder worden, biologische factoren (virussen)
- Vermijdbare risicofactoren: roken, alcohol, rood vlees en vetten eten
- Beschermde factoren: gezonde voeding en beweging
PREVENTIE EN SCREENING
Preventie = alles acties gericht op het bevorderen, beschermen en behouden van gezondheid
- Primair = voorkomen van de diagnose
- Secundair = vroegtijdig opsporen (
- Tertiair = voorkomen van herval of zware complicaties
Screening = bevolkingsonderzoek die door de overheid georganiseerd wordt
- Doel: minder agressief verloop & meer kans op genezing
- Stoelgangonderzoek / Mammografie / Uitstrijkje
CEL EN TUMORBIOLOGIE
Menselijk lichaam = bestaat uit miljarden cellen die zich voortdurende delen beschadigde/ verouderde
cellen vervangen
Kanker ontstaat wanneer er een verandering in het DNA dat de celdeling regelt
- Balans tussen celaanmaak en celverlies is ontregeld
- Ontstaat per toeval OF door externe factoren
Normale patiënt = mitose (= welopbouw) en apoptose in evenwicht
- Apoptose = celdood kan leiden tot tumorgroei
Carcinogenese = ontstaan van kanker meerstappenproces (5 – 10 jaar duren)
Angiogenese = vorming van bloedvaten
- Tumor groeit door voedingstoffen en zuurstof via bloed
,De betrokkenheid van genen
- Oncogenen = kunnen groei van de kanker stimuleren
- Tumorsupressorgenen = remmen de groei van tumoren
- DNA-herstelgenen = herstel van fouten door mutaties/ celdling
- Telomerasen = enzym die instaat voor het delend vermogen van de cel
GOED- VS. KWAADAARDIGE TUMOREN
Goedaardig = benigne
- Scherp en afgerond begrensd
- Lage groeisnelheid
- Hoog gedifferentieerd
Kwaadaardige = maligne
- Onscherp en onregelmatig begrensd
- Gaan infiltreren in organen/ weefsels
- Hoge groeisnelheid
- Matige tot slecht gedifferentieerd
Niet alle vormen van kanker zijn tastbaar & niet alle tastbare gezwellen zijn kwaadaardig
Borderlinetumoren = liggen op de grens tussen goed en kwaad
Carninoom in situ = geen infiltratie in weefsels/ organen
METASTASERING
= infiltrerende groei (= uitzaaiing) via lyfmebanen en bloedvaten
- Curatief = kan genezen
- Palliatief = kunnen niet genzen worden
CLASSIFICATIES
= nodig om de juiste behandeling op te stellen, de juiste prognose te stellen en op een correcte wijze
wetenschappelijk onderzoek te voeren
- Solide tumoren = ontstaan in organen (vb. borsttumor, longtumor, niertumor)
- Niet-solide tumoren = ontstaan op diverse plaatsen in het lichaam (vb. lyfoom, leukemie)
Onderverdeling in stadia
Stadium 1 = geen groei in omliggende weefsels
Stadium 2 = doorgroei in omliggende weefsel, dicht bij primaire tumor, lymfeklieren zijn vrij
Stadium 3 = verspreiding naar lymfeklieren uit de omgeving
Stadium 4 = verspreiding in de rest van het lichaam metastasen
TNM-classificatie 1 TNM-classificatie 2
T = tumor grootte en lokale uitbreiding van de = via welke manier wordt er info over de tumor
tumor verzamelt
N = node (= lymfeklieren) aantasting van de C = bepaald door klinische informatie
lymfeklieren P = bepaald door chirurgische informatie post-
M = metastasering uitzaaiing in het lichaam operatief
Y = bepaald na chemo- of radiotherapie
,Differentiatiegraad = hoever lijk de tumor qua structuur op Mate van Goed Matig Slechte Geen
weefsel waaruit hij is ontstaan differentiatie
- Laag cijfer = goed gedifferentieerd + sterk Score 1 2 3 4
afwijkend Agressiviteit Laag ------------------------------------- Hoog
- Hoog cijfer = slecht gedifferentieerd + erg
gelijkend
ENKELE BEGRIPPEN
Remissie = fase na behandeling complete (= volledige weg) / partiële (= vermindering van verschijnselen)
Recidief = herval na complete remissie lokaal/ regionaal/ metastatisch
Progressieve ziekte = toename van ziekte na partiële remissie Of na geen resultaat van de behandeling
lokaal/ regionaal/ metastatisch
Familiale kanker = meerder kankergevallen in dezelfde familie
Erfelijke kanker = overervingspatroon
Beide zijn verschillend van elkaar
Palliatieve zorg = geen genezing mogelijk bij alle patiënten waarbij een curatieve behandeling geen effect meer
heeft of niet mogelijk is ziekte proberen te stabiliseren
Terminale fase = laatste fase van het leven
ONCOLOGISCHE DIAGNOSTIEK
= kijken naar tumoren of het kwaadaardig/ goedaardig is, de uitgebreidheid van de tumor te achterhalen en
een prognose te stellen
Diagnose
Gebeurt door een
vraaggesprek, de
symptomen kunnen komen
door een primaire
tumor en metastasering.
, b. Bloed- en
weefselanalyse
Tumormarkers zijn
enzymen, eiwitten,
hormonen, … afkomstig
van de tumor zelf.
Dit dient niet voor de
diagnose, maar wel voor
de opvolging.
Cytopathologisch
onderzoek=
cellen/weefsels worden
met de microscoop
onderzocht. Is nodig om
een correcte diagnose te
stellen.
Bv. Sentinelklier=
schildwachtklier